Archief 745
Inventaris 745-54
Pagina 37
Dossier 2A
Jaar 1920
Stadsarchief

Doorslag van een getypt ambtelijk verslag of brief.

1920 (volgens handgeschreven aantekening "no 11/19 1920").

Origineel

Doorslag van een getypt ambtelijk verslag of brief. 1920 (volgens handgeschreven aantekening "no 11/19 1920"). [Pagina 2]

        Daardoor zijn de uren van aanvang en afloop dier markten gelyk aan die van de Aardappelenmarkt, waar de marktmeester geen toelage genoot. De motieven voor een byzondere toelage zijn dus vervallen. Waar bovendien de invoering van den achturigen arbeidsdag voor de deur staat, acht ik het niet verantwoord een toelage voor zwaarderenden dienst te behouden nu de werkzaamheden der marktmeesters vrywel gelyk zijn geworden.

[Marginale notitie:] Marktopzichter
        Wat betreft de marktopzichters, die in groep IV in plaats van in groep II geplaatst wenschen te worden, merk ik U op, dat ik de positie van deze ambtenaren, die vroeger steeds ongeveer gelyk werden bezoldigd als agenten van politie, heb opgevoerd tot de hoogte, waarop deze nu staat. In verband hiermede heb ik getracht hen ook meer verantwoordelyk werk te doen verrichten om hen die positie waardig te maken. In hun instructie heb ik dan ook doen opnemen, dat zij de marktmeesters behulpzaam zijn met: a. de handhaving der orde op de markten; b. het toezicht op de naleving der verordeningen, voorschriften, tarieven enz.; c. de invordering der marktgelden, voorzover hun dit opgedragen wordt door de marktmeesters; d. het invullen van lysten omtrent aangevoerde groenten en haar pryzen en e. de zorg tegen beschadiging van gemeente eigendommen, terwyl in art. 6 is bepaald, dat zy op aanwijzing van den Directeur by ontstentenis van den marktmeester deze moeten vervangen. Eigenaardig is het, dat zy zich hierop beroepen om in een hoogere groep geplaatst te worden, terwyl zy dit vroeger evenzeer moesten doen. De vervanging van marktmeesters komt weinig voor.

        Wat wordt gezegd van het innen der marktgelden n.l., dat 2/3 wordt geïnd door de opzichters en 1/3 door de marktmeesters is niet juist; aan de Groenten- en Fruitmarkt innen de marktmeesters en marktopzichters ongeveer ieder de helft, aan de Aardappelenmarkt is het resp. 9/10 en 1/10, terwyl het aan de twee andere markten niet is na te gaan, omdat een groot gedeelte van het marktgeld op de markt moet worden opgehaald, wanneer dit niet aan het kantoor wordt gebracht. De marktmeester is

[Pagina 3]

[Handgeschreven:] no 11/19 1920                                                              3.

evenwel verantwoordelyk voor de geïnde gelden en schryft zooveel zulks mogelykis de kwitanties, welke de marktopzichters gedeeltelyk moeten innen. Het zou een slechte verdeeling van arbeid zijn, indien de marktmeesters alleen moesten zorgen voor de invordering der marktgelden. Indien er te-korten op de door de marktopzichters ontvangen kwitanties zijn, dan moeten zy die bypassen, zooals bij alle incasseeringen gebruikelyk is.

        Het 3e punt, dat b.v. de Bloemen markt en de Brandstoffenmarkt (gedeeltelyk) door de opzichters beheerd wordt en na afloop rapport wordt opgemaakt, pleit niet voor hun inzicht in zaken, omdat ook hier een werkverdeeling moet plaats hebben en b.v. de marktmeester niet alleen de zeer uitgestrekte Brandstoffenmarkt kan waarnemen. Het opnemen van de soorten en pryzen der bloemen en het invullen daarvan op een gedrukten staat wordt voorgesteld als het opmaken van een rapport. Deze werkzaamheden moeten door een marktopzichter worden verricht, die planten kent, welke ik niet bij het oude personeel aantrof, zoodat ik by de aanstelling van nieuw personeel op de kennis daarvan gelet heb. Daartegenover staat, dat marktopzichters niet de minste deskundige opleiding voor hun aanstelling ontvingen en dus in de praktijk moest blyken of zy geschikte personen waren voor de door hen aanvaarde betrekking. Of het hebben van een diploma van een winterschool of winkelkennis waar de jongelui twee maal 6 maanden onderwys ontvingen recht geeft tot een hoogere groep wensch ik te betwyfelen, hoewel dit dan toch alleen zou moeten gelden voor drie nieuwelingen, die in het bezit zijn van bedoeld einddiploma.

        De laatste opmerking over de marktopzichters, waarbij zy zich beroepen op een schryven van den Wethouder voor het Marktwezen dd. 9 April 1919 No 432 berust op een typefout, welke in den brief is geslopen, maar in een volgend stuk is geredresseerd.

        Het komt mij voor, dat de positie van de marktmeesters en marktopzichters zeer juist is bepaald en beider salarissen In dit document reageert een ambtenaar (waarschijnlijk een directeur of afdelingshoofd) op een verzoek van marktopzichters om promotie naar een hogere salarisgroep (Groep IV). De auteur voert diverse redenen aan om dit verzoek af te wijzen:
1. Gelijkheid in werkdruk: De werktijden op de verschillende markten zijn genormaliseerd, waardoor speciale toelages niet langer gerechtvaardigd zijn, mede door de komst van de 8-urige werkdag.
2. Taakomschrijving: Hoewel de opzichters meer verantwoordelijkheden hebben gekregen (handhaving, inning gelden, prijslijsten), is dit juist gedaan om hun huidige salarisgroep te rechtvaardigen, niet om een verdere verhoging te bewerkstelligen.
3. Verantwoording: De marktmeester blijft eindverantwoordelijk voor de financiën; opzichters moeten tekorten zelf bijpassen, wat als standaard incasso-risico wordt gezien.
4. Opleidingseisen: De auteur trekt in twijfel of specifieke diploma’s (zoals van de winterschool) recht geven op een hogere inschaling, aangezien het werk vooral in de praktijk bewezen moet worden.
5. Rechtzetting: Een eerdere verwijzing naar een gunstiger schrijven van een wethouder uit 1919 wordt afgedaan als een typefout die reeds gecorrigeerd is. Dit document stamt uit 1920, een periode waarin de Nederlandse gemeentelijke administratie sterk professionaliseerde en bureaucratiseerde. De vermelding van de "achturigen arbeidsdag" is historisch relevant; de Arbeidswet van 1919 introduceerde deze formeel in Nederland, wat leidde tot herzieningen van arbeidsvoorwaarden bij de overheid. Het document geeft een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken op de stedelijke markten (aardappelen, groenten, fruit, bloemen en brandstoffen) en de hiërarchische verhoudingen tussen marktmeesters en hun ondergeschikte opzichters. De vergelijking met "agenten van politie" toont aan hoe deze functies destijds qua status en beloning werden ingeschat.

Samenvatting

In dit document reageert een ambtenaar (waarschijnlijk een directeur of afdelingshoofd) op een verzoek van marktopzichters om promotie naar een hogere salarisgroep (Groep IV). De auteur voert diverse redenen aan om dit verzoek af te wijzen:
1. Gelijkheid in werkdruk: De werktijden op de verschillende markten zijn genormaliseerd, waardoor speciale toelages niet langer gerechtvaardigd zijn, mede door de komst van de 8-urige werkdag.
2. Taakomschrijving: Hoewel de opzichters meer verantwoordelijkheden hebben gekregen (handhaving, inning gelden, prijslijsten), is dit juist gedaan om hun huidige salarisgroep te rechtvaardigen, niet om een verdere verhoging te bewerkstelligen.
3. Verantwoording: De marktmeester blijft eindverantwoordelijk voor de financiën; opzichters moeten tekorten zelf bijpassen, wat als standaard incasso-risico wordt gezien.
4. Opleidingseisen: De auteur trekt in twijfel of specifieke diploma’s (zoals van de winterschool) recht geven op een hogere inschaling, aangezien het werk vooral in de praktijk bewezen moet worden.
5. Rechtzetting: Een eerdere verwijzing naar een gunstiger schrijven van een wethouder uit 1919 wordt afgedaan als een typefout die reeds gecorrigeerd is.

Historische Context

Dit document stamt uit 1920, een periode waarin de Nederlandse gemeentelijke administratie sterk professionaliseerde en bureaucratiseerde. De vermelding van de "achturigen arbeidsdag" is historisch relevant; de Arbeidswet van 1919 introduceerde deze formeel in Nederland, wat leidde tot herzieningen van arbeidsvoorwaarden bij de overheid. Het document geeft een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken op de stedelijke markten (aardappelen, groenten, fruit, bloemen en brandstoffen) en de hiërarchische verhoudingen tussen marktmeesters en hun ondergeschikte opzichters. De vergelijking met "agenten van politie" toont aan hoe deze functies destijds qua status en beloning werden ingeschat.

Kooplieden in dit dossier 31

H.L. Bonte Waterlooplein 380
H.L. Bonte Waterlooplein 150
V.V.O. Diverse Waterlooplein 4,10-8,50
V.V.O. Diverse Waterlooplein -
V.V.O. Diverse Waterlooplein *433 „ 200 Malta*
V.V.O. Diverse Waterlooplein *H. O. K.*
A. Geboorte Waterlooplein *"*
R. Eigenheimers Waterlooplein 4,10
R. Eigenheimers Waterlooplein *Drente*
R. Eigenheimers Waterlooplein -
E.A. Borgerstr Waterlooplein 3,25. 6,45
A. Geboorte Waterlooplein *Friesland*
Geldersche Bravo's Waterlooplein -
A. Groenten Waterlooplein 1549
79 gulden). " 0,23
B. Schelvisch " 0,45
Polder poters Waterlooplein -
Rijper *Limburgsche industrie* Waterlooplein *Limburg*
K. Bloemen Waterlooplein 222
R. Eigenheimers Waterlooplein *N. Holl. eilanden*
Zeeuwsche blauwen Waterlooplein 10.- 10,75
A. Geboorte Waterlooplein *Zeeland*
Alle 31 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2