Archief 745
Inventaris 745-434
Pagina 114
Dossier 106
Jaar 1944
Stadsarchief

Verslag en bijbehorende enquête-vragenlijst (Bijlage I).

Juni 1916.

Origineel

Verslag en bijbehorende enquête-vragenlijst (Bijlage I). Juni 1916. [Linkerpagina]

— 4 —

I. ELECTR. WERKEN.
Ingekomen vragenlijsten 5 stuks.
Van de betrokkenen zijn 4 gehuwd en één ongehuwd.
Van de 4 gehuwden hebben 3 hunner een aantal van 4, 4 en 3 kinderen.
De leeftijd is: 71, 47, 41, 40 en 38 jaar.
In dienst is: één: 2 jaar drie maanden, twee hunner 2 jaar, één: 9 maanden, en één: 3 maanden.
Het dagloon bedraagt f 2.25 per dag, plus toeslag.
Vacantie werd voorheen nimmer door de betrokkenen genoten.
Inzake doorbetaling bij ziekte, wordt medegedeeld, dat indien men eenigen tijd achtereen in dienst is, doorbetaling plaats vindt. Er blijkt echter niet welke grens er gesteld is en of deze grens al dan niet willekeurig getrokken wordt. Overwerk wordt betaald met 31 ct. per uur.

Als algemeene wensch wordt geuit de behoefte aan een vacantie-regeling met behoud van loon, waar intusschen aan voldaan is, een ziekte-regeling, en door enkelen hunner een herziening van de leeftijdsgrens voor vaste aanstelling.

II. GEM. SECRETARIE, (afd. Militaire Zaken).
Ingekomen vragenlijsten 26 stuks.
Gehuwden.
Van de betrokkenen waren 6 gehuwd, met een aantal van 1, 1, 1, 2, 5 en 8 kinderen. (De leeftijd is 57, 52, 44, 39, 36 en 31 jaar).
Van deze gehuwden waren in dienst: één: 1 jaar 11 maanden; één: 1 jaar 9 maanden, één: 13 maanden, één: 8½ maand, een: 7½ maand, en één: 2 maanden.
Het dagloon bedraagt voor 2 gehuwden f 2.— per dag, plus duurtetoeslag, 2 anderen hebben f 2.— per dag, waarschijnlijk ook duurtetoeslag, doch zulks staat niet vermeld, de 2 overigen f 1.75 per dag, plus duurtetoeslag. Als bijzonderheid wordt vermeld dat het loon van f 2.— p. d. als gunst aan enkelen wordt gegeven.
Het overwerk wordt voor deze personen betaald met 35 cents per uur.

Ongehuwden.
De 20 overige betrokkenen waren ongehuwd, en voor dezen gelden de volgende verhoudingen.
Het betreft 12 volwassenen en 8 minderjarigen, wier leeftijd variëert van 17 tot 40 jaar.
Van de volwassenen waren in dienst: twee: 1 jaar 9 maanden, twee: 1 jaar 8 maanden, één: 1 jaar 5 maanden, één: 1 jaar 3 maanden, één: 1 jaar 1 maand, één: 10 maanden, één: 9 maanden, één: 8 maanden, één: 5 maanden, één: 4 maanden.
Het dagloon is voor deze 12 betrokkenen f 1.75 per dag.
Het overwerk wordt betaald met 35 cent per uur.
Van de minderjarigen waren in dienst: één: 2 jaar, twee: 1 jaar 11 maanden, één: 1 jaar 10 maanden, twee: 1 jaar 9 maanden, één: 1 jaar 7 maanden en een: 2 maanden.
Het dagloon bedraagt voor één: f 1.50 p. d., drie: f 1.35 p. d., drie: f 1.20 p. d. en één: f 1.— p. d.
Het overwerk wordt betaald voor de 4 eersten met 35 cent per uur, de 3 volgenden met 25 cent per uur en voor den laatste met 20 cent per uur.
Bemerking.
Zeer blijkbaar ontvangt geen dezer betrokkenen duurtetoeslag, als kostwinner, althans geen enkele vragenlijst vermeldt naast het dagloon, eenig bedrag als duurtetoeslag.

De vacantie is voor allen bepaald op 6 werkdagen met behoud van loon, bij minstens 6 maanden dienst.


[Rechterpagina]

BIJLAGE I.

ALGEMENE NEDERLANDSCHE AMBTENAARSBOND.
„AFDEELING AMSTERDAM”.

SECRETARIAAT:
DA COSTASTRAAT 31 huis,
TELEFOON: Z. 2703.
AMSTERDAM, Juni 1916.

VRAGENLIJST.
Enquête naar de positie, bezoldiging, promotie, enz. der schrijvers in lossen dienst van de Gemeente Amsterdam.

  1. Naam en juist adres.
  2. In welk jaar geboren?
  3. Zijt gij gehuwd, resp. weduwnaar en zoo ja, hoeveel kinderen hebt gij te verzorgen?
  4. Wanneer zijt gij in gemeentedienst gekomen en bij welke takken van dienst zijt gij:
    a. werkzaam geweest?
    b. thans werkzaam?
  5. Zijt gij werkzaam op dag-, week- of jaarloon en hoeveel bedraagt dit thans?
  6. Wordt U vacantie met behoud van wedde verleend en zoo ja, gedurende hoeveel dagen per jaar?
  7. Gaat bij ziekte Uw salaris door? Hoe is dat geregeld?
  8. Hoe is de betaling van het overwerk geregeld?
  9. Hoeveel bedraagt het minimum- en hoeveel het maximum-salaris, dat aan schrijvers in lossen dienst bij Uwen tak van dienst wordt uitbetaald?
    Hoeveel losse schrijvers zijn er in dienst?
  10. Op welke feiten wenscht gij nog verder de aandacht te vestigen?

Het is het belang der gemeente te kunnen beschikken over geoefend reserve-personeel in geval van ziekte, verlof, enz. Het is Uw belang deze vragenlijst zoo spoedig mogelijk zorgvuldig ingevuld in te leveren bij het bestuur. Dit document bevat de geaggregeerde resultaten en de bron van een onderzoek uitgevoerd door de Amsterdamse afdeling van de Algemene Nederlandsche Ambtenaarsbond in 1916. Het richt zich op de arbeidsomstandigheden van "schrijvers in lossen dienst" (kantoorpersoneel zonder vaste aanstelling).

Uit de data blijkt een grote diversiteit in leeftijd (van 17 tot 71 jaar) en diensttijd, maar een structurele onzekerheid in arbeidsvoorwaarden. De loonverschillen tussen gehuwden en ongehuwden, en tussen volwassenen en minderjarigen worden gedetailleerd weergegeven. Er is kritiek op de arbitraire uitvoering van regelingen rondom ziekteverzuim en het gebrek aan vakantiedagen voor bepaalde groepen. De bond gebruikt deze enquête om te lobbyen voor betere rechtsposities en gestandaardiseerde vergoedingen zoals de "duurtetoeslag". In 1916 bevond Nederland zich in een economisch lastige positie door de Eerste Wereldoorlog. Hoewel neutraal, zorgde de oorlog voor schaarste en hoge inflatie, wat de roep om "duurtetoeslagen" (compensatie voor de gestegen kosten van levensonderhoud) verklaart.

De term "schrijvers in lossen dienst" duidt op een kwetsbare groep binnen het ambtelijk apparaat die vaak jarenlang tijdelijk werk verrichtte zonder de sociale zekerheden van ambtenaren in vaste dienst. De afdeling Militaire Zaken had in deze periode een enorme werklast vanwege de mobilisatie van het leger. Dit document is een typerend voorbeeld van de vroege vakbondsstrijd voor de professionalisering en bescherming van overheidspersoneel.

Samenvatting

Dit document bevat de geaggregeerde resultaten en de bron van een onderzoek uitgevoerd door de Amsterdamse afdeling van de Algemene Nederlandsche Ambtenaarsbond in 1916. Het richt zich op de arbeidsomstandigheden van "schrijvers in lossen dienst" (kantoorpersoneel zonder vaste aanstelling).

Uit de data blijkt een grote diversiteit in leeftijd (van 17 tot 71 jaar) en diensttijd, maar een structurele onzekerheid in arbeidsvoorwaarden. De loonverschillen tussen gehuwden en ongehuwden, en tussen volwassenen en minderjarigen worden gedetailleerd weergegeven. Er is kritiek op de arbitraire uitvoering van regelingen rondom ziekteverzuim en het gebrek aan vakantiedagen voor bepaalde groepen. De bond gebruikt deze enquête om te lobbyen voor betere rechtsposities en gestandaardiseerde vergoedingen zoals de "duurtetoeslag".

Historische Context

In 1916 bevond Nederland zich in een economisch lastige positie door de Eerste Wereldoorlog. Hoewel neutraal, zorgde de oorlog voor schaarste en hoge inflatie, wat de roep om "duurtetoeslagen" (compensatie voor de gestegen kosten van levensonderhoud) verklaart.

De term "schrijvers in lossen dienst" duidt op een kwetsbare groep binnen het ambtelijk apparaat die vaak jarenlang tijdelijk werk verrichtte zonder de sociale zekerheden van ambtenaren in vaste dienst. De afdeling Militaire Zaken had in deze periode een enorme werklast vanwege de mobilisatie van het leger. Dit document is een typerend voorbeeld van de vroege vakbondsstrijd voor de professionalisering en bescherming van overheidspersoneel.

Kooplieden in dit dossier 1

M.A.Sieverts Waterlooplein 2