Archief 745
Inventaris 745-284
Pagina 126
Dossier 29
Jaar 1939
Stadsarchief

Officieel ambtelijk schrijven / advies met betrekking tot een vergunningsaanvraag.

25 november 1939 (getypt); 30 december 1939 (handgeschreven kanttekeningen).

Origineel

Officieel ambtelijk schrijven / advies met betrekking tot een vergunningsaanvraag. 25 november 1939 (getypt); 30 december 1939 (handgeschreven kanttekeningen). No. 27/11 1939 No. 4152 Bel.Pr.

Dict.Ga/Gr.
Lr.S No.19508/1939
Dossier U.l.c.
Groep C.

Adressant, ISIDOOR BLUHM, geboren te Bausk (Letland), 25 Januari 1868, handelaar in tweedehandsche drijfriemen en rubberlaarzen, wonende Sint Antoniesbreestraat 98 huis (p/a Tak) en zaakdrijvende Waterlooplein 30, vraagt vergunning tot het op werkdagen, gedurende den tijd, waarop zijn winkel voor het publiek geopend is, uitstallen met tweedehandsche drijfriemen en rubberlaarzen, op een tafel (plank op schragen), op den openbaren weg, den inrit voor laatsgenoemd perceel.

Hij wenscht daartoe te beschikken over een oppervlakte van 2 M. langs en ½ M. uit den gevel.

Dezerzijds geen bezwaar.

De voor genoemd perceel aan J. de Vries, bij beschikking dd. 12 Februari 1938, no. 33 BelPr., verleende uitstalvergunning kan worden ingetrokken, omdat daarvan geen gebruik meer wordt gemaakt.

Amsterdam, 25 November 1939.
DE HOOFDCOMMISSARIS VAN POLITIE
NAMENS DEZEN
DE COMMISSARIS VAN POLITIE
TOEGEVOEGD VOOR DE ADMINISTRATIE

w.g. H. Holsbergen.

[Handgeschreven tekst links:]
30/12 -’39 Geen bezwaar:
De Directeur van het marktwezen:
w.g. Dr. A. v/d Laan.

[Handgeschreven tekst rechtsonder:]
Terug naar Open Bel.
30/12-’39
[Paraaf] Het document betreft een administratieve afhandeling van een vergunningsaanvraag door Isidoor Bluhm, een 71-jarige koopman van Letse afkomst. Hij verzoekt om toestemming om een eenvoudige uitstalling (een plank op schragen) voor zijn winkel aan het Waterlooplein 30 te mogen plaatsen. De uitstalling is bedoeld voor de verkoop van tweedehands drijfriemen en rubberlaarzen.

De politie adviseert positief ("Dezerzijds geen bezwaar") en stelt voor om de oude vergunning van de vorige gebruiker (J. de Vries) in te trekken. Eind december 1939 stemt ook de Directeur van het Marktwezen hiermee in. Het document illustreert de strikte regulering van de openbare ruimte en het economische leven in Amsterdam vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Dit document is historisch saillant vanwege de timing en de locatie. Het is opgesteld in november 1939, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. De locatie, het Waterlooplein en de Sint Antoniesbreestraat, vormde het hart van de Joodse buurt in Amsterdam.

Isidoor Bluhm, de aanvrager, was een Joodse immigrant uit Letland. Uit externe bronnen (zoals de archieven van de Joodsche Raad) is bekend dat Isidoor Bluhm en zijn vrouw de oorlog niet hebben overleefd; zij zijn in 1943 in Sobibor vermoord. Dit document geeft een inkijkje in zijn dagelijks leven en nering als kleine zelfstandige, op een moment dat de bureaucratie nog functioneerde volgens de normale vooroorlogse procedures, terwijl de dreiging van de bezetting en de Holocaust reeds tastbaar was.

Samenvatting

Het document betreft een administratieve afhandeling van een vergunningsaanvraag door Isidoor Bluhm, een 71-jarige koopman van Letse afkomst. Hij verzoekt om toestemming om een eenvoudige uitstalling (een plank op schragen) voor zijn winkel aan het Waterlooplein 30 te mogen plaatsen. De uitstalling is bedoeld voor de verkoop van tweedehands drijfriemen en rubberlaarzen.

De politie adviseert positief ("Dezerzijds geen bezwaar") en stelt voor om de oude vergunning van de vorige gebruiker (J. de Vries) in te trekken. Eind december 1939 stemt ook de Directeur van het Marktwezen hiermee in. Het document illustreert de strikte regulering van de openbare ruimte en het economische leven in Amsterdam vlak voor de Tweede Wereldoorlog.

Historische Context

Dit document is historisch saillant vanwege de timing en de locatie. Het is opgesteld in november 1939, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. De locatie, het Waterlooplein en de Sint Antoniesbreestraat, vormde het hart van de Joodse buurt in Amsterdam.

Isidoor Bluhm, de aanvrager, was een Joodse immigrant uit Letland. Uit externe bronnen (zoals de archieven van de Joodsche Raad) is bekend dat Isidoor Bluhm en zijn vrouw de oorlog niet hebben overleefd; zij zijn in 1943 in Sobibor vermoord. Dit document geeft een inkijkje in zijn dagelijks leven en nering als kleine zelfstandige, op een moment dat de bureaucratie nog functioneerde volgens de normale vooroorlogse procedures, terwijl de dreiging van de bezetting en de Holocaust reeds tastbaar was.