Officieel afschrift van een besluit van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 28 augustus 1920. [Rechterpagina - getypt met stempels en handgeschreven toevoegingen]
№ 1296 M. 1920. 15/7
Model No. 10.
[Stempel:] 9858 № 2100 H.
[Handgeschreven:] Geb. Lg
[Handgeschreven potlood:] boeken
[Wapen van Amsterdam met drie kruizen]
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM
Gezien een schrijven van de naamlooze vennootschap "Rotterdam-Friesland Beurtdienst J. van Steen", Dwarsbierstraat 5 te Rotterdam, houdende verzoek om vaste ligplaats aan steiger 14 aan de De Ruyterkade;
Gelet op de rapporten van den Havenmeester d.d. 4 Mei 1920 No. 537; den Directeur van het Marktwezen d.d. 18 Juni 1920 No. 1296 M. en den Directeur der Handelsinrichtingen d.d. 17 Augustus 1920 No. 2037 D.H.;
Geven adressante voornoemd te kennen, dat haar ten behoeve van haar motorvaartuigen, varende van Rotterdam via Amsterdam op Sneek tot wederopzeggens vaste ligplaats wordt aangewezen aan den noordelijken wal van het Westelijk Openhavenfront nabij de brug vóór de Martelaarsgracht, onder bepaling:
1o. dat van deze ligplaats gebruik kan worden gemaakt des Dinsdags, Woensdags, Vrijdags en Zaterdags;
2o. dat adressante verplicht is binnen een half uur na aanzegging, door of vanwege den Directeur van het Marktwezen gedaan, de ligplaats te ontruimen en de op de aangrenzende kade ten behoeve van haar dienst aanwezige goederen te verwijderen;
3o. dat deze vergunning o.a. onmiddellijk zal worden ingetrokken zoodra uit het gebruik daarvan bezwaren voor den Dienst van het Marktwezen voortvloeien.
Amsterdam 28 Augustus 1920.
Burgemeester en Wethouders voornoemd,
WIBAUT, weth.
De Secretaris,
FALKENBURG
[Stempel:] Voor eensluidend afschrift
de Secretaris.
[Handtekening:] Falkenburg
[Linksonder handgeschreven aantekeningen:]
1/ Marktmeester
v. spoedig
ter kenn. en afdoen.
15/9
DE DIRECTEUR VAN
HET MARKTWEZEN.
[Handtekening:] O.A. Camper.
Afschrift: afdeeling Belastingen (2 stuks); Dir. H.I. (2 stuks); Havenmeester en Directeur Marktwezen.
[Rechtsonder handgeschreven:]
Kennis genomen.
De Marktm.
[Handtekening/Paraaf]
[Linkerpagina - handgeschreven in inkt]
ligplaats aangewezen zou moeten
worden niet het geval kan
zijn.
Op grond van het boven-
staande meen ik ook op
dit verzoek in afwijzenden
zin te moeten adviseeren.
[Paraaf/Handtekening:] O.A. Camper
--- Dit document betreft de administratieve afhandeling van een verzoek door een beurtdienst (transportbedrijf per schip) voor een vaste ligplaats in de Amsterdamse haven.
- Aanvrager: De NV "Rotterdam-Friesland Beurtdienst J. van Steen" exploiteerde een geregelde scheepvaartverbinding tussen Rotterdam en Sneek, met een tussenstop in Amsterdam. In 1920 was de overgang van zeil- en stoomschepen naar motorvaartuigen (zoals vermeld in de tekst) in volle gang.
- Besluitvorming: Het verzoek was oorspronkelijk voor Steiger 14 aan de De Ruyterkade. Na advies van de Havenmeester, de Directeur van het Marktwezen en de Directeur der Handelsinrichtingen werd dit verzoek aangepast. Er werd een alternatieve plek toegewezen bij het Westelijk Openhavenfront (nabij de huidige Prins Hendrikkade/Martelaarsgracht).
- Condities: De vergunning was precair ("tot wederopzeggens") en onder strikte voorwaarden. De ligplaats mocht slechts vier dagen per week gebruikt worden en moest op korte termijn (half uur) ontruimd kunnen worden op last van de marktmeester. Dit duidt op een gedeeld gebruik van de kade met marktfaciliteiten.
- Functionarissen: De vermelding van F.M. Wibaut als wethouder is historisch significant; hij was een van de invloedrijkste Amsterdamse bestuurders van de vroege 20e eeuw. De handgeschreven noten tonen de interne circulatie tussen de Secretarie en de operationele diensten zoals het Marktwezen (Directeur O.A. Camper).
--- In de vroege 20e eeuw was de beurtdienst een cruciaal onderdeel van de Nederlandse logistiek. Amsterdam fungeerde als een centraal knooppunt in de verbindingen tussen West-Nederland (Rotterdam) en het Noorden (Friesland). Het gebied rond de De Ruyterkade en het Openhavenfront was in die tijd uiterst druk, met een constante concurrentie om kade-ruimte tussen verschillende rederijen, beurtdiensten en de gemeentelijke marktfuncties.
Het document illustreert de bureaucratische nauwkeurigheid van het toenmalige Amsterdamse bestuur. De verwijzing naar "Model No. 10" duidt op een gestandaardiseerd administratief proces voor het toekennen van haven- en kadegebruik. De handgeschreven tekst op de linkerpagina lijkt een fragment uit een intern advies of een kladversie te zijn waarin eerder een negatief advies werd gegeven, wat de uiteindelijke toewijzing onder strikte voorwaarden op een andere locatie dan gevraagd verklaart.