Brief (afschrift).
Origineel
Brief (afschrift). 23 mei 1916. Afschrift.
Ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel.
Nº 687.
Afdeeling
Algemeene Secretarie
Betreffende:
Levensmiddelenvoorziening
's-Gravenhage, 23 Mei 1916.
Ik heb de eer U mede te deelen, dat voor het derde crisisjaar, dat welhaast voor de deur staat, door mij wederom maatregelen inzake levensmiddelenvoorziening zullen worden getroffen, wanneer het ontwerp van wet tot aanvulling en verhooging van het tiende Hoofdstuk der Staatsbegrooting voor het dienstjaar 1916 tot wet zal zijn verheven.
In afwachting daarvan acht ik het gewenscht de behoefte te kennen, waarin zoo doenlijk en zooveel mogelijk zal worden voorzien, en verzoek ik U derhalve te willen nagaan, of de beschikbaarstelling der onder toezicht van Rijkscommissiën gedistribueerde artikelen wederom voor Uwe Gemeente noodzakelijk (wenschelijk) is, en zoo ja, welke hoeveelheden der verschillende artikelen U van September 1916 - Mei 1917 voor Uwe Gemeente wenscht te betrekken.
Het behoeft geen betoog dat mijnerzijds
Aan Heeren Burgemeesters. * Vorm: Het betreft een ambtelijk "Afschrift" (kopie) van een circulaire verzonden vanuit het ministerie aan de Nederlandse burgemeesters. De tekst is geschreven in een duidelijk leesbaar, formeel 20e-eeuws cursief handschrift.
* Inhoud: De minister (destijds F.E. Posthuma) kondigt nieuwe maatregelen aan voor het komende "derde crisisjaar" van de Eerste Wereldoorlog. De brief dient als inventarisatie: gemeenten moeten aangeven hoeveel distributiegoederen zij nodig denken te hebben voor de periode september 1916 tot mei 1917.
* Terminologie:
* "Tiende Hoofdstuk der Staatsbegrooting": Dit hoofdstuk had specifiek betrekking op het Ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel.
* "Rijkscommissiën": De speciale organen die tijdens de oorlog werden opgericht om de handel en distributie van schaarse goederen (zoals graan, vetten en brandstof) te reguleren. Dit document stamt uit een kritieke fase van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Hoewel Nederland neutraal was, werd het land zwaar getroffen door de Britse zeeblokkade en de Duitse duikbootoorlog, wat leidde tot grote tekorten aan voedsel en grondstoffen.
In 1916 was de schaarste dusdanig toegenomen dat de overheid de regie over de voedselvoorziening volledig naar zich toe trok (het zogenaamde 'Systeem-Posthuma'). Deze brief markeert het moment waarop de centrale overheid de gemeenten dwingt tot een strakke planning van de distributie. Het "derde crisisjaar" waarnaar verwezen wordt, zou uiteindelijk een van de zwaarste jaren voor de Nederlandse bevolking worden, uitmondend in de invoering van de broodkaart en het bekende 'Aardappeloproer' in 1917.