Administratieve brief / ambtelijk advies.
Origineel
Administratieve brief / ambtelijk advies. 19 september 1929. J. Renz, Marktopzichter. Den Heer Inspecteur (vermoedelijk van de Marktwezen). Waterlooplein 19 Sept. 1929
Den Heer
Inspecteur
Het verzoek van den Heer E. de Wilde is m: i:
niet voor inwilliging vatbaar. Wanneer E.
de Wilde pl: n° 12 Zwanenburgwal, dagelijks
een losse plaats op het Waterlooplein toege-
wezen word, is het gevolg dat hij op de
Zwanenburgwal absent gemeld word, (of
hij zou vrijstelling moeten krijgen om zijn
plaats op de Zwanenburgwal in te nemen)
en ten tweede zou de Wilde per week f. 0.60
moeten betalen voor de Zwanenburgwal,
en per dag voor zijn losse plaats op het
Waterlooplein f. 0.15.-
Marktopz.
J. Renz In deze brief adviseert de marktopzichter, J. Renz, negatief over een verzoek van een zekere heer E. de Wilde. De Wilde heeft momenteel een vaste staanplaats (nummer 12) aan de Zwanenburgwal, maar heeft blijkbaar verzocht om daarnaast dagelijks een "losse plaats" (een tijdelijke plek die per dag wordt toegewezen) op het Waterlooplein te mogen innemen.
Renz voert twee argumenten aan tegen dit verzoek:
1. Reglementair/Administratief: Als De Wilde op het Waterlooplein staat, kan hij niet op zijn vaste plek aan de Zwanenburgwal staan. Hierdoor zou hij daar als "absent" (afwezig) worden geregistreerd, tenzij hij een officiële vrijstelling krijgt voor zijn verplichting om die vaste plek in te nemen.
2. Financieel: Het zou voor de koopman onvoordelig zijn. Hij zou namelijk dubbele lasten hebben: de wekelijkse huur voor zijn vaste plek op de Zwanenburgwal (60 cent) plus de dagelijkse kosten voor een losse plek op het Waterlooplein (15 cent per dag).
De afkorting "m: i:" staat voor "mijns inziens". Dit document biedt een inkijkje in het strak gereguleerde marktwezen van Amsterdam in de jaren '20 van de vorige eeuw. Het Waterlooplein was destijds een van de belangrijkste en drukste markten van de stad, gelegen in de Joodse buurt.
De bureaucratie rondom de marktplaatsen was streng; handelaren waren gebonden aan specifieke plekken en regels omtrent aanwezigheid. De genoemde bedragen (0,60 gulden per week en 0,15 gulden per dag) geven een goed beeld van de toenmalige kosten voor marktkooplieden. De brief illustreert de rol van de marktopzichter als handhaver van de orde en adviseur van de inspectie bij het toewijzen van de schaarse ruimte op de Amsterdamse markten.