Archiefdocument
Origineel
9 juli 1920 Waarschijnlijk een projectbureau of havenbedrijf (gezien de inhoud en het archiefnummer "No 1300 m 1920"). K. Lexma, Engineer, 59 Pearlstreet, New York City. [Bovenaan rechts:]
Amsterdam, 9 Juli 1920
[Midden:]
H. Lexma
Engineer
59 Pearlstreet
New York City
[Links boven in blauw potlood:]
No 1300 m 1920
2 bijl.
[Hoofdtekst:]
~~In antwoord op~~
In dank ontving ik Uw schrijven d.d. 12 Juni jl.
Naar aanleiding daarvan deel ik U mede dat onze plannen t.a.v. opslag van het schoonmaken van aardappelen & groenten eenige wijziging hebben ondergaan waardoor wij voorloopig nog niet tot het aanschaffen van ~~nieuwe~~ machinerieën daarom kunnen overgaan. [tussenvoeging: misschien komen wij later op deze aangelegenheid terug.]
[In de linker kantlijn:]
Mag onzes inziens gebruik gemaakt maken van reeds gebruikte voorhandige machines echter zal ook toch gaarne offerte ontvangen om te beoordelen of de aanschaffing van nieuwe machines voor het bedrijf voordeel kan opleveren -
[Vervolg hoofdtekst:]
Wat Uw verzoek betreft om volledige gegevens betreffende de machines voor het mechanische lossen van aardappelen uit schepen en het transport in de pakhuizen, doe ik U hierbij toekomen [doorgestreept: een schets van de doorsnede over de ontworpen pakhuizen,] waarbij ik het volgende opmerk:
I Een project van de nieuwe marktterreinen (Schaal 1 à 2500)
II Een schets doorsnede over de pakhuizen (Schaal 1 à 200)
Ik deel U hierbij mede dat aardappelen zullen worden gelost aan de kaden, hoofdzakelijk aan de kaden A, B en C en deels aan de kade langs het Hal A en de pakhuizen B, C en D.
Gedurende het grootste deel van het jaar wordt langs de eerst genoemde kade gelost. Deze aardappelen worden direct aan de kleinhandelaren afgeleverd.
[Aantekening linker kantlijn:]
van ± 2 ½ voet diep
Hiervoor is noodig een excavateur die de aardappelen uit het schip haalt en op de kade geplaatsten automatische weegschaal werper deponeert zoodat die ingesteld moet zijn op een gewicht van 35 kg. exclusief zak waarin de aardappelen gestort worden (35 kg = ½ H. [doorgestreept: 35 kg. aardappels = ½ H. L.] ).
In het najaar moeten aardappelen in de pakhuizen worden opgeslagen. Daarvoor is noodig behalve de excavateur een transportinrichting die de aardappelen van den excavateur ontvangt en ze in de pakhuizen brengt.
De excavateurs zullen moeten zijn verplaatsbaar.
De pakhuizen B, C & D zullen in de lengte door muren verdeeld zijn in afzonderlijke vakken afzonderlijke afdeelingen ter breedte van 5 à 6 m. Voor de opslag van aardappelen zullen hoofdzakelijk alleen de onderstukken der pakhuizen gebruikt worden.
De pakhuizen zullen worden [onleesbaar, waarschijnlijk 'gemaakt' of 'gericht'], acht afdeelings zullen worden gemaakt deels volgens type op en deels Deze brief is een zakelijke correspondentie uit 1920 tussen een Amsterdams bedrijf (waarschijnlijk verbonden aan de markt- of havenfaciliteiten) en een ingenieur in New York. De kern van de brief is de technische uitwerking van de modernisering van de aardappel- en groenteoverslag in Amsterdam.
De schrijver zet uiteen dat de eerdere plannen voor mechanisering enigszins zijn vertraagd of gewijzigd, maar vraagt toch om offertes voor zowel nieuwe als gebruikte machines om de economische haalbaarheid te toetsen. Er wordt gedetailleerd ingegaan op het proces: van het 'lossen' uit schepen met een 'excavateur' (een mechanische schep- of baggermachine aangepast voor goederen) tot het wegen en transporteren naar pakhuizen. De vermelding van specifieke gewichten (35 kg zakken) en afmetingen van de pakhuizen (5 à 6 meter brede vakken) getuigt van een concreet technisch ontwerp. Het document dateert van vlak na de Eerste Wereldoorlog, een periode waarin Amsterdam zijn positie als logistiek knooppunt verder wilde verstevigen door mechanisering. De verwijzing naar "marktterreinen" duidt mogelijk op de Centrale Markthallen in Amsterdam-West, die in de jaren '20 in ontwikkeling waren.
De correspondentie met een ingenieur in New York ("Pearlstreet") is kenmerkend voor die tijd: de Verenigde Staten liepen voorop in de ontwikkeling van grootschalige mechanische overslagsystemen en 'efficiency engineering'. Nederlandse bedrijven keken destijds vaak naar Amerikaans voorbeeld voor de inrichting van hun logistieke processen. De brief illustreert de overgang van handmatige arbeid (het sjouwen van zakken) naar gemechaniseerde processen met lopende banden en automatische weegschalen.