Brief / Verzoekschrift
Origineel
Brief / Verzoekschrift 7 november 1939 Jacob Franschman (Blasiusstraat 73, Amsterdam) Directeur van Marktwezen, Amsterdam Amsterdam 7 November '39
Aan Den Wel Edele Heer
Directeur van Marktwezen.
Onderget: Jacob Franschman.
Blasiusstraat 73 (oud)
Een vaste standplaats innemende, op de markten Waterlooplein (Fruitpleintje) en Zondagsmarkt, vraagt langs deze weg ontheffing van betaling marktgeld, of een andere regeling in deze wegens ziekte van onderget: de zaak is zoo dat mijn zoon momenteel mijn plaats inneemt op b.g. markten, maar moet en mijn wekelijks marktgeld, dagelijks nog opnieuw marktgeld betalen: daar deze toestand al dateert van 24 Oct: j. l. en mijn ziekte n. l. Reumatick in de Beenen, en de verdienste niet van dien aard zijn, dat je maar met de guldens per week kan gooien, zoo vraagt onderget: nogmaals om vrijgesteld te worden, of van 't een of 't andere.
Hopende dat mijn verzoek niet onbeantwoord zal blijven Teeken ik Hoogachtend
J. Franschman.
Blasiusstraat 73 huis
Alhier (oud)
[Linksonder in rood potlood:] 22/11/39
[Rechtsonder:] 30/31 In deze handgeschreven brief verzoekt Jacob Franschman, een marktkoopman uit Amsterdam, om een financiële regeling of vrijstelling van het marktgeld. De kern van zijn probleem is een dubbele belasting: omdat hij wegens ernstige reuma in zijn benen zelf niet kan werken, neemt zijn zoon zijn vaste standplaats op het Waterlooplein en de Zondagsmarkt over. Echter, de administratie van het Marktwezen vereist blijkbaar dat er zowel voor de vaste standplaats (wekelijks) als voor de vervangende bezetting (dagelijks) betaald wordt.
Franschman benadrukt dat zijn inkomsten niet toereikend zijn om deze dubbele lasten te dragen ("dat je maar met de guldens per week kan gooien"). De brief is formeel van toon maar spreekt ook van een zekere mate van wanhoop door de aanhoudende ziekte die al sinds 24 oktober van dat jaar duurt. Het document dateert van november 1939, twee maanden na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, maar nog voor de Duitse inval in Nederland. Het Waterlooplein was in die tijd het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en een centrale plek voor de handel.
Gezien de naam (Franschman) en de woonlocatie (Blasiusstraat/Oosterparkbuurt) is het zeer waarschijnlijk dat het hier om een Joodse marktkoopman gaat. Voor kleine zelfstandigen in deze periode was ziekte vaak een directe bedreiging voor het voortbestaan van het gezin, aangezien er nauwelijks sociale vangnetten waren. Dergelijke verzoeken aan de gemeente Amsterdam (Marktwezen) komen veelvuldig voor in de archieven en tonen de kwetsbare sociaal-economische positie van de Amsterdamse marktbevolking aan de vooravond van de bezetting. J. Franschman Gemeente Amsterdam Marktwezen