Handgeschreven brief (bezwaarschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (bezwaarschrift). 6 november 1939. J. J. Stad, Vrolikstraat 66 II, Amsterdam (Oost). "Mijnheer" (vermoedelijk een ambtenaar bij de Dienst van het Marktwezen). Nº 30/72/1 M. 1939 8/11
A’dam. 6/11 39
Mijnheer
n.i. [onleesbare paraaf]
In antwoord op u schrijven van 1 Nov. 1939, zoo moet ik u
mede deelen dat ik met dit niet acoord kan gaan
daar ik sinds Augustus 1938 reeds steun trekkende,
dus zoo doende kan ik met deze schuld niet
instemmen, ik heb bij het Markt Wezen,
nimmer eenige schuld gehad. en wensch
deze instelling ook zonder schuld te verlaten
Hopende dat van dit alles goede nota zult willen
nemen en nog nader bericht van u hoop te ontvangen
Teeken ik hoogachtend
J. J. Stad.
Vrolikstraat 66 II
A’dam (Oost) De brief is een formeel protest van de heer J.J. Stad tegen een schuldvordering. De essentie van het schrijven is dat de afzender de vermeende schuld niet erkent. Hij voert twee belangrijke argumenten aan:
1. Financiële status: Hij verklaart dat hij sinds augustus 1938 "steun trekkende" is (een uitkering ontvangt), wat suggereert dat hij niet in staat is te betalen, maar ook dat de vordering onterecht is gezien zijn status.
2. Feitelijke ontkenning: Hij stelt nadrukkelijk dat hij bij de betreffende instantie (het Marktwezen) nooit schulden heeft gehad en zijn dossier daar "zonder schuld" wil sluiten.
De toon is formeel en correct, wat blijkt uit de afsluiting "hoogachtend". De spelling ("acoord", "mede deelen") is conform de schrijfwijze van die periode. De brief is geschreven in november 1939, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was). De sociaaleconomische situatie was precair. De term "steun" verwijst naar de werklozensteun uit die tijd, die vaak gepaard ging met een streng regime van stempelen en beperkte middelen.
De "Dienst van het Marktwezen" was de Amsterdamse gemeentelijke instantie die toezicht hield op de markten. Het is zeer waarschijnlijk dat de heer Stad een marktkoopman of venter was die een geschil had over staangelden of vergunningskosten. De Vrolikstraat in Amsterdam-Oost was destijds een dichtbevolkte volksbuurt met een significante Joodse populatie; in de jaren direct na deze brief zou deze buurt zwaar getroffen worden door de deportaties tijdens de bezetting. J. Stad J.J. Stad Marktwezen