Ambtelijke brief/begeleidend schrijven bij technische ontwerpen.
Origineel
Ambtelijke brief/begeleidend schrijven bij technische ontwerpen. 4 juni 1920. Onbekend (ondertekend met initialen, mogelijk O.A.P. of D.A.P.). De Directeur van Publieke Werken (P.W.) te Amsterdam. No 1372 M. 1920.
Amsterdam 4 Juni 1920
[Marginaal, links boven:] Bijl.
Den Heer Directeur P.W.
Ter voldoening aan onze afspraak, heb ik de eer U hierbij te doen toekomen een schetsdoorsneden over de markthal (bijlage I) over de pakhuizen die ter weerszijde van de hal langs het kanaal gedacht zijn (bijlage II) en over de beide havens langs en evenwijdig aan de Veeartsenijstraat (bijlage III).
Ten aanzien van de kantoren in de hal zij het is mijn bedoeling deze bereikbaar te maken door galerijen die met een centraal gelegen trappenhuis en daarin ingesloten liftkoker bereikbaar te zullen verbonden zijn. De kantoren zullen een breedte kunnen hebben van 4 à 5 M. terwijl ze gedeeltelijk onderling door tusschendeuren verbonden moeten worden.
De pakhuizen (zie bijlage II) zullen in het midden een scheidingsmuur moeten hebben waarin een of twee deuren teneinde de vakken naar verkiezing geheel of voor de helft te kunnen verhuren.
Gedeeltelijk zullen de pakhuizen moeten worden gemaakt volgens A en gedeeltelijk volgens B. De breedte van elk pakhuis zal ongeveer 6 m. moeten bedragen.
Ten opzichte van bijlage III wijs ik U er op dat in de westelijke der beide havens (op de teekening links) om de 5 M. loopplanken ter breedte van ongeveer 70 à 80 c.m. zullen moeten worden aangebracht loodrecht op de wal, waarlangs de tuinders-schuitjes zullen kunnen worden gelost, waarbij aan weerszijde van elke plank een schuitje komt te liggen.
Uw d.
[Signatuur] Het document is een zakelijke brief waarin een ontwerper of ingenieur nadere uitleg geeft bij drie bijlagen (technische tekeningen) die aan de Directeur van Publieke Werken worden voorgelegd. De tekst is kenmerkend voor de vroege 20e-eeuwse ambtelijke correspondentie in Nederland, met een formele toon en aandacht voor nauwkeurige maatvoering.
De schrijver zet drie hoofdzaken uiteen:
1. De Markthal: De bereikbaarheid van de kantoren via galerijen, een centraal trappenhuis en een lift. Er wordt flexibiliteit gesuggereerd door tussendeuren tussen de kantoorruimtes.
2. De Pakhuizen: Ook hier staat flexibiliteit centraal; door een scheidingsmuur met deuren kunnen units in hun geheel of gedeeltelijk verhuurd worden.
3. De Havens: Een specifiek logistiek detail over het lossen van "tuinders-schuitjes". De voorgestelde constructie met loopplanken om de 5 meter is bedoeld om de aanvoer van groenten en fruit per water efficiënt te stroomlijnen. Dit document is direct gerelateerd aan de ontwikkeling van de Centrale Markthallen in Amsterdam-West. In 1920, het jaar van schrijven, was de gemeente volop bezig met de planning van dit grootschalige project aan de Jan van Galenstraat, dat de oude verspreide markten in de binnenstad moest vervangen.
De genoemde "Veeartsenijstraat" (tegenwoordig nabij het terrein van de Markthal) bevestigt de locatie. Het ontwerp weerspiegelt de modernisering van de Amsterdamse voedselvoorziening in het interbellum, waarbij grootschalige logistiek per schip (de tuindersschuiten uit het Westland en de omliggende polders) werd gecombineerd met moderne faciliteiten zoals liften en gestandaardiseerde opslagruimtes. De brief geeft een zeldzaam inkijkje in de pragmatische afwegingen die tijdens de ontwerpfase van dit iconische Amsterdamse complex werden gemaakt.