Officieel schrijven / Circulaire van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officieel schrijven / Circulaire van de Gemeente Amsterdam. 29 maart 1943. [Stempel linksboven in paars:] No. 100/2/4 M. 1943
[Handgeschreven aantekening rechtsboven:] 31/3 Die Th. Jonkman [?] [onleesbaar]
GEMEENTE AMSTERDAM
[Handgeschreven linkermarge:] J Nov/42 7500 Feb/43 8000 + 7%
No. 1839/116 B.
Amsterdam, 29 Maart 1943
Aan Heeren Hoofden van
Diensten en Bedryven.
-----
De Voorzitter der Warmtecommissie bericht my, dat gedurende de maand Februari 1943 met een gemiddelde buitentemperatuur van 6,9° C ± 33% meer brandstof werd verbruikt ten behoeve van de verwarming der onderscheidene Gemeentegebouwen dan gedurende de maand November 1942 met een gemiddelde buitentemperatuur van 7,4° C.
Zoowel uit het bovenstaande als uit de rapporten van het met de contrôle belaste personeel van het Stooktechnisch Bureau blykt, dat in vele gebouwen de maximumtemperatuur, welke by myn besluit No. 50/10aH dd. 18 September 1942, op 65° was gesteld, overschreden werd.
In verband hiermede dienen met ingang van 1 April 1943 de
[Rechtsonder handgeschreven:] loo Het document is een interne dienstmededeling waarin de koppen van gemeentelijke diensten worden aangesproken op excessief brandstofverbruik. De kernpunten zijn:
1. Stookefficiency: Er wordt een vergelijking gemaakt tussen november 1942 en februari 1943. Ondanks dat het temperatuurverschil buiten klein was (slechts 0,5 graad), was het brandstofverbruik in februari 33% hoger.
2. Handhaving: De 'Warmtecommissie' en het 'Stooktechnisch Bureau' hielden toezicht. Hieruit bleek dat de gestelde maximumtemperatuur van 65° (Fahrenheit, wat ongeveer 18,3° Celsius is) stelselmatig werd overschreden.
3. Maatregelen: De brief kondigt nieuwe instructies aan per 1 april 1943, maar de tekst breekt af onderaan de pagina. Gezien de datum (einde van het stookseizoen) ging dit waarschijnlijk over het volledig stopzetten van de centrale verwarming. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. Nederland kampte met enorme tekorten aan brandstoffen (voornamelijk kolen). De bezetter stelde strikte quota vast voor civiel gebruik om zoveel mogelijk grondstoffen beschikbaar te houden voor de Duitse oorlogsindustrie.
De instelling van een 'Warmtecommissie' en het handhaven van een lage binnentemperatuur (18 graden Celsius) waren onderdeel van de schaarste-economie. Ambtenaren werden geacht het goede voorbeeld te geven in soberheid. De handgeschreven cijfers in de marge duiden op een nauwkeurige boekhouding van het meerverbruik.