Archiefdocument
Origineel
29 juli 1916. C.A. Kop, Grossier in eieren. Het Gemeentebestuur van Amsterdam. [Briefhoofd]
C. A. KOP,
GROSSIER IN EIEREN.
===
Lange Baanstraat 49.
===
Telefoon 1013.
Rotterdam, 29/7 1916
Aan het Gemeentebestuur
Amsterdam
Mijnheer!
Hierbij is mijne mededeeling dat ik met de korting op de eieren van geleverd den 12 Juli 1916 geen accord neemt de eier waren bij afzending volledig en goed gezond en juist geteld en daar ik binnen 2 x 24 uren geen klachte ontving zoo verlang ik mijn volledig bedrag f 1252.80 en 10 kiste f 1.00 = 32.40
[Berekening kolom 1]
f 1252.80
32.40
1285.20
1215.51
f 69,69
[Aantekeningen rechts van berekening]
ontvang 1215,51
aldus nog te goed f 69,69
af telegram ,30
waarom bij francobezorgen 69,39
Achtend
C. A. Kop
Gelieve mij per omgaande resterend per post te zenden. * Onderwerp: Een zakelijk geschil over een toegepaste korting op een levering eieren.
* Kernbetoog: De eierhandelaar C.A. Kop accepteert een door de gemeente Amsterdam toegepaste prijsverlaging niet. Hij voert twee bewijslast-argumenten aan:
1. Kwaliteitsgarantie: De eieren waren bij verzending "gezond" (vers) en het aantal klopte ("juist geteld").
2. Verzuim van reclamatie: Hij wijst op een geldende handelstermijn van 48 uur ("2 x 24 uren"). Omdat de gemeente niet binnen deze tijd heeft geklaagd, vervalt volgens hem het recht op korting.
* Financiële details: De brief toont een nauwkeurige afwikkeling. De hoofdsom (f 1252,80) wordt verhoogd met emballagekosten (kisten, f 32,40). Na aftrek van wat reeds betaald is (f 1215,51), resteert f 69,69. Kop trekt hier zelf nog 30 cent af voor de kosten van een telegram, om tot een definitief te vorderen bedrag van f 69,39 te komen. Dit document dateert uit het midden van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Hoewel Nederland neutraal was, heerste er grote schaarste en stond de voedselvoorziening onder streng toezicht. Gemeentebesturen, met name in grote steden als Amsterdam, fungeerden in deze periode als centrale inkopers en distributeurs van basisvoedsel om woekerprijzen en honger tegen te gaan. De brief illustreert de zakelijke spanning tussen private groothandelaren en de overheid in een tijd van distributie en rantsoenering. Het genoemde bedrag van ruim 1200 gulden vertegenwoordigde in 1916 een aanzienlijke economische waarde (het equivalent van vele maandsalarissen voor een gemiddelde arbeider).