Archief 745
Inventaris 745-284
Pagina 30
Dossier 29
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtsbrief (doorslag/kopie) van de Dienst der Publieke Werken Amsterdam.

6 juli 1939. Van: Dienst der Publieke Werken Amsterdam.

Origineel

Ambtsbrief (doorslag/kopie) van de Dienst der Publieke Werken Amsterdam. 6 juli 1939. Dienst der Publieke Werken Amsterdam. DIENST DER PUBLIEKE
WERKEN AMSTERDAM

Amsterdam, 6 Juli 1939.

No. Doss. 215 Bs.
Onderwerp: Uitstalling
Waterlooplein 32.
1 Bijlage
Antw. op No. 2169 Bel. Pr.
d.d. 15 Juni 1939.

Aan den Heer Directeur der
Gemeente-Belastingen,
Heerengracht 196,
Amsterdam-Centrum.

Onder terugzending van de aanvraag van M. Menist, wonende Oude-
schans 50 II en M. Zurel, wonende Waterlooplein 48 I, tot het mogen
uitstallen met radio-onderdeelen voor perceel Waterlooplein 32, ter
weerszijden van den ingang, 0,50 meter langs en 0,40 m uit den gevel,
bericht ik U het volgende.

In het algemeen is er naar mijn meening geen aanleiding aanwezig
om uitstalvergunning te verleenen voor radio-onderdeelen, zooals
radiokasten en luidsprekers.

Gezien echter het feit, dat de zaak van adressanten aan de
Waterlooplein-markt is gelegen, waar bij tijd en wijle eveneens
tweedehandsche radio-artikelen worden verkocht, bestaat bij mij
tegen inwilliging van het onderhavige verzoek geen overwegens bezwaar.

Ik verzoek U, aan de vergunning de voorwaarde te verbinden, dat
de artikelen moeten worden uitgestald op een plank op schragen, een
tafel of anderszins, op ten minste 0,60 meter boven het straatvlak.

Voor het hebben van de uitstalling is precario verschuldigd.

De Directeur P.W.
acc. m/d door den Dir.get.min.
de Secretaris,
w.g. onleesbaar. In deze brief adviseert de Dienst der Publieke Werken aan de Dienst Gemeente-Belastingen over een vergunningsaanvraag van de heren M. Menist en M. Zurel. Zij willen radio-onderdelen (zoals kasten en luidsprekers) uitstallen op de stoep voor hun winkel aan het Waterlooplein 32.

Hoewel de directeur van Publieke Werken normaal gesproken geen vergunning zou verlenen voor dergelijke goederen, maakt hij een uitzondering vanwege de specifieke locatie: de Waterloopleinmarkt. Omdat daar vaker tweedehands radio-artikelen worden verhandeld, ziet hij geen onoverkomelijk bezwaar. Er worden echter wel strikte voorwaarden gesteld ter voorkoming van overlast: de spullen mogen niet direct op de grond staan, maar moeten op een verhoging van minstens 60 centimeter worden geplaatst. Tevens wordt herinnerd aan de verschuldigde precariobelasting (belasting voor het gebruik van openbare gemeentegrond). De brief dateert van juli 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het Waterlooplein was op dat moment het bruisende hart van de Amsterdamse Joodse buurt en de dagmarkt was wijd en zijd bekend. De namen van de aanvragers, Menist en Zurel, zijn typisch voor de Joodse gemeenschap die daar destijds woonde en werkte.

Het document biedt een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie en de regulering van de handel in een tijd waarin de radio een steeds belangrijker massamedium werd. Het feit dat er specifiek over tweedehands radio-onderdelen gesproken wordt, duidt op een levendige handel in gebruikte techniek. De strikte regel dat goederen van de grond af gepresenteerd moesten worden, was waarschijnlijk bedoeld om een zekere orde en netheid op de markt en de omliggende stoepen te bewaren.

Samenvatting

In deze brief adviseert de Dienst der Publieke Werken aan de Dienst Gemeente-Belastingen over een vergunningsaanvraag van de heren M. Menist en M. Zurel. Zij willen radio-onderdelen (zoals kasten en luidsprekers) uitstallen op de stoep voor hun winkel aan het Waterlooplein 32.

Hoewel de directeur van Publieke Werken normaal gesproken geen vergunning zou verlenen voor dergelijke goederen, maakt hij een uitzondering vanwege de specifieke locatie: de Waterloopleinmarkt. Omdat daar vaker tweedehands radio-artikelen worden verhandeld, ziet hij geen onoverkomelijk bezwaar. Er worden echter wel strikte voorwaarden gesteld ter voorkoming van overlast: de spullen mogen niet direct op de grond staan, maar moeten op een verhoging van minstens 60 centimeter worden geplaatst. Tevens wordt herinnerd aan de verschuldigde precariobelasting (belasting voor het gebruik van openbare gemeentegrond).

Historische Context

De brief dateert van juli 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het Waterlooplein was op dat moment het bruisende hart van de Amsterdamse Joodse buurt en de dagmarkt was wijd en zijd bekend. De namen van de aanvragers, Menist en Zurel, zijn typisch voor de Joodse gemeenschap die daar destijds woonde en werkte.

Het document biedt een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie en de regulering van de handel in een tijd waarin de radio een steeds belangrijker massamedium werd. Het feit dat er specifiek over tweedehands radio-onderdelen gesproken wordt, duidt op een levendige handel in gebruikte techniek. De strikte regel dat goederen van de grond af gepresenteerd moesten worden, was waarschijnlijk bedoeld om een zekere orde en netheid op de markt en de omliggende stoepen te bewaren.