Ambtelijke brief/concept-brief
Origineel
Ambtelijke brief/concept-brief 18 juni 1920 Directie van het Marktwezen, Amsterdam (gevestigd aan de Keizersgracht 756) Den Heer Directeur der Handelsinrichtingen, Amsterdam (v. Concept)
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
N°. 1296 AMSTERDAM, 18 Juni 192 0
BIJLAGEN KEIZERSGRACHT 756.
M. Verzoeke bij beantwoording datum en nummer te willen aanhalen.
Den Heer Directeur der Handelsinrichtingen,
A m s t e r d a m
Naar aanleiding van het bezoek van den Heer Ketel, Commandeur van de Binnenscheepvaart, te mynen kantore, inzake het adres van de N.V. Rotterdam Friesland Beurtdienst, heb ik opnieuw nagegaan of het wellicht toch nog mogelyk zou zyn adressante een ligplaats te verschaffen aan de Beverwykermarkt.
Met het oog op den toenemenden aanvoer, vooral van af- gesneden bloemen, blyft de bedoelde wal noodig /voor mijn dienst/. Het gebruik van den wal voor de opstapeling van goederen, welke niet direct verwyderd kunnen worden, kan niet worden toegestaan. Marktwezen moet, indien noodig, plotseling over de geheele walruimte kunnen beschikken. Indien U dus de verzekering kunt geven, dat op eerste aanmaning van den Marktmeester alle goederen van den wal direct verwyderd worden, dan zou ik geen bezwaren hebben een proef te nemen met het tydelyk toestaan tot het gebruikmaken van de ligplaats en stel U voor op de volgende voorwaarden een vergunning te geven: Deze brief vormt een overleg tussen twee Amsterdamse gemeentelijke diensten: de Directie van het Marktwezen en de Directie der Handelsinrichtingen. De kern van de zaak is een verzoek van een particuliere vervoersmaatschappij (N.V. Rotterdam Friesland Beurtdienst) voor een vaste ligplaats aan de Beverwijkermarkt.
De schrijver (de Directeur van het Marktwezen) is terughoudend. De belangrijkste reden hiervoor is de toenemende drukte door de aanvoer van snijbloemen. De kade (wal) moet vrij blijven voor de dagelijkse marktactiviteiten en mag niet dienen als permanente opslagplaats voor goederen. Er wordt echter een compromis voorgesteld: een proefperiode met een tijdelijke vergunning, mits de maatschappij garandeert dat goederen direct worden verwijderd zodra de Marktmeester dat vordert. De flexibiliteit van de openbare ruimte staat hierbij centraal. In 1920 was Amsterdam een bruisend handelscentrum waar vervoer over water nog de overhand had. De Beverwijkermarkt was een belangrijke plek voor de aanvoer van tuinbouwproducten (waaronder de genoemde snijbloemen) uit de regio Kennemerland.
De "beurtdienst" was een geregelde scheepvaartverbinding tussen steden; in dit geval tussen Rotterdam, Friesland en Amsterdam. De strijd om de schaarse kade- en opslagruimte in de Amsterdamse binnenstad was groot. Dit document illustreert de bureaucratische afwegingen tussen het faciliteren van particuliere transportbedrijven en het waarborgen van de publieke marktfunctie en doorstroming. De handgeschreven toevoeging "voor mijn dienst" onderstreept het eigen belang van de Directie van het Marktwezen om zeggenschap te houden over de kade.