Archief 745
Inventaris 745-281
Pagina 232
Dossier 27
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijk bijblad / correspondentieformulier (Alg. Zaken Model No. 14).

Januari 1939.

Origineel

Ambtelijk bijblad / correspondentieformulier (Alg. Zaken Model No. 14). Januari 1939. [Linksboven in kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 20/3/1 1939
DOORGEZONDEN: 5/1

[Midden boven]
Plaats staat op naam van:
P. Schoor-Mönwert.
pl. no. 136 Lindengracht.

[Rechtsboven]
594
th. Wolff
advokaat
6-1-39
delt [mogelijk afkorting voor een administratieve eenheid of naam]

[Hoofdtekst]
M.i. [Mijns inziens] bestaat tegen inwilliging van het verzoek van P.W. Schoor om de plaats van zijn echtgenoote op de markt Lindengracht op zijn naam te doen overschrijven geen bezwaar.
Mevr. Schoor heeft in geen 4 maanden haar plaats op de markt ingenomen, terwijl Schoor geregeld van de plaats gebruik heeft gemaakt.
Wanneer de echtgenoot van Mevr. Schoor de plaats niet had bezet, dan was deze na 4 weken afwezigheid van de plaatshoudster ingetrokken.

[Onderaan]
Accoord, geen bezwaar.
[Handtekening/Paraaf] 24-1-39
[Handtekening/Paraaf] 19-1-39 delt

[Linkermarge verticaal genoteerd]
te name herzien
30/1 ’39

[Linksonder in de voetlijn]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft een administratieve afhandeling van een vergunning voor een marktplaats aan de Lindengracht in Amsterdam. De kern van de zaak is de overdracht van de rechten op standplaats nummer 136 van P. Schoor-Mönwert naar haar echtgenoot, P.W. Schoor.

De ambtenaar (of marktopzichter) die het advies schrijft, merkt op dat de officiële vergunninghoudster (Mevr. Schoor) de plek al vier maanden niet zelf heeft gebruikt. Haar echtgenoot heeft de handel echter voortgezet. Dit is een cruciaal detail voor de regelgeving: normaal gesproken zou een vergunning na vier weken afwezigheid van de plaatshoudster worden ingetrokken. Omdat de echtgenoot de plek 'bezet' hield, bleef de standplaats actief, wat de overschrijving op zijn naam nu rechtvaardigt in plaats van een definitieve intrekking van de plek.

De aanwezigheid van een advocaat (th. Wolff) suggereert dat er mogelijk juridische bijstand is verleend om deze overdracht formeel te regelen, wellicht om te voorkomen dat de kostbare standplaats verloren zou gaan aan de gemeente. De Lindengracht in de Amsterdamse Jordaan is van oudsher een belangrijke marktlocatie. In de jaren '30 was de regelgeving rondom marktplaatsen streng; standplaatsen waren schaars en vormden het levensonderhoud van hele gezinnen. Vergunningen waren vaak persoonsgebonden.

Het jaartal 1939 plaatst dit document in de periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De administratieve precisie (met stempels, verschillende parafen en exacte data) is kenmerkend voor de Amsterdamse gemeentelijke bureaucratie uit die tijd. De term 'plaatshoudster' duidt op de vrouwelijke vorm van de vergunninghouder, wat in die tijd veel voorkwam als de handel feitelijk door beide echtgenoten werd gedreven, maar de vergunning formeel op één naam stond (vaak om fiscale of erfrechtelijke redenen).

Samenvatting

Dit document betreft een administratieve afhandeling van een vergunning voor een marktplaats aan de Lindengracht in Amsterdam. De kern van de zaak is de overdracht van de rechten op standplaats nummer 136 van P. Schoor-Mönwert naar haar echtgenoot, P.W. Schoor.

De ambtenaar (of marktopzichter) die het advies schrijft, merkt op dat de officiële vergunninghoudster (Mevr. Schoor) de plek al vier maanden niet zelf heeft gebruikt. Haar echtgenoot heeft de handel echter voortgezet. Dit is een cruciaal detail voor de regelgeving: normaal gesproken zou een vergunning na vier weken afwezigheid van de plaatshoudster worden ingetrokken. Omdat de echtgenoot de plek 'bezet' hield, bleef de standplaats actief, wat de overschrijving op zijn naam nu rechtvaardigt in plaats van een definitieve intrekking van de plek.

De aanwezigheid van een advocaat (th. Wolff) suggereert dat er mogelijk juridische bijstand is verleend om deze overdracht formeel te regelen, wellicht om te voorkomen dat de kostbare standplaats verloren zou gaan aan de gemeente.

Historische Context

De Lindengracht in de Amsterdamse Jordaan is van oudsher een belangrijke marktlocatie. In de jaren '30 was de regelgeving rondom marktplaatsen streng; standplaatsen waren schaars en vormden het levensonderhoud van hele gezinnen. Vergunningen waren vaak persoonsgebonden.

Het jaartal 1939 plaatst dit document in de periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De administratieve precisie (met stempels, verschillende parafen en exacte data) is kenmerkend voor de Amsterdamse gemeentelijke bureaucratie uit die tijd. De term 'plaatshoudster' duidt op de vrouwelijke vorm van de vergunninghouder, wat in die tijd veel voorkwam als de handel feitelijk door beide echtgenoten werd gedreven, maar de vergunning formeel op één naam stond (vaak om fiscale of erfrechtelijke redenen).

Locaties

Lindengracht Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 2