Archief 745
Inventaris 745-283
Pagina 239
Dossier 23
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief / voorstel.

2 februari 1939. Van: Onbekend (vermoedelijk de Marktmeester of hoofd van de Marktdienst).

Origineel

Getypte ambtelijke brief / voorstel. 2 februari 1939. Onbekend (vermoedelijk de Marktmeester of hoofd van de Marktdienst). 30/11/4 M
1

                                                    VP/G.

                                       2 Februari 1939.

Voorstel om aan W.Kroonenburg
het recht te ontnemen om op
de markten een plaats te
bezetten. den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

        In bylage dezes heb ik de eer U een afschrift te

doen toekomen van een op 1 dezer door den secretaris van myn
dienst opgemaakt rapport. Hieruit blykt, dat W.Kroonenburg,
Prins Hendrikstraat 4 Zaandam, die op markten hier ter stede
(Amstelveld, Jan Evertsenstraat en thans ook op het Water-
looplein) op ongezette tyden een losse plaats bezet, die
plaats misbruikt om aldaar propaganda voor kwakzalvery te
voeren, terwyl hy tevens uitdrukkelyk aan het publiek ver-
telt, dat hy niet beoogt om op de markt iets te verkoopen,
doch dat hy zich als koopman moet voordoen, om zyn werk te
kunnen verrichten. Daargelaten, dat het myns inziens ontoe-
laatbaar is om op de markten reclame voor kwakzalvery toe te
staan, handelt Kroonenburg in stryd met artikel 30 lid 1 van
het Reglement op de Markten, waar het voeren van alle propa-
ganda is verboden. Bovendien voert hy zyn propaganda op zeer
onbehoorlyke en voor de Godsdienstige gevoelens der bevol-
king krenkende wyze: in dit verband verwys ik naar de mede-
deelingen vervat in het bovenaangehaalde rapport betreffende
het randschrift op ryksdaalders en betreffende de uitspraak
"wy zyn kinderen van eenen Vader".
Ik ben van meening, dat het dezen man onmogelyk
moet worden gemaakt om zyn onbehoorlyke practijken, die zeer
gevaarlyk kunnen zyn voor de volksgezondheid, op de markten
hier ter stede voort te zetten. In dit verband herinner ik
aan het Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d.21 Augustus- Dit document betreft een formeel verzoek om een marktkoopman, W. Kroonenburg uit Zaandam, de toegang tot de Amsterdamse markten (met name het Amstelveld, de Jan Evertsenstraat en het Waterlooplein) te ontzeggen.

De kern van de klacht is tweeledig:
1. Reglementaire overtreding: Kroonenburg gebruikt zijn standplaats niet voor handel, maar louter als platform voor het verspreiden van propaganda voor "kwakzalverij". Dit is in directe strijd met het marktreglement dat propaganda van welke aard dan ook verbiedt.
2. Maatschappelijke/Religieuze aanstoot: De wijze waarop hij zijn boodschap verkondigt wordt als beledigend ervaren voor de godsdienstige gevoelens van het publiek. Er wordt specifiek verwezen naar uitspraken over het randschrift van rijksdaalders ("God zij met ons") en de religieuze gelijkheidsuitspraak "wij zijn kinderen van één Vader".

De schrijver acht de praktijken van Kroonenburg gevaarlijk voor de volksgezondheid en dringt aan op harde maatregelen op basis van eerdere besluiten van B&W. Het document dateert uit februari 1939, een periode van economische en politieke spanning in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd waren markten de belangrijkste plekken voor sociaal contact en handel in de stad. De autoriteiten hielden streng toezicht op de openbare orde en de volksgezondheid.

"Kwakzalverij" was een groot strijdpunt voor de medische stand en de overheid; men probeerde de bevolking te beschermen tegen onwetenschappelijke geneeswijzen. Daarnaast wijst de gevoeligheid rondom de religieuze uitspraken op de diep verzuilde en vrome samenleving van die tijd, waarin het publiekelijk ter discussie stellen of "misbruiken" van religieuze symbolen (zoals op het muntgeld) snel als godslasterlijk of opruiend werd beschouwd.

Samenvatting

Dit document betreft een formeel verzoek om een marktkoopman, W. Kroonenburg uit Zaandam, de toegang tot de Amsterdamse markten (met name het Amstelveld, de Jan Evertsenstraat en het Waterlooplein) te ontzeggen.

De kern van de klacht is tweeledig:
1. Reglementaire overtreding: Kroonenburg gebruikt zijn standplaats niet voor handel, maar louter als platform voor het verspreiden van propaganda voor "kwakzalverij". Dit is in directe strijd met het marktreglement dat propaganda van welke aard dan ook verbiedt.
2. Maatschappelijke/Religieuze aanstoot: De wijze waarop hij zijn boodschap verkondigt wordt als beledigend ervaren voor de godsdienstige gevoelens van het publiek. Er wordt specifiek verwezen naar uitspraken over het randschrift van rijksdaalders ("God zij met ons") en de religieuze gelijkheidsuitspraak "wij zijn kinderen van één Vader".

De schrijver acht de praktijken van Kroonenburg gevaarlijk voor de volksgezondheid en dringt aan op harde maatregelen op basis van eerdere besluiten van B&W.

Historische Context

Het document dateert uit februari 1939, een periode van economische en politieke spanning in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd waren markten de belangrijkste plekken voor sociaal contact en handel in de stad. De autoriteiten hielden streng toezicht op de openbare orde en de volksgezondheid.

"Kwakzalverij" was een groot strijdpunt voor de medische stand en de overheid; men probeerde de bevolking te beschermen tegen onwetenschappelijke geneeswijzen. Daarnaast wijst de gevoeligheid rondom de religieuze uitspraken op de diep verzuilde en vrome samenleving van die tijd, waarin het publiekelijk ter discussie stellen of "misbruiken" van religieuze symbolen (zoals op het muntgeld) snel als godslasterlijk of opruiend werd beschouwd.

Kooplieden in dit dossier 10