Zakelijke brief (handgeschreven)
Origineel
Zakelijke brief (handgeschreven) 31 juli 1916 J.C. Hofman & Zn. Amsterdamsche Eierenveiling VRN (V.P.N.), Amsterdam Culemborg 31 Juli 1916
Amsterdamsche Eierenveiling VRN
Amsterdam
M!
Dd 12 juli leverden wij aan de gemeente Amsterdam volgens opdracht van het Eierbureau te Amersfoort 72000 eieren.
Door uwe tusschenkomst ontvingen wij eene afrekening om aan te schikken.
Wij gaan in geen geval met die afrekening accoord.
De uitgeschouwde eieren zijn onze eieren niet althans niet alle.
Te kort in de kisten bestaat niet. Ze zijn persoonlijk door ons verpakt!
De stukken 1188 (dus waardeloos) bestaat ook niet, dit is veel overdreven; met de kneuzen willen wij accoord gaan. Graag wilde ik van u weten, waar wij ons bij de Gemeente Amsterdam hierover moeten vervoegen.
In afwachting teekenen wij
Hoogachtend
Uw dr dw dr
J.C. Hofman & Zn
P.S. U weet, hoe wij te Rotterdam aan de Veiling hebben geleverd. Het document betreft een formeel protest van de firma J.C. Hofman & Zn uit Culemborg over de afhandeling van een grote partij eieren. De brief is gericht aan de Amsterdamse Eierenveiling, die optrad als tussenpersoon.
De kern van het geschil is de kwaliteitscatering en de kwantiteit van de levering:
1. Identiteit van de waar: De schrijver trekt in twijfel of de afgekeurde ("uitgeschouwde") eieren wel daadwerkelijk uit hun partij afkomstig zijn.
2. Verpakking: Hofman benadrukt dat zij zelf de kisten hebben ingepakt, waardoor een tekort aan eieren volgens hen onmogelijk is.
3. Schade: Er wordt geprotesteerd tegen het aantal van 1188 "stukken" (gebroken eieren), wat als overdreven wordt bestempeld. Men is enkel bereid de "kneuzen" (eieren met barstjes) te accepteren in de afrekening.
De toon is zakelijk maar zeer beslist, wat wordt onderstreept door het gebruik van een uitroepteken achter de mededeling dat de kisten persoonlijk zijn verpakt. De brief is geschreven in de zomer van 1916, tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, heerste er schaarste en stond de handel onder strikt toezicht van de overheid. Het genoemde "Eierbureau te Amersfoort" was een van de crisisinstellingen die de distributie van levensmiddelen moesten reguleren (de Rijksbureau-organisatie).
Het "schouwen" van eieren was de destijds gebruikelijke inspectiemethode waarbij eieren voor een lamp werden gehouden om de versheid en eventuele breuken te controleren. De levering aan de "Gemeente Amsterdam" duidt op centrale inkoop door de overheid voor de voedselvoorziening van de stadsbevolking. De postscriptum verwijst naar de goede reputatie van de firma bij de veiling in Rotterdam, bedoeld om de eigen betrouwbaarheid kracht bij te zetten.