Ambtelijke mededeling / Circulaire
Origineel
Ambtelijke mededeling / Circulaire 21 juni 1920 De Secretaris der Commissie (ondertekend door Huberts) [Nº 1494 M. 1920. 21/6]
den, doch de indeeling afgescheiden daarvan te bewerkstelligen.
De bijzondere praestaties van de tegenwoordige functionarissen
dienen dan gewaardeerd te worden door personeele toelagen.
Hetzelfde dient te geschieden in de gevallen waarin, zooals
bij enkele diensten voorkomt (o.a. bij de Gasfabrieken waar
de tegenwoordige chef van de Magazijnen tevens chef is van de
afdeeling Gasleidingen, doch in de toekomst dit zal komen
te vervallen), een ambtenaar naast zijn eigenlijke functie
nog een andere vervult.
Zooals uit bovenstaande opmerkingen reeds blijkt is de
Commissie genoodzaakt geweest om verschillende redenen van de
voorstellen van de hoofden van dienst af te wijken. Alvorens
het advies bij Burgemeester en Wethouders in te dienen stelt
zij er daarom prijs op de hoofden van dienst alsnog gelegen-
heid te geven om hunne aanmerkingen op deze indeeling kenbaar
te maken. Te dien einde wordt U uitgenodigd tot een bij-
eenkomst op Woensdag, 30 Juni a.s., te 2 uur (zoo noodig
's-avonds voortzetting) in de kleine trouwzaal 3e kl. in het
Raadhuis.
De Commissie acht zich verplicht U als haar meening ken-
baar te maken, dat de hoofden van dienst zich in deze aange-
legenheid niet door één hunner ambtenaren kunnen doen verte-
genwoordigen.
Coll. [paraaf]
De Secretaris der Commissie,
[Handtekening: Huberts] Dit document betreft een administratieve herstructurering van het personeelsbestand binnen een Nederlandse gemeente (of een groot gemeentelijk nutsbedrijf) in 1920.
De kernpunten uit de tekst zijn:
1. Scheiding van Functie en Persoon: De Commissie streeft naar een objectieve functie-indeling. Extra inzet of het tijdelijk vervullen van dubbele rollen (zoals het voorbeeld bij de Gasfabrieken) moet niet leiden tot een hogere functieschaal, maar moet worden beloond via "personeele toelagen".
2. Conflict over Voorstellen: De Commissie wijkt af van de eerdere voorstellen die door de verschillende hoofden van dienst zijn ingediend. Dit duidt op een centralisatie van het personeelsbeleid waarbij de Commissie meer macht naar zich toetrekt ten koste van de individuele diensthoofden.
3. Hoorplicht: Voordat het definitieve advies naar het College van Burgemeester en Wethouders gaat, krijgen de diensthoofden de kans hun bezwaren toe te lichten tijdens een vergadering.
4. Aanwezigheidsplicht: De Commissie eist dat de hoofden van dienst persoonlijk verschijnen; zij mogen zich niet laten vervangen door een ondergeschikte, wat het gewicht van de bespreking benadrukt. In de periode na de Eerste Wereldoorlog ondergingen veel Nederlandse gemeenten een proces van professionalisering en bureaucratisering. Er werd gezocht naar meer uniformiteit in salarissen en functie-eisen over de verschillende gemeentelijke diensten heen.
De vermelding van de "kleine trouwzaal 3e kl." (derde klasse) in het Raadhuis is typerend voor de sociale hiërarchie van die tijd; openbare ruimtes en diensten waren vaak in klassen ingedeeld op basis van stand en inkomen. Het feit dat een dergelijke zaal voor een ambtelijke vergadering wordt gebruikt, suggereert dat de vergadering aanzienlijk groot was of dat er een gebrek aan reguliere vergaderruimte was. De genoemde "Gasfabrieken" waren in deze periode vaak cruciale gemeentelijke nutsbedrijven, waarvan de organisatie complex was door de snelle technische ontwikkelingen en groei van de stad.