Archief 745
Inventaris unknown_deel
Pagina 93
Dossier 103
Stadsarchief

Getypte brief op officieel briefpapier.

29 april 1942. Van: Meyer de Vries (Algemeen Adviseur), namens de Joodsche Raad voor Amsterdam. Aan: De Heer A. Kaan, Directeur van het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken, Amsterdam.

Origineel

Getypte brief op officieel briefpapier. 29 april 1942. Meyer de Vries (Algemeen Adviseur), namens de Joodsche Raad voor Amsterdam. De Heer A. Kaan, Directeur van het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken, Amsterdam. JOODSCHE RAAD VOOR AMSTERDAM
VOORZITTERS: A. ASSCHER, Prof. Dr. D. COHEN
POSTGIRO 417242

AMSTERDAM-C., 29.4.1942
Nieuwe Keizersgracht 58
Tel. 55003, 55136, 54970

Bij Uw antwoord te vermelden:
AFD. X Soc. Z.
REF. dVr/R/HH

In handen van den Heer A. Kaan
Den Heer Directeur van het Ge-
meentelijk Bureau voor Sociale
Zaken
Galerij 21
A m s t e r d a m / C

Zeer geachte Heer Kaan,

Vriendelijk dank voor de toezending van de lijst van hen, die Zaterdag niet zijn gekomen. U wilt zeker wel de goedheid hebben, wanneer weer een groep naar Drenthe gaat en er onder deze groep menschen zijn die niet komen, de namen van deze wegblijvers aan den heer Veffer mede te deelen, opdat wij op onze wijze betrokkenen aan de jas kunnen trekken.

Hoogachtend,
Namens den Joodschen Raad
voor Amsterdam

(Handtekening: Meyer de Vries)
MEYER DE VRIES
Algemeen Adviseur

[Stempel onderaan:]
INGEK. - 1 MEI 1942
No. INDIC. J. 2495
(Verdere administratieve hokjes en rode krabbels) Deze brief is een administratief bewijsstuk van de interactie tussen de Joodsche Raad en het Amsterdamse Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken tijdens de bezetting. De kern van de brief is het verzoek om informatie over "wegblijvers": Joodse Amsterdammers die niet zijn komen opdagen voor een transport naar "Drenthe" (Kamp Westerbork).

De toon is zakelijk en beleefd ("Zeer geachte Heer", "vriendelijk dank"), wat in schril contrast staat met de tragische realiteit van de deportaties. De expliciet onderstreepte passage "aan de jas kunnen trekken" is veelzeggend; het duidt erop dat de Joodsche Raad een actieve rol speelde in het opsporen en onder druk zetten van personen die probeerden te ontkomen aan de oproepen, waarschijnlijk uit angst dat het niet-voldoen aan de Duitse quota tot nog repressievere maatregelen voor de gehele gemeenschap zou leiden. In april 1942, de datum van deze brief, was de systematische uitroeiing nog niet in volle gang, maar werden Joodse mannen al wel onder dwang naar "werkverruimingskampen" in het noorden en oosten van Nederland gestuurd. De Joodsche Raad, ingesteld op last van de Duitse bezetter, zat in de onmogelijke positie dat zij de bevelen van de nazi's moest uitvoeren om erger te voorkomen.

De genoemde "Heer Veffer" was een belangrijke ambtenaar binnen de Joodsche Raad die zich bezighield met sociale zaken en werkverruiming. Deze brief illustreert hoe de bureaucratie van zowel de bezetter, de gemeente als de Joodsche Raad zelf nauw samenwerkte om de controle over de Joodse bevolking sluitend te maken. De rode strepen en het stempel "INGEK." laten zien dat dit verzoek direct in de gemeentelijke administratie werd verwerkt. A. Kaan Gemeente Amsterdam

Samenvatting

Deze brief is een administratief bewijsstuk van de interactie tussen de Joodsche Raad en het Amsterdamse Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken tijdens de bezetting. De kern van de brief is het verzoek om informatie over "wegblijvers": Joodse Amsterdammers die niet zijn komen opdagen voor een transport naar "Drenthe" (Kamp Westerbork).

De toon is zakelijk en beleefd ("Zeer geachte Heer", "vriendelijk dank"), wat in schril contrast staat met de tragische realiteit van de deportaties. De expliciet onderstreepte passage "aan de jas kunnen trekken" is veelzeggend; het duidt erop dat de Joodsche Raad een actieve rol speelde in het opsporen en onder druk zetten van personen die probeerden te ontkomen aan de oproepen, waarschijnlijk uit angst dat het niet-voldoen aan de Duitse quota tot nog repressievere maatregelen voor de gehele gemeenschap zou leiden.

Historische Context

In april 1942, de datum van deze brief, was de systematische uitroeiing nog niet in volle gang, maar werden Joodse mannen al wel onder dwang naar "werkverruimingskampen" in het noorden en oosten van Nederland gestuurd. De Joodsche Raad, ingesteld op last van de Duitse bezetter, zat in de onmogelijke positie dat zij de bevelen van de nazi's moest uitvoeren om erger te voorkomen.

De genoemde "Heer Veffer" was een belangrijke ambtenaar binnen de Joodsche Raad die zich bezighield met sociale zaken en werkverruiming. Deze brief illustreert hoe de bureaucratie van zowel de bezetter, de gemeente als de Joodsche Raad zelf nauw samenwerkte om de controle over de Joodse bevolking sluitend te maken. De rode strepen en het stempel "INGEK." laten zien dat dit verzoek direct in de gemeentelijke administratie werd verwerkt.

Genoemde Personen 1

Producten

Textiel & Kleding: Jas Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen Kamp Westerbork

Organisaties

Gemeente Amsterdam