Officiële brief / Beschikking
Origineel
Officiële brief / Beschikking 21 april 1939 De Directeur van het Marktwezen [Logo: Wapen van Amsterdam met drie kruisen]
MARKTWEZEN AMSTERDAM
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 31/22/3 M.
BIJLAGE _______
ONDERWERP: _______
AMSTERDAM (W.) 21 April 1939.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN
den Heer J.Buschel,
Nieuwe Keizersgracht 71,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 10.
Op grond van het feit, dat U geen gevolg hebt gegeven aan de aan U gerichte schriftelyke waarschuwing om Uw plaats op de markt Uilenburg regelmatig te bezetten, behoort Uw marktplaats ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten te worden ingetrokken.
Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op 26 April a.s.tusschen 9½ - 12 uur v.m. te komen by den Inspecteur van myn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.
De Directeur,
[Handgeschreven aantekening bovenaan: Verzonden 21/4]
[Rechtsboven de letter: G. met een zwart vierkantje]
[Linksonder: A.Z. MODEL NO. S. 10.000-6-'38-1633.] In deze brief stelt de Dienst van het Marktwezen de heer J. Buschel in gebreke. De kern van de zaak is het niet-reglementair gebruiken van een marktplaats.
- Inbreuk: De marktkoopman bezet zijn aangewezen plaats op de markt Uilenburg niet regelmatig, ondanks een eerdere schriftelijke waarschuwing.
- Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar Artikel 11 van het 'Reglement op de Markten'. Op basis hiervan dreigt de intrekking van de marktvergunning.
- Procedure: Voordat het definitieve besluit tot intrekking wordt genomen, krijgt de betrokkene de gelegenheid voor een hoorzitting (verweer) bij de inspecteur van de dienst op 26 april 1939.
-
Taalgebruik: De brief is geschreven in de formele, ambtelijke stijl van die tijd (gebruik van de 'y' in woorden als 'schriftelyke', 'myn' en 'by'). Deze brief dateert van april 1939, een jaar voor de Duitse inval in Nederland. De context van de locatie is hierbij zeer relevant:
-
De Markt op Uilenburg: Dit was een van de belangrijkste markten in de Amsterdamse Jodenbuurt. Het was een levendige, maar arme buurt waar veel Joodse Amsterdammers hun brood verdienden als marktkoopman.
- Joodse gemeenschap: De geadresseerde, de heer J. Buschel, woonde aan de Nieuwe Keizersgracht, een straat in de directe nabijheid van de Joodse buurt. Gezien de locatie van de markt en zijn woonadres is de kans groot dat de heer Buschel deel uitmaakte van de Joodse gemeenschap.
- Administratieve controle: De brief toont de strikte controle van de gemeente op de marktactiviteiten. Voor kooplieden die afhankelijk waren van hun standplaats, betekende de dreiging van intrekking een direct gevaar voor hun inkomen. In de pre-oorlogse jaren waren de economische omstandigheden zwaar, wat de 'onregelmatige bezetting' mogelijk verklaart. J. Buschel Marktwezen