Ambtsbrief / Adviesnota
Origineel
Ambtsbrief / Adviesnota 28 juni 1939 J. Renz, Marktopzichter Waterlooplein [tab] 28 Juni 1939
[Lijn]
[tab] Den Heer
[tab] Inspecteur
[Lijn]
Aangaande het verzoek v/d Heer J. v/d Bijl
Waterlooplein 99, om voor zijn deur uit te
mogen stallen, zou ik U in overweging
willen geven, het verzoek niet toe te staan,
omdat daardoor m:i: het publiek van de
markt, naar dat soort winkels in 2$^e$ hands
art: getrokken wordt.-
[tab] Marktopz.
[tab] J. Renz * Kern van de inhoud: De marktopzichter brengt een negatief advies uit over een verzoek van een winkelier (J. v/d Bijl) aan het Waterlooplein 99. De winkelier wilde toestemming om zijn koopwaar op de stoep voor zijn winkel uit te stallen.
* Argumentatie: De opzichter voert aan dat dergelijke uitstallingen ongewenst zijn omdat ze marktbezoekers zouden afleiden van de officiële marktstalletjes naar de reguliere winkels die handelen in tweedehands artikelen. Er is hier sprake van een bescherming van de marktbelangen ten opzichte van de gevestigde winkeliers.
* Terminologie:
* v/d: van de.
* m:i: mijns inziens.
* 2$^e$ hands art: tweedehands artikelen.
* Marktopz.: Marktopzichter.
* Stijl: Formeel-ambtelijke stijl, kenmerkend voor de vooroorlogse periode (bijv. de aanhef "Den Heer"). Dit document stamt uit juni 1939, een periode waarin het Waterlooplein het kloppende hart was van de Joodse buurt in Amsterdam en fungeerde als de belangrijkste dagmarkt van de stad. Er bestond een voortdurende spanning tussen de belangen van winkeliers in de omliggende panden en de kooplieden met kramen op het plein.
De marktopzichter had de taak om de orde te handhaven en toe te zien op de reglementen. Uitstallingen voor winkels werden vaak geweerd om de vrije doorgang voor het publiek te garanderen en om oneerlijke concurrentie met de marktkooplieden (die havengeld en stageld betaalden) te voorkomen. De vermelding van "2e hands artikelen" is typerend voor de aard van de handel waar het Waterlooplein destijds (en nog steeds) om bekendstond. J. Renz Marktwezen