Archief 745
Inventaris 745-283
Pagina 216
Dossier 4
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/nota.

1 april [191]9. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Publieke Werken of de Marktdienst).

Origineel

Getypte ambtelijke brief/nota. 1 april [191]9. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Publieke Werken of de Marktdienst). 1                                  1 April                   9
30/9/4             den Heer Wethouder voor de
Amsterdam.                    Levensmiddelen

                    Mynerzyds wordt echter betwist, dat zelfs in
principe het bedoelde voorstel juist is. De markten worden
op openbare wegen gehouden, zonder dat aan die wegen ten be-
hoeve van de markten een byzondere eisch wordt gesteld: een
normaal onderhouden weg is ook voor markt geschikt. Ik meen
daarom, dat ik aanvaarding van het voorstel van myn Ambtge-
noot moet ontraden; nog daargelaten, dat in de practyk niets
anders zou worden bereikt dan overboeking van een post der
Begrooting namelyk no.832 op een anderen in hetzelfde hoofd-
stuk namelyk no.834. Veeleer verdient het myns inziens aan-
beveling, wanneer dit noodig zou zyn, no.832 te verhoogen.
                    Wat tenslotte Uw opmerking betreft, dat de kosten
van bestrating worden bestreden uit inkomsten van erfpacht
en van straatgeld, diene, dat inderdaad in nieuwe wyken,
waar gronden in erfpacht worden uitgegeven, onder andere ook
de kosten van eersten aanleg der straten (met rioleeringen
enz.) voor de berekening van de erfpacht in aanmerking wor-
den genomen; echter niet de kosten van het latere onderhoud
der bestratingen. Bovendien behoort het Waterlooplein tot de
oudere stadsgedeelten, waar de grond meerendeels is verkocht,
in hoeverre by den verkoop destyds ook met de kosten van
straten-aanleg is rekening gehouden, kan niet meer worden
nagegaan; doch ook hier is zeker het latere onderhoud niet
in den prys begrepen geweest. Uw opmerking inzake het straat-
geld onderschryf ik ten volle: dit dient, ook naar myn mee-
ning, onder meer voor het onderhoud der bestratingen.

                                                De Directeur, * Kern van het geschil: De Directeur adviseert negatief over een voorstel (waarschijnlijk van een collega-directeur) om budgetten te verschuiven voor het onderhoud van wegen waarop markten plaatsvinden. Hij stelt dat markten geen extra slijtage veroorzaken die specifiek onderhoud rechtvaardigt bovenop het normale wegonderhoud.
* Financiële argumentatie: De schrijver typeert het voorstel als een louter administratieve handeling ("overboeking van een post") zonder praktisch nut. Hij stelt voor om, indien nodig, de bestaande begrotingspost te verhogen in plaats van te schuiven.
* Juridisch-historische context: Er wordt een interessant onderscheid gemaakt tussen de financiering van infrastructuur in "nieuwe wijken" (via erfpacht voor de eerste aanleg) en de "oudere stadsgedeelten" (waar grond verkocht is). Hij benadrukt dat onderhoudskosten nooit in de historische grondprijs of erfpacht verdisconteerd zijn.
* Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gebruikelijke spelling (bijv. "myn", "byzondere", "practyk", "aanleg der straten"). Dit document stamt uit een periode (waarschijnlijk 1919, gezien de "9" en de specifieke wethouderspost) waarin de gemeente Amsterdam worstelde met de verdeling van kosten tussen verschillende diensten na de Eerste Wereldoorlog. De wethouder voor Levensmiddelen was in die tijd een cruciale figuur vanwege de distributie en marktvoorziening. Het Waterlooplein, dat expliciet genoemd wordt, was destijds al een van de belangrijkste marktlocaties van de stad. De discussie over de relatie tussen erfpacht en de bekostiging van de publieke ruimte is een thema dat in de Amsterdamse geschiedenis tot op de dag van vandaag relevant is.

Samenvatting

  • Kern van het geschil: De Directeur adviseert negatief over een voorstel (waarschijnlijk van een collega-directeur) om budgetten te verschuiven voor het onderhoud van wegen waarop markten plaatsvinden. Hij stelt dat markten geen extra slijtage veroorzaken die specifiek onderhoud rechtvaardigt bovenop het normale wegonderhoud.
  • Financiële argumentatie: De schrijver typeert het voorstel als een louter administratieve handeling ("overboeking van een post") zonder praktisch nut. Hij stelt voor om, indien nodig, de bestaande begrotingspost te verhogen in plaats van te schuiven.
  • Juridisch-historische context: Er wordt een interessant onderscheid gemaakt tussen de financiering van infrastructuur in "nieuwe wijken" (via erfpacht voor de eerste aanleg) en de "oudere stadsgedeelten" (waar grond verkocht is). Hij benadrukt dat onderhoudskosten nooit in de historische grondprijs of erfpacht verdisconteerd zijn.
  • Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gebruikelijke spelling (bijv. "myn", "byzondere", "practyk", "aanleg der straten").

Historische Context

Dit document stamt uit een periode (waarschijnlijk 1919, gezien de "9" en de specifieke wethouderspost) waarin de gemeente Amsterdam worstelde met de verdeling van kosten tussen verschillende diensten na de Eerste Wereldoorlog. De wethouder voor Levensmiddelen was in die tijd een cruciale figuur vanwege de distributie en marktvoorziening. Het Waterlooplein, dat expliciet genoemd wordt, was destijds al een van de belangrijkste marktlocaties van de stad. De discussie over de relatie tussen erfpacht en de bekostiging van de publieke ruimte is een thema dat in de Amsterdamse geschiedenis tot op de dag van vandaag relevant is.

Kooplieden in dit dossier 10