Officiële brief/bestuurlijke correspondentie.
Origineel
Officiële brief/bestuurlijke correspondentie. 13 Juli 1939. De Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam). extra
vP/G.
31/29/3 M
13 Juli 1939
den Heer S. Gobes,
Plantage Badlaan 3 II,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 10.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 1 Juni jl. be-
richt ik U, dat het daarin vervatte verzoek niet voor in-
williging in aanmerking kan komen. Indien op het door U be-
doelde betere gedeelte van de markt Uilenburg plaatsen vry
komen, worden deze toegewezen met in acht neming van de
dienaangaande in het Reglement op de Markten gestelde voor-
schriften.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat op 1 juni 1939 door de heer S. Gobes is ingediend. Gobes had blijkbaar gevraagd om een standplaats op een gunstiger ("beter") gedeelte van de markt op Uilenburg in Amsterdam.
* Toon: De toon is zakelijk, afstandelijk en bureaucratisch. De nadruk op het woord "niet" (onderstreept) laat weinig ruimte voor discussie.
* Procedure: De directeur verwijst naar het "Reglement op de Markten" als de leidraad voor het toewijzen van vrijkomende plaatsen, wat duidt op een strikte naleving van de gemeentelijke verordeningen.
* Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gebruikelijke formele spelling en zinsbouw (bijv. "vry", "Wyk", "dienaangaande", "jl." voor jongstleden). * Historisch moment: De brief is gedateerd juli 1939, slechts enkele weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.
* Locatie: De markt op Uilenburg bevond zich in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Voor veel Joodse Amsterdammers was de handel op de markt een essentiële bron van inkomsten. De geadresseerde, Salomon Gobes (1893-1944), woonde in de Plantagebuurt, eveneens een centrum van Joods leven in de stad.
* Sociaal-economische betekenis: Een standplaats op een "beter gedeelte" van de markt kon het verschil betekenen tussen een karig bestaan en een redelijk inkomen. De bureaucratische afwijzing toont de druk op de schaarse commerciële ruimte in Amsterdam aan de vooravond van de bezetting. Uit archiefstukken blijkt dat Salomon Gobes en zijn gezin later tijdens de Holocaust zijn weggevoerd; dit document is een klein fragment van het dagelijks leven en de administratieve realiteit van een burger die kort daarna door de oorlog werd getroffen. S. Gobes