Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 24 juni 1920. Dienst der Publieke Werken, Amsterdam. Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Briefhoofd]
DIENST DER PUBLIEKE WERKEN AMSTERDAM.
Rekening No. 44 A bij GIROKANTOOR, Amsterdam.
No. 1333 M. 1920 7/7 [stempel]
AMSTERDAM, 24 Juni 1920.
No. 5866 / Doss. 3232 Dir.
ONDERWERP: Markthuisje Waterlooplein.
2 Bylagen (w.o. 1 teek).
Antw. op No. 1333 M. d.d. 16 Juni 1920.
[In de marge, handgeschreven:]
telefonisch door Dir. afgedaan
[Adres]
Aan den Heer Directeur van het Marktwezen.
[Inhoud]
Het spyt my, niet mee te kunnen gaan met Uw voorstel vervat in Uw schryven van 16 Juni 1920 No. 1333 M., doch ik kan er byvoegen, dat ook voor het geval er mynerzyds geen bezwaar bestond, de Raad vermoedelyk niet zou gedoogen, het markthuisje de plaats te doen innemen van het urinoir, waaraan nu eenmaal geen andere geschikte opstelling is te geven.
Kon dat urinoir vervallen, dan zal men – naar myn ondervinding, – ter plaatse geen ander object willen hebben. De meening van de Commissie van Bystand is in dat opzicht steeds eenstemmig.
Daar er geen tyd meer te verliezen is, heb ik de zaak aan de beslissing van den Wethouder voor de Publieke Werken onderworpen met een heden in te zenden brief, waarvan ik een afschrift insluit, om U in de gelegenheid te stellen, met Uw Wethouder de zaak te bespreken, vóórdat zy in het College van Burgemeester en Wethouders behandeld wordt. Deze brief is een formeel antwoord van de Dienst der Publieke Werken op een verzoek van de Directeur van het Marktwezen. De kern van het geschil is de locatie van een nieuw te plaatsen "markthuisje" op het Waterlooplein.
- Het conflict: Het Marktwezen wil blijkbaar een markthuisje plaatsen op een plek waar momenteel een urinoir staat.
- De argumentatie: De schrijver (waarschijnlijk de directeur van Publieke Werken) wijst dit af. De belangrijkste reden is van praktische aard: er is geen andere geschikte plek voor het urinoir. Daarnaast wordt gesteld dat de Gemeenteraad en de "Commissie van Bystand" principieel tegen bebouwing op die plek zijn als het urinoir zou verdwijnen; ze willen de ruimte dan liever open houden.
- Bestuurlijke escalatie: Omdat de diensten er onderling niet uitkomen en er haast bij is, wordt de zaak geëscaleerd naar het politieke niveau (de Wethouders en het College van B&W).
- Afhandeling: De handgeschreven kanttekening "telefonisch door Dir. afgedaan" suggereert dat de kwestie na deze brief via direct overleg tussen de directeuren is beslecht, buiten de verdere schriftelijke weg om. In 1920 was het Waterlooplein het hart van de Joodse markt in Amsterdam. De inrichting van de openbare ruimte was een constante bron van overleg tussen de Dienst der Publieke Werken (verantwoordelijk voor infrastructuur en sanitair) en de dienst die het marktwezen beheerde.
Opvallend is de nadruk op het urinoir. In het begin van de 20e eeuw was de plaatsing van openbare urinoirs (de bekende Amsterdamse 'krullen') een belangrijk punt van volksgezondheid en stedelijke planning. De weerstand om een dergelijke voorziening op te offeren voor een commercieel of facilitair gebouw zoals een markthuisje toont aan hoe zwaar het belang van openbaar sanitair woog in een dichtbevolkte stadswijk. De spelling (met 'y' in plaats van 'ij') en de terminologie (Commissie van Bystand) zijn typerend voor de ambtelijke taal van die periode.