Ambtelijke brief/correspondentie.
Origineel
Ambtelijke brief/correspondentie. 27 mei 1920. No 1296 M. 1920. W/v
MARKTWEZEN
VAN
AMSTERDAM.
AMSTERDAM, 27 Mei 1920.
Keizersgracht 756.
No. 1296 M.
BIJLAGEN.
Den Heer
Directeur v/h Marktwezen.
In antwoord op boven aangehaald
schrijven heb ik de eer, U te verwijzen naar
mijn advies gegeven op No 649 d.d. 5 Maart 1920.
Het is begrijpelijk, dat de bezwaren daarin
genoemd, niet worden opgeheven door nog
aan een tweede onderneming deze plaats in
gebruik te geven. M.i. is het allerminst
gewenscht dit stukje marktterrein af te
staan waardoor bij eenigen meerderen aan-
voer geen ruimte beschikbaar zou zijn.
De bedoelde ruimte ligt ook nu niet
ongebruikt daar er steeds vaartuigen naast
elkander gemeerd liggen, die ook weer een
plaats zouden moeten zoeken. Deze
vaartuigen veroorzaken voor de markt
geen last, daar, wanneer de ruimte
voor marktdoeleinden gebruikt moet
worden, zij onmiddellijk verwijderd
kunnen worden. Dit is echter met
vaartuigen Deze brief dient als een ambtelijk advies aan de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam. De schrijver (waarschijnlijk een inspecteur of afdelingshoofd) reageert op een verzoek om een specifiek gedeelte van een marktterrein in gebruik te geven aan een "tweede onderneming".
De kernpunten van het advies zijn:
1. Handhaving van eerder advies: De schrijver verwijst naar een eerder negatief advies van 5 maart 1920 en stelt dat de bezwaren van destijds nog steeds gelden.
2. Capaciteitsbehoud: Er wordt gewaarschuwd dat het afstaan van dit terrein tot ruimtegebrek zal leiden op momenten dat er veel aanvoer van goederen is.
3. Huidig gebruik en flexibiliteit: Het terrein is momenteel niet "leeg", maar wordt gebruikt als aanlegplaats voor vaartuigen. De schrijver benadrukt de flexibiliteit van deze situatie: de boten kunnen direct worden verplaatst als de ruimte voor marktdoeleinden nodig is, wat niet het geval zou zijn als de plek permanent aan een onderneming wordt toegewezen.
Het handschrift is een verzorgd, zakelijk lopend schrift (cursief) uit het begin van de 20e eeuw, gebruikmakend van destijds gangbare afkortingen zoals "d.d." (de dato) en "M.i." (mijns inziens). In 1920 was het Marktwezen in Amsterdam een cruciale gemeentelijke instantie die de vele openluchtmarkten en de aanvoer van goederen reguleerde. Omdat veel transport in die tijd nog over water ging (per schuit), waren marktterreinen die direct aan de grachten of het IJ lagen zeer gewild en schaars.
De brief illustreert de constante druk op de openbare ruimte in Amsterdam. De gemeente moest de belangen van individuele ondernemers (die vaste standplaatsen of opslagruimte wilden) afwegen tegen het algemeen belang van een goede doorstroom en voldoende ruimte voor de fluctuerende aanvoer van goederen voor de stad. De genoemde locatie op de Keizersgracht 756 was destijds een kantoor van de gemeente; tegenwoordig is de Keizersgracht een woon- en kantoorgebied, maar destijds waren delen van de grachtengordel nog intensief in gebruik voor logistieke doeleinden. Marktwezen