Archief 745
Inventaris 745-54
Pagina 33
Dossier 75
Jaar 1920
Stadsarchief

Afschrift van een extract uit het register van besluiten van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam.

Het oorspronkelijke besluit van de Gemeenteraad is van 29 april 1920; het besluit van B&W is van 4 mei 1920; de goedkeuring door Gedeputeerde Staten is van 5 mei 1920.

Origineel

Afschrift van een extract uit het register van besluiten van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam. Het oorspronkelijke besluit van de Gemeenteraad is van 29 april 1920; het besluit van B&W is van 4 mei 1920; de goedkeuring door Gedeputeerde Staten is van 5 mei 1920. [Pagina 1 - Rechts op afbeelding]

No. 1179 M. 1920. 8/5 | 1 exempl. Th. B. F en Hoofd Kirch [handgeschreven]
NO. 10744 Afschrift

EXTRACT UIT HET BOEK DER BESLUITEN VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM

Dinsdag 4 Mei 1920

Op voorstel van den Wethouder voor de Arbeidszaken wordt door de vergadering het volgende besluit genomen:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Overwegende, dat de Gemeenteraad in zijn vergadering dd. 29 April 1920 het volgende besluit genomen heeft:
De Gemeenteraad van Amsterdam,
Gezien de voordracht van Burgemeester en Wethouders, dd. 30 Maart 1920;
Besluit:
I. te rekenen met ingang van 1 October 1919, in het raadsbesluit van 19 Juni 1919, No. 523, zooals dit nader is gewijzigd;
1e. onder A de salarisgroepen I tot en met VII te vervangen door de volgende:

Groep Minimum-salaris Maximum-salaris
I. f. 1500.- f. 2100.-
II. f. 1600.- " 2400.-
III. " 1800.- " 2700.-
IV. " 1800.- " 3000.-
V. " 2500.- " 3500.-
VI. " 2600.- " 3800.-
VII. " 3200.- " 4200.-

en aan het slot in plaats van "f. 1500.-" te lezen "f. 1500.- respectievelijk f. 1800.-"
2e. onder B voor de periodieke verhooging:
in a in plaats van f. 2000.- te lezen f. 2700.-
de eerste 4 alinea's van b te lezen als volgt:
met f. 100.-, indien het maximum-salaris der betrekking niet meer dan f. 2400.- beloopt;
met f. 150.-, indien het maximum-salaris meer dan f. 2400.-, doch niet meer dan f. 3000.- beloopt;
met f. 200.- indien het maximum-salaris meer dan f. 3000.-, doch minder dan f. 4200.- beloopt;
met f. 300.-, indien het maximum-salaris f. 4200.- of meer, doch minder dan f. 5500.- beloopt;
3e. onder F. en G. in plaats van "minder dan f. 2000.-" te lezen "niet meer dan f. 2400.-".

[Pagina 2 - Links op afbeelding]

als noodig is, om een salaris van f. 4200 te bereiken, welke toekenning geen invloed zal hebben op de regelmatige toekenning der periodieke verhoogingen;

II Burgemeester en Wethouders uit te noodigen, om aan de ambtenaren die op of na 1 October 1919 twintig dienstjaren in hun rang bij de Gemeente hebben of zullen hebben verkregen, het maximum-salaris aan hun rang verbonden, toe te kennen;

III Burgemeester en Wethouders uit te noodigen, de financieele regeling der onder I en II bedoelde uitgaven te zijner tijd voor te dragen;

IV Burgemeester en Wethouders uit te noodigen, aan de [doorgehaald] Gedeputeerde Staten van Noordholland te vragen, of bij hen tegen de uit dit besluit voortvloeiende uitgaven bezwaar bestaat.

Afschrift van dit besluit zal aan Burgemeester en Wethouders worden gegeven.

Gedaan in de vergadering van den 29sten April 1920
De Burgemeester,
w.g. Tellegen
De Secretaris,
w.g. Falkenburg

Tegen de uit dit besluit voortvloeiende uitgaven bestaat bij ons College geen bezwaar.
Haarlem, den 5 Mei 1920, No. 59
Gedeputeerde Staten van Noordholland.
(get) A. Röell Voorzitter
" Moinesz Griffier.

Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris van Amsterdam,
(get) Falkenburg. Dit document is een officieel extract van een Amsterdams gemeentebesluit uit mei 1920. De kern van het besluit betreft een substantiële herziening van de salarisstructuur voor gemeentepersoneel, die met terugwerkende kracht tot 1 oktober 1919 wordt ingevoerd.

De regeling specificeert nieuwe loonschalen (groep I t/m VII) met vaste minimum- en maximumbedragen. Daarnaast worden de regels voor de jaarlijkse periodieke verhogingen aangepast op basis van de hoogte van het maximumsalaris. Een bijzonder aspect is punt II, waarin ambtenaren met 20 dienstjaren in hun huidige rang direct aanspraak kunnen maken op het maximumsalaris van die rang. Het document toont ook het formele proces van die tijd: een raadsbesluit moet worden uitgevoerd door B&W en goedgekeurd worden door de provincie (Gedeputeerde Staten). In de jaren direct na de Eerste Wereldoorlog (1918-1920) kampte Nederland met een hoge inflatie en stijgende kosten voor levensonderhoud. Dit leidde in veel sectoren, waaronder de overheid, tot grote onrust en eisen voor loonsverhogingen. De Amsterdamse salarisregeling van 1920 was een directe reactie hierop.

De ondertekenaars zijn prominente figuren uit die tijd: Jan Willem Tellegen was de burgemeester van Amsterdam (bekend van de 'wet-Tellegen' en zijn inzet voor volkshuisvesting) en Baron Antonie Röell was de Commissaris van de Koningin (toen nog Voorzitter van de Gedeputeerde Staten) van Noord-Holland. De efficiëntie van het proces valt op: tussen het raadsbesluit (29 april), de bekrachtiging door B&W (4 mei) en de goedkeuring vanuit Haarlem (5 mei) zat slechts een week.

Samenvatting

Dit document is een officieel extract van een Amsterdams gemeentebesluit uit mei 1920. De kern van het besluit betreft een substantiële herziening van de salarisstructuur voor gemeentepersoneel, die met terugwerkende kracht tot 1 oktober 1919 wordt ingevoerd.

De regeling specificeert nieuwe loonschalen (groep I t/m VII) met vaste minimum- en maximumbedragen. Daarnaast worden de regels voor de jaarlijkse periodieke verhogingen aangepast op basis van de hoogte van het maximumsalaris. Een bijzonder aspect is punt II, waarin ambtenaren met 20 dienstjaren in hun huidige rang direct aanspraak kunnen maken op het maximumsalaris van die rang. Het document toont ook het formele proces van die tijd: een raadsbesluit moet worden uitgevoerd door B&W en goedgekeurd worden door de provincie (Gedeputeerde Staten).

Historische Context

In de jaren direct na de Eerste Wereldoorlog (1918-1920) kampte Nederland met een hoge inflatie en stijgende kosten voor levensonderhoud. Dit leidde in veel sectoren, waaronder de overheid, tot grote onrust en eisen voor loonsverhogingen. De Amsterdamse salarisregeling van 1920 was een directe reactie hierop.

De ondertekenaars zijn prominente figuren uit die tijd: Jan Willem Tellegen was de burgemeester van Amsterdam (bekend van de 'wet-Tellegen' en zijn inzet voor volkshuisvesting) en Baron Antonie Röell was de Commissaris van de Koningin (toen nog Voorzitter van de Gedeputeerde Staten) van Noord-Holland. De efficiëntie van het proces valt op: tussen het raadsbesluit (29 april), de bekrachtiging door B&W (4 mei) en de goedkeuring vanuit Haarlem (5 mei) zat slechts een week.

Kooplieden in dit dossier 31

H.L. Bonte Waterlooplein 380
H.L. Bonte Waterlooplein 150
V.V.O. Diverse Waterlooplein 4,10-8,50
V.V.O. Diverse Waterlooplein -
V.V.O. Diverse Waterlooplein *433 „ 200 Malta*
V.V.O. Diverse Waterlooplein *H. O. K.*
A. Geboorte Waterlooplein *"*
R. Eigenheimers Waterlooplein 4,10
R. Eigenheimers Waterlooplein *Drente*
R. Eigenheimers Waterlooplein -
E.A. Borgerstr Waterlooplein 3,25. 6,45
A. Geboorte Waterlooplein *Friesland*
Geldersche Bravo's Waterlooplein -
A. Groenten Waterlooplein 1549
79 gulden). " 0,23
B. Schelvisch " 0,45
Polder poters Waterlooplein -
Rijper *Limburgsche industrie* Waterlooplein *Limburg*
K. Bloemen Waterlooplein 222
R. Eigenheimers Waterlooplein *N. Holl. eilanden*
Zeeuwsche blauwen Waterlooplein 10.- 10,75
A. Geboorte Waterlooplein *Zeeland*
Alle 31 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2