Brief / Verzoekschrift aan de marktinspectie.
Origineel
Brief / Verzoekschrift aan de marktinspectie. A. Lelie, wonende aan de N. Kerkstraat 39 te Amsterdam. [Linksboven, diagonaal geschreven:]
Inschrijven
[Rechtsboven, stempel:]
Nº 28/7/2 M. 1939 18/1
[Hoofdtekst:]
Den heer inspekteur
alhier dezen
ondergetekende A Lelie Plaats nº 109
Lindengracht verzoek u beleef
eenige maanden vervangen op zijn
markt plaats wegens liguam zwakte
daar hij gedurende zijn ziekte 5 maal
ge opereerd is. hij verzoek dan door zijn
kleinzoon vervangen te worden
mijn agter stallig schuld zal door
hem betaalt worden hoop van
een gunstig antwoord te mogen
ontvangen teeken ik
A Lelie N Kerkstraat 39 * Taal en Spelling: Het document is geschreven in het Nederlands met verschillende fonetische spelfouten die kenmerkend zijn voor de lagere sociale klassen uit die tijd (bijv. "liguam zwakte" voor lichaamszwakte, "agter stallig" voor achterstallige, en "betaalt" waar het voltooid deelwoord betaald moet zijn).
* Inhoud: De afzender, A. Lelie, pachter van marktplaats 109 op de Lindengracht in Amsterdam, verzoekt de inspecteur om toestemming om zich voor enkele maanden te laten vervangen door zijn kleinzoon. De reden hiervoor is ernstige ziekte; Lelie meldt dat hij vijf operaties heeft ondergaan en lichamelijk te zwak is om te werken. Tevens belooft hij dat zijn achterstallige schulden (marktgeld) door zijn kleinzoon zullen worden voldaan.
* Toon: De brief is nederig en beleefd opgesteld ("verzoek u beleef", "hoop van een gunstig antwoord"). * Locatie: De Lindengracht in de Amsterdamse Jordaan was (en is) een bekende marktlocatie. In de jaren '30 was dit een belangrijke plek voor de handel van dagelijkse behoeften door kleine zelfstandigen.
* Tijdsbeeld: De brief dateert uit 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft een inkijkje in de kwetsbaarheid van marktkooplieden; bij ziekte viel het inkomen direct weg en liepen schulden aan de gemeente snel op.
* Sociaal-economisch: Het overdragen van een standplaats aan een familielid (in dit geval een kleinzoon) was een gebruikelijke manier om de broodwinning binnen de familie te houden wanneer de oorspronkelijke pachter niet meer in staat was het werk uit te voeren. De vermelding van de schuld suggereert dat de afzender door zijn ziekte in financiële problemen was geraakt.