Archief 745
Inventaris 745-281
Pagina 359
Dossier 27
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie/advies.

21 maart 1939.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie/advies. 21 maart 1939. No 28/31/1 M 1939. Aan den Inspecteur
v/h Marktwezen
alhier.

Tegen inwilliging van het verzoek van
plek No 284 A de Rooij Lindengracht, voor
eenigen tijd uitstel tot het bezoeken der
markt, bestaat m.i. geen bezwaar,
mits het marktgeld op tijd betaald wordt.
21 - 3 - ’39. [Onleesbare handtekening] Het document is een kort, formeel advies gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen. Het betreft een verzoek van een marktkoopman, genaamd A. de Rooij (of Rooy), die houder is van standplaats nummer 284 op de Lindengracht-markt. De kern van de notitie is het goedkeuren van een tijdelijk uitstel van de aanwezigheidsplicht op de markt.

De schrijver stelt dat er "mijns inziens" (m.i.) geen bezwaar is tegen dit uitstel, mits de financiële verplichting — de betaling van het marktgeld — gehandhaafd blijft. Dit illustreert de administratieve regels van die tijd: een plek op de markt was een recht dat men kon verliezen als men niet opkwam, tenzij er expliciet toestemming werd verleend en de leges werden doorbetaald. De Lindengracht is een iconische marktlocatie in de Jordaan te Amsterdam. De Dienst van het Marktwezen was verantwoordelijk voor de ordening en inningen van gelden op de diverse Amsterdamse markten.

In maart 1939 bevond Nederland zich in de laatste rustige maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De economische omstandigheden waren in deze periode voor veel kleine zelfstandigen en marktkooplieden zwaar. Dergelijke verzoeken voor uitstel konden te maken hebben met persoonlijke omstandigheden, ziekte, of een tijdelijk gebrek aan handelswaar. Het document biedt een klein venster op de dagelijkse bureaucratie rondom het Amsterdamse volksleven vlak voor de bezetting. A. de Rooij Marktwezen

Samenvatting

Het document is een kort, formeel advies gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen. Het betreft een verzoek van een marktkoopman, genaamd A. de Rooij (of Rooy), die houder is van standplaats nummer 284 op de Lindengracht-markt. De kern van de notitie is het goedkeuren van een tijdelijk uitstel van de aanwezigheidsplicht op de markt.

De schrijver stelt dat er "mijns inziens" (m.i.) geen bezwaar is tegen dit uitstel, mits de financiële verplichting — de betaling van het marktgeld — gehandhaafd blijft. Dit illustreert de administratieve regels van die tijd: een plek op de markt was een recht dat men kon verliezen als men niet opkwam, tenzij er expliciet toestemming werd verleend en de leges werden doorbetaald.

Historische Context

De Lindengracht is een iconische marktlocatie in de Jordaan te Amsterdam. De Dienst van het Marktwezen was verantwoordelijk voor de ordening en inningen van gelden op de diverse Amsterdamse markten.

In maart 1939 bevond Nederland zich in de laatste rustige maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De economische omstandigheden waren in deze periode voor veel kleine zelfstandigen en marktkooplieden zwaar. Dergelijke verzoeken voor uitstel konden te maken hebben met persoonlijke omstandigheden, ziekte, of een tijdelijk gebrek aan handelswaar. Het document biedt een klein venster op de dagelijkse bureaucratie rondom het Amsterdamse volksleven vlak voor de bezetting.

Genoemde Personen 1

Locaties

Lindengracht

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 2