Archief 745
Inventaris 745-284
Pagina 500
Dossier 29
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

Onbekend (de brief vermeldt "Datum postmerk", wat suggereert dat de datum op de envelop stond). Geschat begin 20e eeuw (ca. 1930) op basis van handschrift en context. Van: S. Mueller (of Muller). Aan: Directeur van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). Onbekend (de brief vermeldt "Datum postmerk", wat suggereert dat de datum op de envelop stond). Geschat begin 20e eeuw (ca. 1930) op basis van handschrift en context. S. Mueller (of Muller). Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. Amsterdam Datum postmerk
Geachte. Directeur van marktwezen
Daar ik handel in staalwaren
samen met den Heer M. binishmijn
buurman op het waterlooplein
heb gekocht kan ik onmogelijk
op Maandag de Markt waar-
nemen. en daar mijn vrouw
ziek is verzoek ik u beleefd
welwillend te zijn ongeveer
nog circa 14 dagen uitstel
ik was bij de marktwezen op
de Noordermarkt en heb alle
schuld 4 weken betaald en
met één het bewijs laten zien
van de Dokter ook kunt u
vragen aan de Marktmeester
waterlooplein waar ik iedere
maandag sta uitgestalt met
Staalwaren. bij voorbaat mijn
Dank teeken ik S. Mueller
Rozenstraat 8 II Hier 33 De brief is een formeel verzoek van een marktkoopman aan de Amsterdamse autoriteiten. De schrijver, S. Mueller, legt uit dat hij onlangs een partij staalwaren heeft ingekocht samen met een compagnon/buurman van het Waterlooplein. Door een combinatie van deze zakelijke afhandeling en de ziekte van zijn vrouw, is hij niet in staat om zijn marktplaats op maandag in te nemen.

Hij verzoekt om een uitstel van ongeveer 14 dagen. Om zijn goede wil te tonen, vermeldt hij dat hij reeds op de Noordermarkt is geweest om openstaande schulden (marktgelden voor 4 weken) te voldoen. Tevens geeft hij aan dat hij een doktersverklaring kan overleggen en verwijst hij naar de marktmeester van het Waterlooplein als referent voor zijn vaste aanwezigheid aldaar.

Het handschrift is een vlot lopend cursief, typerend voor de eerste helft van de 20e eeuw. De spelling ("waarnemen" afgebroken, "uitgestalt") wijst op een gemiddeld opgeleide burger uit die tijd. Dit document biedt een inkijkje in het dagelijks leven van kleine zelfstandigen in het Amsterdamse marktwezen (met name de Joodse buurt/Waterlooplein en de Jordaan/Noordermarkt). De markten waren streng gereguleerd; wie zonder geldige reden wegbleef of zijn standplaatsgelden niet betaalde, liep het risico zijn vergunning te verliezen. Daarom was het essentieel om officiële toestemming te vragen bij ziekte of overmacht.

De genoemde locaties (Waterlooplein, Noordermarkt en de Rozenstraat in de Jordaan) vormen de geografische driehoek van het Amsterdamse volksleven uit die periode. De handel in 'staalwaren' (gereedschap, messen, kleine ijzerwaren) was een veelvoorkomende nering op deze markten. De toevoeging "Hier 33" onderaan zou kunnen duiden op het jaartal 1933, wat consistent is met de stijl van het document.

Samenvatting

De brief is een formeel verzoek van een marktkoopman aan de Amsterdamse autoriteiten. De schrijver, S. Mueller, legt uit dat hij onlangs een partij staalwaren heeft ingekocht samen met een compagnon/buurman van het Waterlooplein. Door een combinatie van deze zakelijke afhandeling en de ziekte van zijn vrouw, is hij niet in staat om zijn marktplaats op maandag in te nemen.

Hij verzoekt om een uitstel van ongeveer 14 dagen. Om zijn goede wil te tonen, vermeldt hij dat hij reeds op de Noordermarkt is geweest om openstaande schulden (marktgelden voor 4 weken) te voldoen. Tevens geeft hij aan dat hij een doktersverklaring kan overleggen en verwijst hij naar de marktmeester van het Waterlooplein als referent voor zijn vaste aanwezigheid aldaar.

Het handschrift is een vlot lopend cursief, typerend voor de eerste helft van de 20e eeuw. De spelling ("waarnemen" afgebroken, "uitgestalt") wijst op een gemiddeld opgeleide burger uit die tijd.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in het dagelijks leven van kleine zelfstandigen in het Amsterdamse marktwezen (met name de Joodse buurt/Waterlooplein en de Jordaan/Noordermarkt). De markten waren streng gereguleerd; wie zonder geldige reden wegbleef of zijn standplaatsgelden niet betaalde, liep het risico zijn vergunning te verliezen. Daarom was het essentieel om officiële toestemming te vragen bij ziekte of overmacht.

De genoemde locaties (Waterlooplein, Noordermarkt en de Rozenstraat in de Jordaan) vormen de geografische driehoek van het Amsterdamse volksleven uit die periode. De handel in 'staalwaren' (gereedschap, messen, kleine ijzerwaren) was een veelvoorkomende nering op deze markten. De toevoeging "Hier 33" onderaan zou kunnen duiden op het jaartal 1933, wat consistent is met de stijl van het document.

Locaties

Amsterdam (vermeldt de Rozenstraat en Waterlooplein).