Archief 745
Inventaris 745-284
Pagina 105
Dossier 29
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

22 november 1939 Van: J. Renz (of Benz)

Origineel

22 november 1939 J. Renz (of Benz) Waterlooplein 22 Nov: 1939

Den Heer
Inspecteur

Aangaande het verzoek v/d Hr. J. Franschman
pl: n: 46, zou ik U in overweging willen
geven, het verzoek om vrijstelling van
betaling van marktgeld niet toe te staan.
Ten eerste word Dhr: Franschman niet
in een ziekenhuis of sanatorium ver-
pleegd, ten tweede moest hij blij zijn dat op
een van de beste plaatsen waar altijd
een liefhebber voor is, die regeling ge-
troffen word dat zijn zoon (ofschoon geen
sollicitant) op zijn plaats mag staan.
Mij werd zelfs nog verteld dat Dhr. Franschman
nog ouder gewoonte vrijdag’s met behulp
van zijn zoon met een zuurkar zijn wijk
bediend. De financieele toestand van Dhr:
Franschman is heusch niet van dien aard
dat die f 0.15 per dag gewicht in de schaal
leggen —

J. Renz In deze brief adviseert de schrijver (vermoedelijk een marktmeester of toezichthouder) de inspecteur om een verzoek tot vrijstelling van marktgeld af te wijzen. De aanvrager, de heer J. Franschman, had standplaats nummer 46 op het Waterlooplein.

De schrijver voert vier argumenten aan tegen de vrijstelling:
1. Gezondheid: De heer Franschman is niet opgenomen in een instelling, wat suggereert dat zijn medische situatie niet ernstig genoeg is voor financiële tegemoetkoming.
2. Privilege: Hij heeft al het voordeel dat zijn zoon zijn felbegeerde plek op de markt mag innemen, hoewel de zoon officieel geen geregistreerde gegadigde is.
3. Activiteit: Er zijn berichten dat Franschman nog steeds actief is in de handel (met een "zuurkar" op vrijdag).
4. Financiën: Volgens de schrijver is het bedrag van 15 cent (f 0.15) per dag verwaarloosbaar gezien de financiële positie van de betrokkene.

De toon van de brief is kordaat en enigszins sceptisch tegenover de hulpbehoevendheid van de marktkramer. Dit document stamt uit november 1939, een periode van grote spanning vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het Waterlooplein was destijds het centrum van de Joodse markt in Amsterdam. De naam "Franschman" is een veelvoorkomende naam binnen de Amsterdams-Joodse gemeenschap van die tijd.

De brief geeft een uniek inkijkje in de dagelijkse bureaucratie en de sociale controle op de Amsterdamse markten vlak voor de bezetting. Het genoemde bedrag van 15 cent per dag was in die tijd een reëel bedrag, maar de schrijver benadrukt de relatieve welstand van de koopman om aan te tonen dat de belastingdruk niet onredelijk is. Tevens verwijst de "zuurkar" naar een typisch Amsterdams straatbeeld uit die periode, waarbij ingelegde uien, augurken en haring direct op straat of in de wijk werden verkocht.

Samenvatting

In deze brief adviseert de schrijver (vermoedelijk een marktmeester of toezichthouder) de inspecteur om een verzoek tot vrijstelling van marktgeld af te wijzen. De aanvrager, de heer J. Franschman, had standplaats nummer 46 op het Waterlooplein.

De schrijver voert vier argumenten aan tegen de vrijstelling:
1. Gezondheid: De heer Franschman is niet opgenomen in een instelling, wat suggereert dat zijn medische situatie niet ernstig genoeg is voor financiële tegemoetkoming.
2. Privilege: Hij heeft al het voordeel dat zijn zoon zijn felbegeerde plek op de markt mag innemen, hoewel de zoon officieel geen geregistreerde gegadigde is.
3. Activiteit: Er zijn berichten dat Franschman nog steeds actief is in de handel (met een "zuurkar" op vrijdag).
4. Financiën: Volgens de schrijver is het bedrag van 15 cent (f 0.15) per dag verwaarloosbaar gezien de financiële positie van de betrokkene.

De toon van de brief is kordaat en enigszins sceptisch tegenover de hulpbehoevendheid van de marktkramer.

Historische Context

Dit document stamt uit november 1939, een periode van grote spanning vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het Waterlooplein was destijds het centrum van de Joodse markt in Amsterdam. De naam "Franschman" is een veelvoorkomende naam binnen de Amsterdams-Joodse gemeenschap van die tijd.

De brief geeft een uniek inkijkje in de dagelijkse bureaucratie en de sociale controle op de Amsterdamse markten vlak voor de bezetting. Het genoemde bedrag van 15 cent per dag was in die tijd een reëel bedrag, maar de schrijver benadrukt de relatieve welstand van de koopman om aan te tonen dat de belastingdruk niet onredelijk is. Tevens verwijst de "zuurkar" naar een typisch Amsterdams straatbeeld uit die periode, waarbij ingelegde uien, augurken en haring direct op straat of in de wijk werden verkocht.

Locaties

Waterlooplein Amsterdam