Handgeschreven brief (klaagschrift/verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (klaagschrift/verzoekschrift). 9 juli 1939. G. J. Stibbe, wonende aan de Van Jacob van Campenstraat 132-II te Amsterdam. № 31/39 / M. 1939 10/7 [stempel/kenmerk]
Adam 9 Juli 1939
WelEdele Heer.
Onderget. G. J. Stibbe wonende v. Jacob v. Campenstr
132 II A.dam kwam heden ochtend op dens Zondags.
markt Uilenburg met eenige oude Heerenkleeding
om het te verkoopen aan kooplieden die er met
stallen staan uitgestald. ik stond er met
een paar Collega's te spreken en toen liet een
Costuum zien ik had mijn goed even neer
gelegd op een plank van een stal die nog niet
was opgezet. toen kwam een Controleur amb.te
naar № 51. die persoon zeide toen dat ik
stond te handelen en dat ik verplicht ben om.
marktgeld te betalen ik voelde mij niet verplicht
te betalen omdat ik het goed. van die plank afnam
en niet stond te handelen. en dat ik daar
getuiges bij heb en toen heb den ambtenaar mij
een proces verbaal gaarne zou ik van U Edele Heer.
eenig antwoord vernemen of den ambtenaar daar toe
verplichted is. Ook had ik aan U Edele. Heer een
verzoek. daar ik een ventvrer Vent vergunnig had.
en deze toen heb laten in trekken daar ik
buiten Amsterdam op koopte en buiten geen
vergunnig noodig had om op te koopen nu
weer in Amsterdam wil werken ik zoodoende
gaarne weer mijn vergunnig worden weer
terug wil hebben zoodoende ik mij bij U Edele
heer of. mij tot Burgemeester of en Wethouders In deze brief beklaagt de heer G. J. Stibbe zich over een voorval op de zondagsmarkt op Uilenburg (Amsterdam). Hij stelt dat hij daar aanwezig was om oude herenkleding te verkopen aan gevestigde standhouders. Volgens zijn verklaring stalde hij zijn goederen kortstondig uit op een nog niet opgezette kraam terwijl hij met collega's sprak. Een controleur beschuldigde hem echter van actieve handel zonder betaling van marktgeld en maakte een proces-verbaal op. Stibbe betwist dit en voert aan dat hij getuigen heeft.
Naast deze klacht doet hij een verzoek om zijn 'ventvergunning' terug te krijgen. Hij had deze eerder opgezegd omdat hij buiten Amsterdam werkte (waar dergelijke vergunningen destijds blijkbaar niet overal vereist waren voor inkoop), maar nu hij weer in de stad wil werken, heeft hij deze opnieuw nodig. De brief breekt onderaan de pagina af, midden in een zin waarin hij zich richt tot de geadresseerde of het college van Burgemeester en Wethouders. * Locatie: De markt op Uilenburg was een bekende, levendige straatmarkt in de Joodse buurt van Amsterdam, die vooral op zondag floreerde.
* Tijdsbeeld: Juli 1939 is slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De brief getuigt van de strikte regulering van straathandel in Amsterdam in die tijd.
* Sociale context: De naam Stibbe is een veelvoorkomende naam binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam. Gezien de locatie (Uilenburg) is het zeer waarschijnlijk dat de afzender deel uitmaakte van deze gemeenschap, die kort daarna door de bezetting zwaar getroffen zou worden.
* Administratie: De kantlijnnotities en het nummer bovenin duiden op een officiële archivering door de gemeentelijke instantie waar het schrijven is binnengekomen. J. Stibbe Marktwezen