Brief/Administratieve correspondentie
Origineel
Brief/Administratieve correspondentie Amsterdam, 4 april 1920 G. Nottelman De heer Claassen [Linksboven:]
№ 1139 M. 1920
5/5
[Rechtsboven:]
Amsterdam 4 April 1920
[Salutatie:]
Geachte Heer Claassen,
[Inhoud:]
U zoudt mij ten zeerste verplichten
door mij even te willen mededeelen de prijzen
der verschillende vischsoorten in de Gemeente-
Winkels, zooals die waren vastgesteld op
21, 22, 23, 24 en 25 April j.l.
Met beleefden dank voor de genomen moeite
Hoogachtend
G. Nottelman
[Aantekeningen onderaan:]
daarnaast prijzen v. winkels -
Toename aantal winkels en particulieren De kern van dit document is een formeel verzoek om informatie over de gereguleerde visprijzen in de Amsterdamse gemeentewinkels. De afzender vraagt specifiek naar de data 21 tot en met 25 april. Gezien de brief op 4 april 1920 is geschreven, duidt "j.l." (jongstleden) hoogstwaarschijnlijk op de maand april van het jaar daarvoor (1919), of er is sprake van een administratieve discrepantie in de datering.
De tekst is geschreven in een net, zakelijk handschrift dat typerend is voor de vroege 20e eeuw. De toevoegingen onderaan lijken werknotities te zijn, mogelijk gemaakt door de ontvanger of een archiefmedewerker, die aangeven dat deze data vergeleken moesten worden met particuliere winkelprijzen en dat er gekeken werd naar de groei van het aantal verkooppunten. Dit document moet geplaatst worden in de sociaal-economische nasleep van de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal bleef, was er sprake van grote schaarste en prijsstijgingen. Om de voedselvoorziening betaalbaar te houden voor de gewone burger, richtte de gemeente Amsterdam 'Gemeentewinkels' op. Hier werden basisproducten (zoals vis, aardappelen en brandstof) tegen gecontroleerde prijzen verkocht.
De brief is een bewijs van de nauwgezette administratieve controle op deze prijzen. Het vergelijken van de prijzen van de gemeentewinkels met die van de particuliere sector (zoals gesuggereerd in de kantlijn) was cruciaal voor het beleid om inflatie en woekerprijzen tegen te gaan. De naam 'Nottelman' komt vaker voor in de archieven van de Amsterdamse Gemeentelijke Marktwezen en de Voedselcommissaris uit die periode. Claassen (De heer) G. Nottelman Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
De kern van dit document is een formeel verzoek om informatie over de gereguleerde visprijzen in de Amsterdamse gemeentewinkels. De afzender vraagt specifiek naar de data 21 tot en met 25 april. Gezien de brief op 4 april 1920 is geschreven, duidt "j.l." (jongstleden) hoogstwaarschijnlijk op de maand april van het jaar daarvoor (1919), of er is sprake van een administratieve discrepantie in de datering.
De tekst is geschreven in een net, zakelijk handschrift dat typerend is voor de vroege 20e eeuw. De toevoegingen onderaan lijken werknotities te zijn, mogelijk gemaakt door de ontvanger of een archiefmedewerker, die aangeven dat deze data vergeleken moesten worden met particuliere winkelprijzen en dat er gekeken werd naar de groei van het aantal verkooppunten.
Historische Context
Dit document moet geplaatst worden in de sociaal-economische nasleep van de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal bleef, was er sprake van grote schaarste en prijsstijgingen. Om de voedselvoorziening betaalbaar te houden voor de gewone burger, richtte de gemeente Amsterdam 'Gemeentewinkels' op. Hier werden basisproducten (zoals vis, aardappelen en brandstof) tegen gecontroleerde prijzen verkocht.
De brief is een bewijs van de nauwgezette administratieve controle op deze prijzen. Het vergelijken van de prijzen van de gemeentewinkels met die van de particuliere sector (zoals gesuggereerd in de kantlijn) was cruciaal voor het beleid om inflatie en woekerprijzen tegen te gaan. De naam 'Nottelman' komt vaker voor in de archieven van de Amsterdamse Gemeentelijke Marktwezen en de Voedselcommissaris uit die periode.