Afschrift van een officieel verzoekschrift (tweetalig: Duits en Nederlands).
Origineel
Afschrift van een officieel verzoekschrift (tweetalig: Duits en Nederlands). 6 augustus 1941. Afschrift.-
VERZOEK.
Ich, de Directeur van het Marktwezen
Ort: Amsterdam,
beantrage Entschädigung auf Grund der par. 3 und 4 der Verordnung Nr. 144/1940 des Reichskommissars für die besetzten niederländischen Gebiete für das am 1. Juli 1941 von der Deutschen Wehrmacht auf Grund dieser Verordnung beschlagnahmte Grundstück:
Ort: Amsterdam
Lage Zentrale Markt- Jan van Galenstraat
Grosse 296 q.m.
Zur Wertermittlung sind folgende Unterlagen beigefügt:
1. Abschrift Brief d.d. 14 Juli 1941 an Wehrmachtsverpflegungshauptamt.
Ich bin Nutzniesser des Grundstückes und versichere, dass mir keine Umstände bekannt sind, die nach par. 8 und 9 der Verordnung Nr. 144/1940 eine Entschädigung ausschliessen können.
Ort: Amsterdam, Datum: 6 August 1941.
w.g. Sixma.
(Unterschrift)
Ondergeteekende, de Directeur van Marktwezen t Amsterdam, verzoekt op grond van de artikelen 3 en 4 der Verordening Nr. 144/1940 van den Rykscommissaris voor het bezette nederlandsche gebied schadeloosstelling ter zake van het door de Duitsche Weermacht op grond dezer verordening op 1 Juli 1941 gevorderd onroerend goed:
Plaats: Amsterdam
Ligging: Centrale Markt - Jan van Galenstraat
Grootte: 296 m2.
Ter vaststelling van de waarde zyn de navolgende bescheiden bygevoegd:
1. Afschrift brief d.d. 14 Juli aan het Wehrmachtsverpflegungshauptamt.
Ondergeteekende is uit anderen hoofde tot gebruik gerechtigde van het onroerend goed en verklaart dat hem geen omstandigheden bekend zyn, die volgens de artikelen 8 en 9 der Verordening Nr. 144/1940 het recht op schadeloosstelling kunnen uitsluiten.
Amsterdam, 6 Augustus 1941.
w.g. C.F. Sixma. Dit document is een formele aanvraag voor financiële compensatie (schadeloosstelling) ingediend door de directeur van het Amsterdamse Marktwezen, Cornelis Frans Sixma. De aanvraag heeft betrekking op een terrein van 296 m² op de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat, dat op 1 juli 1941 door de Duitse Wehrmacht in beslag was genomen.
Het document is opgesteld in zowel het Duits als het Nederlands, wat kenmerkend is voor de administratieve overgangsfase tijdens de bezetting. De aanvraag beroept zich op specifieke juridische kaders (Verordening 144/1940), die door de bezetter waren ingesteld om de vorderingen van goederen en vastgoed een schijn van legaliteit en een procedure voor vergoeding te geven. Opvallend is dat Sixma tekent als "nutniesser" (vruchtgebruiker), wat aangeeft dat het Marktwezen het beheer had over de grond, maar mogelijk niet de juridische eigenaar was (vaak de gemeente). Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam de Duitse Wehrmacht op grote schaal gebouwen en terreinen in beslag voor eigen gebruik (inzet van logistiek, opslag of huisvesting). De Centrale Markthallen in Amsterdam waren strategisch van groot belang vanwege de voedseldistributie.
Verordening 144/1940 ("Verordening over de vorderingen ten behoeve van de bezettingsmacht") was het instrument waarmee de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart) deze vorderingen reguleerde. Hoewel er een recht op schadevergoeding bestond, was dit in de praktijk vaak een bureaucratisch proces waarbij de bezetter bepaalde wat de waarde was. De ondertekenaar, C.F. Sixma, bleef gedurende een groot deel van de oorlog aan als directeur van het Marktwezen en moest laveren tussen de eisen van de bezetter en het belang van de Amsterdamse voedselvoorziening.