Handgeschreven brief/rapportage
Origineel
Handgeschreven brief/rapportage 24 juni 1920 N° 1435 M
1 bijl.
Sp. Amst. 24 Juni 1920.
Edel Achtb. Heer!
Omtrent bijgaand adres van A. Klaphorenmaker cs. heb ik met twee der onderteekenaren overleg gepleegd, waarbij mij gebleken is dat zij een openbare vischmarkt wenschen, waar ook venters een vaste plaats moeten innemen zonder onzekerheid, omdat wanneer enkelen in de straathoeken blijven staan, deze de klanten zullen blijven bedienen, die gewend zijn daar te koopen, ten nadeele van hen die naar een andere plaats moeten verhuizen.
Deze wensch komt mij niet onbillijk voor. Zelfs zijn adressanten in dat de toestand in de straathoeken waarin zij thans staan onhoudbaar is, zoowel uit een oogpunt van verkeer als om redenen van hygiënischen aard. Zij hebben dan ook hun volle medewerking toegezegd met een maatregel waarbij allen op één plaats worden geconcentreerd.
Door mij zijn daarna verschillende punten, waar die concentratie zou kunnen plaats hebben aan een nadere beschouwing onderworpen. Op het Waterlooplein is het uitgesloten hun een plaats aan te wijzen met het oog op den afval, die door de vischventers wordt achtergelaten en de vuile lucht welke hinderlijk is voor kooplieden en koopers van de overige artikelen op de markt verhandeld. Ook het trottoir [...] In deze brief rapporteert een ambtenaar (waarschijnlijk van de marktdienst of politie) over een verzoek van een groep visverkopers, vertegenwoordigd door A. Klaphorenmaker. De kern van het document is de roep om regulering van de vismarkt in Amsterdam.
De belangrijkste punten zijn:
1. Eerlijke concurrentie: De indieners willen een centrale marktplaats waar álle visverkopers naartoe moeten. Ze vreesden dat als sommigen op hun oude vertrouwde straathoeken mochten blijven staan, zij de klanten zouden wegkapen van de verkopers die wel naar de nieuwe locatie verhuisden.
2. Publiek belang: Er is consensus tussen de verkopers en de overheid dat de huidige situatie in de straathoeken onwenselijk is vanwege verkeershinder en gebrekkige hygiëne.
3. Locatieproblematiek: De auteur van de brief wijst het Waterlooplein resoluut af als locatie voor deze gecentraliseerde vismarkt. De voornaamste redenen zijn de stankoverlast ("vuile lucht") en het afval dat visverkopers achterlaten, wat de handel in andere producten op het Waterlooplein zou schaden. Dit document stamt uit een periode waarin de gemeente Amsterdam trachtte de straathandel te reguleren en te professionaliseren. Aan het begin van de 20e eeuw was de straathandel vaak chaotisch en een bron van hygiënische zorgen in de dichtbevolkte stad.
Het Waterlooplein was destijds al een zeer belangrijke en drukke marktplaats (voornamelijk voor textiel, antiek en algemene goederen). Het spanningsveld tussen verschillende soorten kooplieden – waarbij de 'reukloze' handel niet gecombineerd wilde worden met de visverkoop – is een terugkerend thema in de Amsterdamse marktgeschiedenis. De brief illustreert de vroege vorming van wat we nu kennen als gespecialiseerde marktlocaties of standplaatsenbeleid.