Archief 745
Inventaris 745-284
Pagina 199
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven brief/ambtelijke notitie.

25 maart 1939. Van: V. Uitvlugt (vermoedelijk een marktmeester of opzichter).

Origineel

Handgeschreven brief/ambtelijke notitie. 25 maart 1939. V. Uitvlugt (vermoedelijk een marktmeester of opzichter). Den heer Inspecteur
v/h Marktwezen. alhier.

In antwoord op brief No 31/17/1, m. '39. kan ik u
mededeelen, dat voor de kapperszaak van den heer
Th. Prins een vaste plaatshouder staat: de koopman
Appelboom met scheerartikelen. De ingang van den
heer Prins is geheel vrij en zijn winkelraam is ook
goed te zien daar de stal die er voor staat geheel open
is. De zaak naast de heer Prins, moet de ingang
vrij worden gehouden daar er Zondags gewerkt wordt.
Indien de heer Prins zijn verzoek wordt toegestaan, moet
ik een plaats opheffen. Ik geef u dan ook in overweging
het verzoek van Prins niet toe te staan.

Amsterdam 25 Maart 1939
V. Uitvlugt [handtekening] De brief is een ambtelijk advies met betrekking tot een ruimtelijk conflict tussen een gevestigde winkelier (kapper Th. Prins) en een marktkoopman (de heer Appelboom). De kern van de zaak is dat de kapper blijkbaar een verzoek heeft ingediend om de marktkraam voor zijn deur te laten verwijderen of verplaatsen.

De opsteller van de brief, V. Uitvlugt, verdedigt de huidige situatie. Hij voert aan dat:
1. De toegang tot de kapperszaak niet wordt geblokkeerd.
2. De etalage zichtbaar blijft omdat de bewuste kraam een "open" karakter heeft.
3. Het inwilligen van het verzoek van de kapper direct leidt tot het verlies van een marktplaats ("een plaats opheffen"), wat economische gevolgen heeft voor de marktorganisatie.
4. De buurman van de kapper al een vrijgehouden ingang heeft vanwege werkzaamheden op zondag.

Opmerkelijk is de ironie dat de koopman (Appelboom) juist "scheerartikelen" verkoopt direct voor de deur van een kapperszaak, wat de irritatie van de kapper waarschijnlijk heeft vergroot door directe concurrentie op de stoep. Dit document stamt uit maart 1939, een periode waarin de Amsterdamse markten (zoals de Albert Cuyp of de Dappermarkt) een cruciale rol speelden in de stedelijke economie. Het beheer van de openbare ruimte leidde vaak tot spanningen tussen winkeliers in vaste panden, die belasting en hoge huur betaalden, en marktkooplui die vaak recht voor hun etalages stonden.

De brief geeft een inkijkje in de pragmatische werkwijze van het Marktwezen: het behoud van marktplaatsen (en daarmee de inkomsten voor de stad) woog vaak zwaarder dan de individuele klachten van winkeliers, zolang de fysieke toegankelijkheid gewaarborgd bleef. De vermelding van "Zondags gewerkt" is interessant, aangezien de Zondagswet in die tijd streng was, maar voor bepaalde beroepen of in bepaalde wijken uitzonderingen bestonden.

Samenvatting

De brief is een ambtelijk advies met betrekking tot een ruimtelijk conflict tussen een gevestigde winkelier (kapper Th. Prins) en een marktkoopman (de heer Appelboom). De kern van de zaak is dat de kapper blijkbaar een verzoek heeft ingediend om de marktkraam voor zijn deur te laten verwijderen of verplaatsen.

De opsteller van de brief, V. Uitvlugt, verdedigt de huidige situatie. Hij voert aan dat:
1. De toegang tot de kapperszaak niet wordt geblokkeerd.
2. De etalage zichtbaar blijft omdat de bewuste kraam een "open" karakter heeft.
3. Het inwilligen van het verzoek van de kapper direct leidt tot het verlies van een marktplaats ("een plaats opheffen"), wat economische gevolgen heeft voor de marktorganisatie.
4. De buurman van de kapper al een vrijgehouden ingang heeft vanwege werkzaamheden op zondag.

Opmerkelijk is de ironie dat de koopman (Appelboom) juist "scheerartikelen" verkoopt direct voor de deur van een kapperszaak, wat de irritatie van de kapper waarschijnlijk heeft vergroot door directe concurrentie op de stoep.

Historische Context

Dit document stamt uit maart 1939, een periode waarin de Amsterdamse markten (zoals de Albert Cuyp of de Dappermarkt) een cruciale rol speelden in de stedelijke economie. Het beheer van de openbare ruimte leidde vaak tot spanningen tussen winkeliers in vaste panden, die belasting en hoge huur betaalden, en marktkooplui die vaak recht voor hun etalages stonden.

De brief geeft een inkijkje in de pragmatische werkwijze van het Marktwezen: het behoud van marktplaatsen (en daarmee de inkomsten voor de stad) woog vaak zwaarder dan de individuele klachten van winkeliers, zolang de fysieke toegankelijkheid gewaarborgd bleef. De vermelding van "Zondags gewerkt" is interessant, aangezien de Zondagswet in die tijd streng was, maar voor bepaalde beroepen of in bepaalde wijken uitzonderingen bestonden.

Locaties

Amsterdam.