Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 9 december 1939 (met stempeldatum 11/12 1939). Hermanus van Wijk, Bellamystraat 13 huis, Amsterdam (West). № 27/145/1 M. 1939 11/12
Amsterdam 9 Dec. 1939
m Insp.
Mijnheer Directeur!
Ondergeteekende Hermanus van Wijk wonende
Bellamystraat 13huis Amsterdam (West) van
beroep koopman in bloemen en fruit wil langs
deze weg eenige woorden tot U richten en
een verzoek aan U richten.
Daar ik al 25 jaar met handel langs den weg ga
(van mijn 12e jaar af ik ben nu 37 jaar) maar
altijd in de Kinkerstraat gestaan of gevent heb.
en op mijn 34e jaar ziek geworden ben ongeveer
gelijktijdig dat dispensatiehouders Kinkerstraat
een plaats Hasebroekstraat kregen waar ik ook
bij was maar wegens ziekte ben mij verloopen
is omdat ik mijn plaats niet bezetten kon. Ik heb
in twee jaar tijd acht maal in een ziekenhuis
gelegen. (maagkwaal en zenuwen ook geopereerd
aan den maag) en gevoel mij nu nog niet goed
en volgens den dokters zal ik nooit meer
beter worden als ik weer niet in mijn oude
doen terug kan komen d.w.z. den kost voor
mijn gezin verdienen. Maar U begrijpt wel
dat ik in mijn toestand niet met een kar
handel kan gaan venten Er is maar een
weg voor mij rustig kunnen staan met
een kar handel in de Ten Katestraat
tusschen Kinker en Bellamystraat De andere
[vz] In deze brief verzoekt Hermanus van Wijk om een vaste standplaats voor zijn handel in bloemen en fruit in de Ten Katestraat te Amsterdam. De schrijver is op dat moment 37 jaar oud en werkt al vanaf zijn twaalfde in de straathandel, hoofdzakelijk in de Kinkerstraat.
De kern van zijn betoog is van medische aard: hij is ernstig ziek geweest (maagproblemen en 'zenuwen'), heeft acht ziekenhuisopnames achter de rug en is geopereerd. Vanwege deze ziekte heeft hij zijn eerdere rechten op een staanplaats ('dispensatie') in de Hasebroekstraat verloren, omdat hij fysiek niet aanwezig kon zijn. Hij stelt dat hij niet meer in staat is om te 'venten' (met een kar door de straten te lopen) en vraagt daarom om een vaste plek waar hij 'rustig' kan staan om zijn gezin te kunnen onderhouden.
De brief is geschreven in de spelling van vóór de wijzigingen van 1947 (onder meer te zien aan 'ondergeteekende' en 'eenige'). De brief dateert van december 1939, een periode van grote economische onzekerheid en de mobilisatie vlak voor de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam werd de straathandel in die jaren streng gereguleerd. De Kinkerbuurt was een levendig centrum van handel, maar de gemeente probeerde de verkeersdoorstroming te verbeteren door venters te verplaatsen naar zijstraten of aangewezen markten zoals de Ten Katemarkt (gelegen in de Ten Katestraat).
De term 'dispensatiehouders' verwijst naar handelaren die een speciale ontheffing of vergunning hadden om op bepaalde plekken te mogen staan waar de handel eigenlijk aan banden was gelegd. Het verliezen van zo'n plek ('verloopen') door ziekte betekende vaak bittere armoede, aangezien er in die tijd nauwelijks sociale vangnetten waren voor zelfstandige kleine handelaren. De brief is een typisch voorbeeld van een 'rekest' aan de overheid, waarbij persoonlijke omstandigheden worden aangevoerd om een uitzondering op de regels te verkrijgen.