Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 109
Jaar 1941
Document
Stadsarchief

Getypte rapportpagina (pagina 6).

Onbekend Getypt nvt 1 persoonsregels
getypt 1 controle nodig

Personen op deze lijst

De parser heeft deze regels uit de scan gehaald. Gekoppelde personen linken door naar hun dossier.

1 controle nodig Regels met lagere zekerheid of OCR-/transcriptiewaarschuwing
# Naam Adres Markt Product Zekerheid Waarschuwing Actie Bronregel
1 Inkomensgroep Aantal gezinsleden gem. per gezin Per jaar verbruikt voedsel in kg per gezin 60% lagere parse-zekerheid; geboortedatum niet eenduidig
| Inkomensgroep | Aantal gezinnen | Aantal gezinsleden gem. per gezin | Per jaar verbruikt voedsel in kg per gezin | Idem per gezinslid | Percentage van de verbruiksrekening |

Transcriptie

Getypte rapportpagina (pagina 6). --6--

Ir. Bijl den aanvoer in de Haarlemmermeer als volgt:

per boerenwagen 275 ton;
" spoor 4461 " ;
" schip 15995 " ;
20731 ton.

Dit komt neer op ongeveer 1 ton per inwoner; maar er is reden aan te nemen, dat dit cijfer o.a. wegens de verwaarloozing van het vervoer per vrachtauto aan den lagen kant is.

Trachten wij zelf een schatting te maken, dan valt eenerzijds te rekenen met den aanvoer van productiegoederen voor de bedrijven (kunstmest, zaai- en pootgoed, werktuigen, bouwmaterialen) en anderzijds met dien van consumptiegoederen voor de bevolking (bouwmaterialen, brandstoffen, huisraad, stukgoed van allerlei aard).

Volgens verkregen inlichtingen moet op de kleigronden van de Zuiderzeepolders worden gerekend met een verbruik van 500 kg kunstmest per ha cultuurgrond; dit komt neer op een jaarlijkschen aanvoer van 67500 ton. Voor de voorziening met zaai- en pootgoed zal goeddeels uit de productie van den polder zelf plaats vinden. Voor aanschaffing en vernieuwing van landbouwwerktuigen kan men rekenen met een jaarlijksche uitgave van f. 15.- per ha; voor de beide Zuidelijke polders komt dit neer op een bedrag van twee millioen gulden per jaar. Het gewicht van deze hoeveelheid (o.a. te benaderen met behulp van de in-, uit- en doorvoerstatistiek) zal niet groot zijn, + 5000 ton bedragen. Als spergoed zal het echter in de vervoermiddelen betrekkelijk veel ruimte in beslag nemen.

De overige posten konden niet wel geraamd worden dan nadat eerst een inzicht was verkregen aangaande de toekomstige bevolkingsgrootte; een desbetreffende berekening is opgenomen in een bijlage bij deze nota. Aldaar wordt als uitkomst vastgesteld, dat een bevolking van 140000 zielen verwacht mag worden. Voor een bevolking van deze grootte moeten dus woningen en bedrijfsruimten worden gebouwd en voorts brandstoffen, levensmiddelen, huisraad, gereedschappen, enz. worden aangevoerd.

Door gebruik te maken van verschillende bronnen van gegevens kan men zich een zeker denkbeeld vormen omtrent de vraag, welke hoeveelheden goederen met deze voorzieningen gemoeid zijn. Zoo wordt aangaande de verbruikte hoeveelheden voedsel het volgende ontleend aan een door het Centraal Bureau voor de Statistiek samengestelde budgetstatistiek. 1)

Verbruikte hoeveelheid voedsel in gezinnen van verschillenden welstand.

Inkomensgroep Aantal gezinnen Aantal gezinsleden gem. per gezin Per jaar verbruikt voedsel in kg per gezin Idem per gezinslid Percentage van de verbruiksrekening
minder dan f.1.400.- 167 4,71 2556 543 43,66
f.1.400.- - f.1.800.- 109 5,03 2809 558 37,59
f.1.800.- - f.2.300.- 103 5,33 2981 559 32,85
f.2.300.- - f.3.000.- 60 5,43 2993 551 28,67
f.3.000.- - f.4.000.- 28 4,79 2758 576 23,57
f.4.000.- - f.6.000.- 37 4,27 2555 598 17,53
f.6.000.- en meer 21 4,14 2800 676 12,15

Uit dit overzicht blijkt, dat per jaar per inwoner kan worden gerekend op een verbruik van ongeveer 500 kg levensmiddelen; weliswaar zal in een landbouwstreek een deel van dit verbruik uit eigen productie worden bestreden, doch daar staat tegenover, dat de vermelde hoeveelheden netto-gewichten zijn, terwijl in den aanvoer met bruto-gewicht moet worden gerekend. Dosdoende komt men tot een levensmiddelenaanvoer van ongeveer 70000 ton.

Het brandstoffenverbruik bedraagt volgens cijfers uit dezelfde bron:

voor gezinnen met een inkomen van: brandstoffenverbruik
minder dan f.1.400.- f. 43,09
f.1.400.- - f.1.800.- " 47,18

1) Huishoudrekeningen van 598 gezinnen 1935-1936, Den Haag 1938.

Schr.P.W.Asd. Dit document vormt een technisch-economische onderbouwing voor de logistieke planning van de nog aan te leggen of in te richten Zuiderzeepolders (waarschijnlijk de Noordoostpolder en de geplande Zuidelijke polders).

De kernpunten zijn:
1. Referentiewaarden: Men gebruikt de Haarlemmermeer als historisch vergelijkingspunt voor transportvolumes (ruim 20.000 ton), maar merkt op dat vrachtautoverkeer in die oude cijfers ondervertegenwoordigd is.
2. Productiegoederen: Er wordt een gedetailleerde schatting gemaakt van de benodigde kunstmest (67.500 ton) en landbouwwerktuigen (2 miljoen gulden per jaar) voor de nieuwe kleigronden.
3. Demografie en Consumptie: Men rekent met een verwachte populatie van 140.000 mensen. Op basis van CBS-statistieken uit 1935-1936 wordt het voedselverbruik per inwoner gesteld op 500 kg per jaar, wat leidt tot een totale importbehoefte van 70.000 ton aan levensmiddelen.
4. Spergoed: Er wordt expliciet gewaarschuwd dat landbouwwerktuigen qua gewicht meevallen (5000 ton), maar door hun omvang ("spergoed") veel transportruimte zullen opeisen. Dit document is exemplarisch voor de modernistische, planmatige aanpak van de Dienst der Zuiderzeewerken en de Directie van de Wieringermeer. In de jaren '30 en '40 werd de inrichting van de nieuwe polders niet aan het toeval overgelaten, maar tot op de kilo en de gulden nauwkeurig berekend door ingenieurs en economen.

De genoemde "Zuidelijke polders" verwijzen naar de gebieden die we nu kennen als Flevoland (Oostelijk en Zuidelijk Flevoland). De referentie naar de Haarlemmermeer (drooggelegd in 1852) dient als de 'gouden standaard' voor een succesvolle droogmakerij, hoewel men in dit document al inziet dat de moderne tijd (vrachtwagens in plaats van alleen schuiten en spoor) om nieuwe berekeningen vraagt. De gebruikte CBS-data over gezinsbudgetten geven bovendien een uniek inkijkje in de sociaaleconomische verhoudingen en consumptiepatronen van Nederland vlak voor de Tweede Wereldoorlog.

Samenvatting

Dit document vormt een technisch-economische onderbouwing voor de logistieke planning van de nog aan te leggen of in te richten Zuiderzeepolders (waarschijnlijk de Noordoostpolder en de geplande Zuidelijke polders).

De kernpunten zijn:
1. Referentiewaarden: Men gebruikt de Haarlemmermeer als historisch vergelijkingspunt voor transportvolumes (ruim 20.000 ton), maar merkt op dat vrachtautoverkeer in die oude cijfers ondervertegenwoordigd is.
2. Productiegoederen: Er wordt een gedetailleerde schatting gemaakt van de benodigde kunstmest (67.500 ton) en landbouwwerktuigen (2 miljoen gulden per jaar) voor de nieuwe kleigronden.
3. Demografie en Consumptie: Men rekent met een verwachte populatie van 140.000 mensen. Op basis van CBS-statistieken uit 1935-1936 wordt het voedselverbruik per inwoner gesteld op 500 kg per jaar, wat leidt tot een totale importbehoefte van 70.000 ton aan levensmiddelen.
4. Spergoed: Er wordt expliciet gewaarschuwd dat landbouwwerktuigen qua gewicht meevallen (5000 ton), maar door hun omvang ("spergoed") veel transportruimte zullen opeisen.

Historische context

Dit document is exemplarisch voor de modernistische, planmatige aanpak van de Dienst der Zuiderzeewerken en de Directie van de Wieringermeer. In de jaren '30 en '40 werd de inrichting van de nieuwe polders niet aan het toeval overgelaten, maar tot op de kilo en de gulden nauwkeurig berekend door ingenieurs en economen.

De genoemde "Zuidelijke polders" verwijzen naar de gebieden die we nu kennen als Flevoland (Oostelijk en Zuidelijk Flevoland). De referentie naar de Haarlemmermeer (drooggelegd in 1852) dient als de 'gouden standaard' voor een succesvolle droogmakerij, hoewel men in dit document al inziet dat de moderne tijd (vrachtwagens in plaats van alleen schuiten en spoor) om nieuwe berekeningen vraagt. De gebruikte CBS-data over gezinsbudgetten geven bovendien een uniek inkijkje in de sociaaleconomische verhoudingen en consumptiepatronen van Nederland vlak voor de Tweede Wereldoorlog.

Metadata

TypeGetypte rapportpagina (pagina 6).
Lijsttypeonbekend
Scopelogistiek
Schriftgetypt
Handschriftnvt
Confidence90%