Archief 745
Inventaris 745-434
Pagina 132
Dossier 28
Jaar 1944
Stadsarchief

Zakelijke brief op officieel briefpapier.

20 mei 1916. Van: Secretaris van de Algemeene Nederlandsche Marktkoopliedenbond, Zeedijk 102, Amsterdam. Aan: Den Heer Clausens, Directeur van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Zakelijke brief op officieel briefpapier. 20 mei 1916. Secretaris van de Algemeene Nederlandsche Marktkoopliedenbond, Zeedijk 102, Amsterdam. Den Heer Clausens, Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. ALGEMEENE NEDERLANDSCHE MARKTKOOPLIEDENBOND

SECRETARIAAT:
102 ZEEDIJK [handgeschreven:] Amsterdam, 20 Mei 1916

Aan den Heer Clausens, Directeur v/h
Marktwezen Alhier

WelEdele Heer.

Naar aanleiding van het door uwel. gehouden
gesprek j.l. woensdag met een onzer Bestuursleden, waaraan
Uwel. mededeelde dat men nog voorloopig er niet toe
kon overgaan tot het verloten van de niet bezette
plaatsen op de Nieuwmarkt Alhier, daar men het nog
niet eens was op eenige kleine zaken, neem ik nog een-
bij deze de vrijheid, het door ons aangegeven voorstel
van een goede en makkelijke manier voor het uitgeven
van de dagelijksche onbezetste plaatsen (indien zulks door
door u goedgekeurd zou worden) bij dezen nog eens schriftelijk uiteen
te zetten.
Wij stellen ons voor het nummeren van de kramen
opdat de marktmeester kan zeggen loteling dit of dat
nummer ga bijv: naar no 24 rij 3.
Alzoo wordt voorkomen dat men zooals voorheen heele
troepen achter de marktmeester aanloopen.
Inmiddels teeken wij met ware gevoelens van Hoogachting:

Namens het Bestuur,
Uw Edelasnodienaar, [?]
Ph. Jelier [?] Secretaris.

Coll. [linksonder] * Taal en Stijl: De brief is geschreven in formeel, enigszins archaïsch Nederlands, typerend voor zakelijke correspondentie uit het begin van de 20e eeuw (gebruik van "UwelEdele", "j.l.", "alhier", "bij dezen").
* Inhoud: De kern van de brief is een logistiek voorstel. De bond stelt voor om alle marktkramen te nummeren. Op die manier kan de marktmeester bij het toewijzen van dagplaatsen (de 'loting') simpelweg een nummer en rij noemen.
* Probleemstelling: De brief geeft een interessant inkijkje in de toenmalige praktijk: blijkbaar liepen groepen marktkooplieden ("heele troepen") fysiek achter de marktmeester aan over de markt terwijl hij plaatsen aanwees. Dit veroorzaakte onrust of wanorde die de bond met dit systeem wilde verhelpen.
* Handschrift: Het betreft een vlot en geoefend cursief handschrift, waarschijnlijk van de secretaris. De ondertekening bevat een hoffelijkheidsformule ("Uw Edelasnodienaar") die een samentrekking lijkt van "Uw Edelachtbare dienaar". Deze brief dateert uit het midden van de Eerste Wereldoorlog (waarin Nederland neutraal was). In deze periode was de organisatie van de voedselvoorziening en de markthandel van groot belang voor een stad als Amsterdam.

De Algemeene Nederlandsche Marktkoopliedenbond behartigde de belangen van de handelaren. De brief illustreert de verschuiving naar een meer gereguleerde en georganiseerde markthandel. De Nieuwmarkt was (en is) een van de belangrijkste marktpleinen van Amsterdam. Het contact tussen de bond en de Directeur van het Marktwezen laat zien hoe de belangenorganisatie probeerde mee te denken met de gemeentelijke bureaucreatie om de dagelijkse gang van zaken op de markt efficiënter en ordelijker te laten verlopen. De genoemde "lotelingen" verwijst naar het systeem waarbij beschikbare plaatsen die niet door vaste vergunninghouders werden ingenomen, dagelijks werden verloot onder de aanwezige gegadigden.

Samenvatting

  • Taal en Stijl: De brief is geschreven in formeel, enigszins archaïsch Nederlands, typerend voor zakelijke correspondentie uit het begin van de 20e eeuw (gebruik van "UwelEdele", "j.l.", "alhier", "bij dezen").
  • Inhoud: De kern van de brief is een logistiek voorstel. De bond stelt voor om alle marktkramen te nummeren. Op die manier kan de marktmeester bij het toewijzen van dagplaatsen (de 'loting') simpelweg een nummer en rij noemen.
  • Probleemstelling: De brief geeft een interessant inkijkje in de toenmalige praktijk: blijkbaar liepen groepen marktkooplieden ("heele troepen") fysiek achter de marktmeester aan over de markt terwijl hij plaatsen aanwees. Dit veroorzaakte onrust of wanorde die de bond met dit systeem wilde verhelpen.
  • Handschrift: Het betreft een vlot en geoefend cursief handschrift, waarschijnlijk van de secretaris. De ondertekening bevat een hoffelijkheidsformule ("Uw Edelasnodienaar") die een samentrekking lijkt van "Uw Edelachtbare dienaar".

Historische Context

Deze brief dateert uit het midden van de Eerste Wereldoorlog (waarin Nederland neutraal was). In deze periode was de organisatie van de voedselvoorziening en de markthandel van groot belang voor een stad als Amsterdam.

De Algemeene Nederlandsche Marktkoopliedenbond behartigde de belangen van de handelaren. De brief illustreert de verschuiving naar een meer gereguleerde en georganiseerde markthandel. De Nieuwmarkt was (en is) een van de belangrijkste marktpleinen van Amsterdam. Het contact tussen de bond en de Directeur van het Marktwezen laat zien hoe de belangenorganisatie probeerde mee te denken met de gemeentelijke bureaucreatie om de dagelijkse gang van zaken op de markt efficiënter en ordelijker te laten verlopen. De genoemde "lotelingen" verwijst naar het systeem waarbij beschikbare plaatsen die niet door vaste vergunninghouders werden ingenomen, dagelijks werden verloot onder de aanwezige gegadigden.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 1

M.A.Sieverts Waterlooplein 2