Archiefdocument
Origineel
18 februari 1941. GEMEENTE AMSTERDAM
QUARTIERAMT
Museumplein 17
Telefoon 96749
Afd.Reg.
No. 376 [handgeschreven]
[blauw vinkje]
Amsterdam, 18. FEB 1941 [stempel]
[Aantekening in rood/blauw potlood rechtsboven:]
nit die [?]
G. Müller [handtekening]
B E W I J S V A N A A N G I F T E
van het verzoek tot schadevergoeding.
De Chef van het Quartieramt verklaart, dat
De Dir. van het Marktwezen [handgeschreven]
eigenaar [onderstreept]
huurder [onderstreept] van J. v. Galenstraat 14 [handgeschreven]
pachter [onderstreept]
een verzoek tot schadeloosstelling volgens het bepaalde in artikel 6 van de Verordening no.144 van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied, met een [handgeschreven] voor het vaststellen van de waarde noodzakelijk(e) bewijsstuk(ken), bij het Quartieramt (kamer 17) heeft ingediend.
№ 98/1/6 [stempel]
M. 1941 20/2 [stempel]
De Chef van het Quartieramt,
v. o. l. [handgeschreven initialen]
[handtekening] Dit document is een officieel ontvangstbewijs uitgegeven door het Quartieramt (Kwartierbureau) van de Gemeente Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Het bevestigt dat de Directeur van het Marktwezen een verzoek tot schadeloosstelling heeft ingediend voor het pand aan de Jan van Galenstraat 14.
Belangrijke elementen:
* Verordening 144: Er wordt expliciet verwezen naar Verordening 144 van de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart). Deze verordening uit oktober 1940 verplichtte de aanmelding van ondernemingen (met name om Joods kapitaal en bezit in kaart te brengen). Dat een gemeentelijke instantie hier een beroep op doet voor schadevergoeding, duidt op een administratieve afwikkeling van gevorderd of beschadigd vastgoed onder de geldende bezettingswetgeving.
* Het Quartieramt: Deze dienst was belast met de vordering van woon- en bedrijfsruimte, aanvankelijk voor de Duitse Wehrmacht, maar later ook voor de herverdeling van uit de Joodse gemeenschap geroofd vastgoed ("Entjudung").
* Locatie: De Jan van Galenstraat huisvestte de Centrale Markthallen; de betrokkenheid van de Directeur van het Marktwezen is daarom logisch. Het document dateert van 18 februari 1941, precies een week voor het uitbreken van de Februaristaking. Amsterdam bevond zich op dat moment in een staat van uiterste spanning door de eerste grootschalige razzia’s.
Het document illustreert de verregaande bureaucratisering van de bezetting. Terwijl de stad op het punt van ontploffen stond, ging de administratieve molen van vorderingen en schadeclaims aan het Museumplein 17 (het zenuwcentrum van diverse bezettingsdiensten) onverstoorbaar door. De handtekening van 'G. Müller' (mogelijk een Duitse 'Beauftragte' of toezichthouder) toont aan dat zelfs reguliere gemeentelijke processen onder direct toezicht van de bezetter stonden. Gemeente Amsterdam Marktwezen Wehrmacht