Dienstbrief / Aanmaning.
Origineel
Dienstbrief / Aanmaning. 31 mei 1943. [Briefkop]
RIJKSBUREAU VOOR HOUT
DEPARTEMENT VAN HANDEL, NIJVERHEID EN SCHEEPVAART
DRIEKONINGENSTRAAT 4 - POSTBUS 25 - AMSTERDAM
Telefoon 38403 - 39502 - 42612 - 43322 - 44398 - 47156 - 47989 - 48131
Girorekening 362400 — Telegram-adres : „Rijkshout”
Afd. Alg. Contrôle en Afd. Inl. Hout : Damrak 20 — Telef. 47633-48716
Afd. Prijzen : Heerengracht 136 — Telefoon 48537-48633
[Linkerbovenzijde]
Afd. : Documentatie
Enquête
Toestel 28
[Rechterbovenzijde]
Amsterdam, 31 Mei 1943
[Handgeschreven in potlood:] Th. Jonker (?)
[Handgeschreven in potlood:] 7.-
[Kenmerk]
No. 100/11/1 M. 1943 ^9/_6 [9/6 is handgeschreven]
[Inhoud]
Tot dusverre werd door mij het aan U gezonden formulier betreffende de „Personeel-Enquête”, hetwelk U vóór 10 Mei j.l. aan mijn Bureau diende te retourneeren, niet terugontvangen.
Naar aanleiding hiervan deel ik U in opdracht van de Duitsche autoriteiten mede, dat U er zorg voor dient te dragen, dat het formulier uiterlijk 7 Juni a.s. in mijn bezit is.
Mocht dit op dien datum niet het geval zijn, dan zal het tot nemen van strenge maatregelen moeten worden overgegaan.
RIJKSBUREAU VOOR HOUT :
De Directeur :
A. KOUWENAAR.
[Annotaties onderzijde]
[Handgeschreven in potlood:]
Is reeds door J.M.B.
met R.B.v.Hout in
orde gebracht.
Tel. van J.M.B. Mr Branden
5-6-'43
[Handgeschreven in blauwe inkt:]
Thans bergen.
9/6-43 [paraaf]
[Linkeronderhoek]
1517 6000-5-'43 K 400 Dit document is een officiële aanmaning van het Rijksbureau voor Hout, daterend uit het midden van de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een niet-ingevulde 'Personeel-Enquête'. De toon van de brief is dwingend en dreigend: er wordt expliciet vermeld dat de instructie komt "in opdracht van de Duitsche autoriteiten" en dat het niet naleven ervan zal leiden tot "strenge maatregelen". Dit type bureaucratische druk was kenmerkend voor het bezettingsbestuur, waarbij Nederlandse overheidsorganen werden ingezet om toezicht te houden op de bevolking en middelen.
De handgeschreven aantekeningen aan de onderzijde tonen het administratieve verloop aan de zijde van de ontvanger. Een medewerker (mogelijk aangeduid met J.M.B.) heeft op 5 juni 1943 — twee dagen voor de gestelde deadline — telefonisch contact gehad met het Rijksbureau om de zaak "in orde" te maken. De instructie in inkt ("Thans bergen") gedateerd op 9 juni 1943, geeft aan dat het dossier gesloten kon worden en de brief kon worden opgeborgen. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werden diverse 'Rijksbureaus' opgericht of geherstructureerd om de distributie en productie van grondstoffen (zoals hout, staal, textiel) volledig onder controle te krijgen voor de Duitse oorlogseconomie.
De 'Personeel-Enquête' waarnaar verwezen wordt, maakte deel uit van een bredere registratiegolf. Dergelijke enquêtes werden door de bezetter gebruikt voor verschillende doeleinden, waaronder de inzet van personeel voor de Arbeitseinsatz (dwangarbeid in Duitsland), het opsporen van Joodse werknemers, of het identificeren van personeel voor ontslag of herplaatsing op basis van politieke gezindheid. Het dreigen met "strenge maatregelen" was in 1943 een reëel gevaar, aangezien de repressie door de bezetter in dat jaar (onder andere na de April-meistakingen) aanzienlijk verhardde. J.M.B. Mr Rijksbureau