Archiefdocument
Origineel
21 mei 1920. Onbekend (vermoedelijk een ambtenaar of beheerder binnen de visvoorziening, het betreft mogelijk een klad of kopie zonder handtekening). Het Hoofd der Gemeentelijke Vischvoorziening, Amsterdam. № 118/ M. 1920.
Amsterdam, 21 Mei 1920
Aan het Hoofd der Gem. Vischvoorziening
Amsterdam.
Naar aanleiding van Uw schrijven
dato 17 Mei j.l. № 164, bericht ik U het
volgende.
De door U van Blaauw Hoedenveem
ontvangen partij klipvisch is gewogen door
personeel van genoemd veem.
Deze weging heeft plaats gehad
onder voortdurend toezicht van den, toen ~~bij~~ in
mijn dienst zijnde, heer K. Bakker. Het vervoer
der partij klipvisch heeft eveneens onder controle
van K. Bakker plaats gevonden. Zooals U zich
zult herinneren, is K Bakker met de schuit
medegekomen. Hieruit volgt dus dat:
~~Vast staat dus:~~
1º dat zuivere vaststelling van het
gewicht der partij klipvisch heeft
plaats gehad.
2º dat de afgewogen hoeveelheid
geheel aan u is overgedragen.
Bij de verantwoording komt dus alleen
het gewicht en dus niet het aantal pakken in
aanmerking. * Schrift: Een duidelijk leesbaar, rechtopstaand tot licht naar rechts hellend currens (lopend) handschrift uit de vroege 20e eeuw. Er zijn enkele correcties zichtbaar, zoals de doorhaling van "bij" en een volledige zin die is vervangen door "Hieruit volgt dus dat:".
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands met de destijds geldende spelling (bijv. "klipvisch", "zooals").
* Kernboodschap: De brief dient om een onduidelijkheid of geschil over een levering klipvis op te helderen. De schrijver stelt dat de controle (door de heer K. Bakker) waterdicht was en dat men zich bij de boekhouding enkel moet baseren op het totaalgewicht en niet op het aantal colli (pakken), aangezien het gewicht leidend is voor de correcte overdracht.
* Instelling: De Gemeentelijke Vischvoorziening Amsterdam was een overheidsorgaan dat tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) was opgericht om de voedseldistributie en visprijzen te reguleren. Hoewel de oorlog in 1920 voorbij was, bestonden dergelijke instanties nog voor de afwikkeling van voorraden en marktregulering. Klipvis (gezouten en gedroogde kabeljauw) was in 1920 een belangrijk volksvoedsel vanwege de lange houdbaarheid. Blaauw Hoedenveem, genoemd in de tekst, was een gerenommeerd Amsterdams overslagbedrijf gespecialiseerd in de opslag van koopmansgoederen. Het document geeft een inkijkje in de logistieke keten van die tijd: goederen werden per schuit vervoerd en de controle op gewicht was essentieel voor de gemeentelijke administratie om fraude of verlies tijdens transport uit te sluiten. Het feit dat de heer Bakker "met de schuit medegekomen" is, diende als bewijs voor de integriteit van de levering.