Getypte doorslag van een officiële brief.
Origineel
Getypte doorslag van een officiële brief. 25 februari 1939. Onbekend, ondertekend door "De Directeur" (mogelijk van een gemeentelijke instantie, verzekeringsinstelling of sociale dienst). [Rechtsboven, handgeschreven:]
M. de Waer
[Midden boven:]
VP/HG.
[Schuin, handgeschreven:]
Verzonden 25/2
[Links:]
28/20/2 M.
[Rechts:]
25 Februari 1939.
den Heer N. Koster,
p/a R. Koster,
Diezestraat 3 I,
Amsterdam-Zuid.
[Rechts onder adres:]
Wijk 22 C.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 13 dezer bericht ik U, dat het daarin vervatte verzoek kan worden ingewilligd, mits alsnog ten spoedigste een verklaring wordt overgelegd van den geneesheer-directeur van het ziekenhuis, waar U wordt verpleegd, houdende den datum waarop de verpleging is begonnen en eventueel dien, waarop zij is geeindigd.
De Directeur, Deze brief is een formeel, ambtelijk antwoord op een verzoek van de heer N. Koster. De strekking is dat het verzoek van Koster (gedaan op 13 februari 1939) in principe is goedgekeurd, maar dat er een formele bewijslast ontbreekt. Koster moet een officiële verklaring overleggen van de medisch directeur van het ziekenhuis waar hij verblijft. In die verklaring moeten de startdatum en, indien van toepassing, de einddatum van zijn verpleging worden vermeld.
Het document vertoont de typische kenmerken van vooroorlogse Nederlandse bureaucratie: uiterst correct taalgebruik ("mits alsnog ten spoedigste"), nauwkeurige archivering door middel van diverse kengetallen en een hiërarchische ondertekening ("De Directeur"). De handgeschreven toevoeging "Verzonden 25/2" diende als interne controle dat de brief op de dag van datering ook daadwerkelijk de deur uit was gegaan. De brief is geschreven in februari 1939, een roerige periode vlak voor de Duitse inval in Nederland. De geadresseerde woonde in de Diezestraat in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Deze wijk stond in de jaren '30 bekend om zijn moderne woningbouw en trok veel Joodse bewoners aan, waaronder ook vluchtelingen uit nazi-Duitsland.
Gezien de aard van het verzoek — bewijs van hospitalisatie — is het aannemelijk dat dit document te maken heeft met een aanvraag voor een uitkering, een beroep op een ziekenfonds of een vrijstelling van bepaalde verplichtingen vanwege ziekte. In een tijd waarin sociale voorzieningen sterk gebonden waren aan strikte bewijsvoering, was een dergelijke brief cruciaal voor de financiële of juridische status van de betrokkene. De aanduiding "p/a R. Koster" (per adres) suggereert dat N. Koster mogelijk tijdelijk niet op zijn eigen adres verbleef of bij familie inwoonde. C.