Brief op officieel briefpapier.
Origineel
Brief op officieel briefpapier. 31 mei 1920. MARKTWEZEN VAN AMSTERDAM.
No. 1326 M. 1920. / 76
AMSTERDAM, 31 Mei 1920.
Keizersgracht 756.
No. 1326 M.
BIJLAGEN.
Den Heer
Directeur v/h Marktwezen.
In antwoord op boven aangehaald
schrijven heb ik de eer, U te verwijzen naar
het advies gegeven op No. 501 d.d. 20 Febr. 20.
De bezwaren, daarin geopperd, bestaan
voor deze plaats ook. Bovendien bevindt
zich op die plaats nog een brandkraan.
Om bovenstaande redenen geef
ik U dan ook beleefd in overweging het
verzoek niet in te willigen.
Mocht eventueel het advies der
Politie gevolgd worden, dan zou het toch
wenschelijk zijn, dat de plaats niet voor
perceel 39, doch voor No. 40 zou worden
aangewezen, eerstens met het oog op de
brandkraan en tweedens het in de onmid-
dellijke nabijheid zijnde urinoir.
Hierdoor zou dan ook vermeden kunnen
worden, dat de haringstal op het al zeer
smalle voetpad aan den vleugel eener
druk * Inhoud: De schrijver adviseert de Directeur van het Marktwezen om een verzoek (waarschijnlijk voor een standplaatsvergunning) af te wijzen. Er wordt verwezen naar een eerder negatief advies uit februari van hetzelfde jaar.
* Argumentatie: Er worden drie hoofdredenen genoemd tegen de voorgestelde locatie bij perceel 39:
1. De aanwezigheid van een brandkraan (veiligheid).
2. De nabijheid van een urinoir (hygiëne).
3. De beperkte ruimte op het "al zeer smalle voetpad" (doorstroming/overlast).
* Alternatief: Indien de politie toch positief adviseert, stelt de schrijver voor om de standplaats te verschuiven naar perceel 40 om de genoemde problemen deels te ondervangen.
* Status: De tekst breekt af bij het woord "druk", wat suggereert dat de brief op een volgende pagina doorgaat (waarschijnlijk "...drukke straat"). Dit document biedt een inkijkje in de stedelijke ordening van Amsterdam in de vroege 20e eeuw. Het illustreert de bureaucratische processen rondom het toewijzen van marktplaatsen en standplaatsen voor straathandel, zoals de karakteristieke haringstal. De belangenafweging tussen economische bedrijvigheid (de stal), openbare orde (de politie), veiligheid (brandkranen) en hygiëne (urinoirs) is in deze periode zeer herkenbaar voor de groeiende stad Amsterdam. De locatie Keizersgracht 756 was destijds het kantoor van het Marktwezen.
Samenvatting
- Inhoud: De schrijver adviseert de Directeur van het Marktwezen om een verzoek (waarschijnlijk voor een standplaatsvergunning) af te wijzen. Er wordt verwezen naar een eerder negatief advies uit februari van hetzelfde jaar.
- Argumentatie: Er worden drie hoofdredenen genoemd tegen de voorgestelde locatie bij perceel 39:
- De aanwezigheid van een brandkraan (veiligheid).
- De nabijheid van een urinoir (hygiëne).
- De beperkte ruimte op het "al zeer smalle voetpad" (doorstroming/overlast).
- Alternatief: Indien de politie toch positief adviseert, stelt de schrijver voor om de standplaats te verschuiven naar perceel 40 om de genoemde problemen deels te ondervangen.
- Status: De tekst breekt af bij het woord "druk", wat suggereert dat de brief op een volgende pagina doorgaat (waarschijnlijk "...drukke straat").
Historische Context
Dit document biedt een inkijkje in de stedelijke ordening van Amsterdam in de vroege 20e eeuw. Het illustreert de bureaucratische processen rondom het toewijzen van marktplaatsen en standplaatsen voor straathandel, zoals de karakteristieke haringstal. De belangenafweging tussen economische bedrijvigheid (de stal), openbare orde (de politie), veiligheid (brandkranen) en hygiëne (urinoirs) is in deze periode zeer herkenbaar voor de groeiende stad Amsterdam. De locatie Keizersgracht 756 was destijds het kantoor van het Marktwezen.