Intern reglement / Instructielijst voor bewakingspersoneel.
Origineel
Intern reglement / Instructielijst voor bewakingspersoneel. 6 februari 1943. (Handgeschreven bovenaan:) Th. Directeur
Eenige aanwijzingen, op te nemen in de instructie voor de bewakers met honden, dienstdoende op de Centrale Markt.
- Niemand, behalve de schippers, mag anders dan door den hoofdingang, Jan van Galenstraat, het terrein betreden of verlaten; dus letten op overreiken van kaarten of het overklimmen van de hekken.
- Het oprapen van aardappelen, groenten en fruit door onbevoegden is verboden.
- Brandweerlieden mogen zich zonder geleide op de Centrale Markt niet anders dan in de onmiddellijke omgeving van hun post ophouden.
- Jongens, die eventueel op het terrein worden aangetroffen, aanhouden en overgeven aan den portier.
- Verdachte personen mag men naar de kaart vragen; hebben zij geen kaart bij zich, dan worden zij overgegeven aan den portier.
- Joden mogen zich niet op het terrein bevinden. Door het toegangshek Keucheniusstraat mogen niet-joden niet in of uitgaan.
- Het halen van afval uit de stortschuiten is verboden.
- Wateren buiten de daartoe bestemde inrichtingen is verboden.
- Iedere wachtsman draagt steeds een z.g. reddingsplankje bij zich.
- Van elke bijzonderheid wordt een kort rapport opgemaakt en ingediend bij den bedrijfschef der Centrale Markt.
(Handgeschreven toevoeging:)
11. Het koopen van goederen op de C.M. bij grossiers, kleinhandelaren of hun personeel is verboden voor de bewakers van den eigen Bewakingsdienst.
Amsterdam, 6 Februari 1943.
(Handtekening:) M.H. van Beek (gevolgd door) D.D.
(Handgeschreven onderaan:)
10 ex.
typen D Dit document bevat een lijst met strikte gedragsregels en beveiligingsprotocollen voor hondenbegeleiders die de Amsterdamse Centrale Markt bewaken tijdens de Tweede Wereldoorlog. De instructies zijn gericht op het handhaven van de orde, het voorkomen van diefstal en het reguleren van de toegang tot het terrein.
De focus ligt sterk op toegangscontrole (punten 1, 4, 5 en 6) en het voorkomen van het ontvreemden van goederen (punten 2, 7 en de handgeschreven toevoeging punt 11). Punt 11 is interessant omdat het expliciet verbiedt dat de eigen bewakers goederen kopen op de markt, waarschijnlijk om corruptie, begunstiging of zwarte handel door het bewakingspersoneel zelf tegen te gaan.
Opvallend is punt 9, de verplichting om een "reddingsplankje" bij zich te dragen. Gezien de ligging van de Centrale Markt aan het water, was dit een veiligheidsmaatregel voor het geval iemand (een bewaker of een indringer) in het water zou vallen.
Punt 6 is een directe uiting van de anti-Joodse maatregelen onder het nazi-regime: Joden wordt de toegang tot de markt volledig ontzegd. De instructie over het toegangshek aan de Keucheniusstraat suggereert bovendien een strikte scheiding van stromen en controleposten. Het document dateert uit februari 1943, een periode midden in de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat vormden het hart van de voedseldistributie in Amsterdam. Vanwege de groeiende voedselschaarste en de daarmee gepaard gaande diefstal en zwarte handel, was de beveiliging van dit terrein van cruciaal belang voor de bezetter en het stadsbestuur.
De expliciete uitsluiting van Joden (punt 6) past in het bredere patroon van de Holocaust, waarbij Joden stapsgewijs uit het openbare leven en de voedselvoorziening werden geweerd. In februari 1943 waren de grootschalige deportaties uit Amsterdam reeds in volle gang.
De administratieve krabbel onderaan ("10 ex. typen") duidt erop dat dit het concept of het originele exemplaar was dat vermenigvuldigd moest worden voor distributie onder het personeel van de bewakingsdienst. M.H. van Beek