G. Boeske
Bekijk Verhaal ➔AI-Synthese 45
G. Boeske was een visafslager die actief was op de Vischmarkt en de Noordermarkt. In 1941 had hij een conflict met G. Klooster over de verdeeling van aal. Sinds oktober 1938 kon hij niet werken vanwege tuberculose. In 1944 verzocht hij om een vergunning voor visverwerking, maar werd afgewezen vanwege zijn medische geschiedenis en slechte reputatie.
Lotgevallen
Relaties
Handel
Archiefdocumenten
Getypte lijst met financiële gegevens (omzet of commissies) per handelaar
Dit document is een overzicht van handelaren verbonden aan de Amsterdamse Visafslag. Het rangschikt personen en bedrijven op basis van hun financiële totaal over de jaren 1939 en 1940. De bedragen zijn hoogstwaarschijnlijk in Nederlandse guldens. Opvallend is de kolom met percentages. Bij de individuele top-handelaren (zoals L. Biet en P. Vrees) lijkt het percentage af te nemen naarmate het totaalbedrag lager wordt. Echter, verderop in de lijst worden handelaren gegroepeerd met accolades, waarbij een gezamenlijk (hoger) percentage wordt genoteerd (bijv. 5 ½% of 4 ½%). Dit zou kunnen wijzen op een verdeelsleutel voor afslagkosten, belastingen, of lidmaatschapsgelden van een vereniging.
Handgeschreven rapport van de Inspectie voor het Marktwezen.
Het document is een ambtelijk rapport over een incident op de vismarkt in Amsterdam. De kern van de zaak is een conflict tussen een lokale handelaar (G. Boeske) en een belangrijke aanvoerder uit Enkhuizen (G. Klooster). **Belangrijkste punten:** * **De aanleiding:** Een ruzie over de "verdeeling van de aal". Boeske voelde zich tekortgedaan, wat leidde tot een bijna fysieke confrontatie. * **De toon:** Boeske wordt door de rapporteur getypeerd als "iemand met een groote mond", wat direct de sympathie van de ambtenaar voor de aanvoerder (Klooster) verraadt. * **Het risico:** De rapporteur maakt zich zorgen dat Klooster zijn dreigement om "nooit weer" te komen waarneemt. Dit zou de visaanvoer in Amsterdam in gevaar brengen. * **Afhandeling:** Uit de latere aantekeningen blijkt dat Boeske is opgeroepen bij de Inspectie ("onderhouden") om de zaak recht te zetten en de aanvoerder te behouden.
Handgeschreven brief (verzoekschrift).
In deze brief verzoekt Gerrit Boeske de directeur van het Marktwezen om hem opnieuw een vergunning of toewijzing te geven voor de handel in vis. Boeske legt uit dat hij sinds oktober 1938 niet meer heeft kunnen werken vanwege tuberculose, waarvoor hij behandeld werd in sanatorium "Hoog-Laren". Hoewel hij in 1939 ontslagen werd, mocht hij van het Consultatiebureau jarenlang niet werken. Pas in januari 1944 heeft hij weer medische goedkeuring gekregen voor licht werk. Onderaan de brief staan ambtelijke aantekeningen. Hieruit blijkt dat de instanties controleren of hij recht heeft op toewijzingen (zeevis, zoute vis, aal, garnalen). Er wordt kritisch gevraagd waarom hij niet eerder met deze aanvraag is gekomen. Ook wordt er verwezen naar een "erkenning" die blijkbaar nodig is om als marktkoopman te mogen fungeren. De afhandeling resulteert in een oproep voor nader onderzoek op maandag 3 maart 1944.
Getypte ambtelijke brief/memo.
Dit document is een ambtelijk informatieverzoek uit de late oorlogsjaren (1944). De kern van de zaak is de screening van een individu, G. Boeske, die een officiële vergunning ambieert als kleinhandelaar binnen het systeem van de visdistributie. **Kernpunten:** * **Vermoeden van malversaties:** Er zijn geruchten of informele meldingen dat Boeske "zeer slecht staat aangeschreven" en betrokken is bij de zwarte handel. * **Handhaving:** Er wordt specifiek gevraagd naar eerdere verbalen (processen-verbaal), wat wijst op een zoektocht naar een officieel strafblad. * **Geadresseerden:** De brief is gericht aan drie instanties die toezicht hielden op de economische orde en openbare orde tijdens de bezetting: de politie, de prijsbeheersing en de Crisis Controle Dienst (C.C.D.). * **Toon:** De brief is zakelijk en voorzichtig ("zou hebben gedreven", "zou zijn geverbaliseerd"), wat duidt op een zorgvuldig administratief proces voordat iemand wordt toegelaten tot de gecontroleerde distributieketen.
Handgeschreven ambtelijk memo/conceptbrief.
Het document is een interne correspondentie of een concept voor een officieel verzoek om inlichtingen, geschreven tijdens de Duitse bezetting in 1944. De kern van de zaak is de aanvraag van een zekere G. Boeske, woonachtig aan de Ruysdaelkade in Amsterdam, om toegelaten te worden tot de officiële visverwerking. De auteur van de brief uit zijn twijfels over de integriteit van de aanvrager. Er wordt verwezen naar informatie van "deskundigen" waaruit zou blijken dat Boeske een slechte reputatie heeft in de vissector. Hij wordt specifiek verdacht van langdurige betrokkenheid bij de zwarte handel en het herhaaldelijk overtreden van de regels (geverbaliseerd). De doorhalingen in het document suggereren dat de schrijver zijn formulering aanscherpte: een eerdere referentie naar een verblijf in een sanatorium werd geschrapt ten gunste van een focus op zijn zakelijke reputatie.
Getypte brief (doorslag of origineel op dun papier) met handgeschreven kanttekeningen.
* **Inhoud:** De brief is een officieel verzoek om medische informatie. Een zekere heer G. Boeske wil weer aan de slag als visboer binnen het officiële distributiesysteem. Hij heeft echter een medisch verleden met tuberculose (verblijf in sanatorium "Hoog-Laren" en arbeidsverbod via het consultatiebureau). De afzender wil van de Gemeentelijke Geneeskundige Dienst weten of Boeske fysiek in staat is het werk te doen en of er hygiënische bezwaren zijn (besmettingsgevaar) bij het verhandelen van vis. * **Taalgebruik:** Formeel-ambtelijk Nederlands uit de eerste helft van de 20e eeuw (met de "n" in de verbogen naamvallen zoals "den persoon" en de oude spelling van "visch"). * **Opvallende details:** De breuklijn $\frac{1}{4}$ in de kantlijn is waarschijnlijk een administratieve classificatie of een verwijzing naar een dossieronderdeel. Het adres Achtergracht 100 in Amsterdam was inderdaad de zetel van de GG&GD.
Handgeschreven brief (ambtelijke correspondentie).
Het document is een zakelijke brief uit de Tweede Wereldoorlog waarin om medisch advies wordt gevraagd. De essentie is de beoordeling of een individu, de heer G. Boeske, fysiek in staat is om een bedrijf uit te oefenen. Boeske heeft een geschiedenis van langdurige ziekte; hij verbleef in sanatorium "Hoog-Laren" en mocht sinds 1939 niet werken op last van het Consultatiebureau (waarschijnlijk het consultatiebureau voor tuberculose). Omdat hij nu een aanvraag heeft ingediend om opgenomen te worden in de "verdeeling van visch" (de gereguleerde visdetailhandel), wil de instantie van de GGD weten of hij hiertoe fysiek in staat is. De nadruk ligt op het "persoonlijk" uitoefenen van de handel, wat suggereert dat men wil voorkomen dat vergunningen worden misbruikt of dat de aanvrager het zware werk niet aan kan.
Officiële brief op briefpapier van de gemeente.
Deze brief bevat het medisch oordeel van de Amsterdamse GGD over de arbeidsgeschiktheid van een burger, de heer G. Boeske. De heer Boeske was werkzaam als "kleinhandelaar in visch" (visboer). Uit het onderzoek van de GGD is gebleken dat hij fysiek slechts in staat is tot "zeer licht werk". De crux van het advies ligt bij de praktische uitvoering van zijn beroep: het rijden van een handkar. Omdat dit fysiek te zwaar voor hem is bevonden, wordt hij officieel "ongeschikt" geacht voor zijn functie. De brief laat de mogelijkheid open voor een herkeuring na zes maanden, wat duidt op een medische conditie die mogelijk kan verbeteren of een standaardprocedure voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid. Administratief valt op dat de brief meerdere kenmerken en stempels bevat (zoals het paarse stempel onderaan), wat wijst op een zorgvuldige archivering door de afdeling Marktwezen.
Document
* **Doel van het document:** Het document dient als een antecedentenonderzoek. De Directeur van het Marktwezen heeft bij de politie informatie opgevraagd over Gerardus Boeske, een visboer die een vergunning aanvraagt om deel te nemen aan de officiële visdistributie ("vischverdeeling"). * **Inhoudelijke details:** De politie somt het strafblad van Boeske op: een oude veroordeling voor wederspannigheid (1929) en een recentere veroordeling (maart 1941) voor de mishandeling van een ambtenaar. Ook wordt melding gemaakt van een onderzoek naar prijsopdrijving (zwarte handel) in 1942, dat echter niets opleverde. * **Vorm:** Het betreft een zeer formele, ambtelijke correspondentie. De brief is onderaan afgesneden, waardoor de laatste zin onvolledig is en de ondertekening ontbreekt. De stempel "M.1944" duidt waarschijnlijk op de registratie bij de betreffende afdeling van het Marktwezen.
Getypte brief (doorslag of kantoorkopie).
* **Inhoud:** De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat ruim vier maanden eerder (1 februari 1944) door de heer Boeske was ingediend. Hij verzocht om te worden opgenomen in de "vischverdeeling" (visdistributie). De directeur stelt dat er na een "uitgebreid onderzoek" geen reden is gevonden om aan dit verzoek tegemoet te komen. * **Toon en stijl:** De stijl is strikt ambtelijk, zakelijk en afstandelijk, typerend voor overheidscommunicatie uit die periode. * **Fysieke kenmerken:** Het betreft een getypt document op dun papier. De initialen "vD/SV" verwijzen vermoedelijk naar de opsteller van de brief en de typist(e). De handgeschreven aantekening bovenin diende voor de interne administratie om te bevestigen dat de brief daadwerkelijk was verzonden.
Koopliedenlijsten
Onbekend
Onbekend
Relevante Archieffragmenten
Div. bylagen (w.o. teek).
# TRANSCRIPTIE 46b/15/3 M. RP. [handgeschreven: esha] 20 April 1944 Den Heer Directeur van de Gemt.Geneeskundige Dienst Achtergracht 100 Amsterdam-Centrum ================== $\frac{1}{2}$ De handelaar G.Boeske, wonende Ruysdaelkade 201 II, heeft mij verzocht als- nog als kleinhandelaar in de verdeeling van visch te worden opgenomen. Boeske deelt mede, dat hij langen tijd...
# TRANSCRIPTIE [Stempel/Kenmerk linksboven:] 46b/15/2 M RP. [Handgeschreven in blauw potlood middenboven:] Verzonden 20/4 [Rechtsboven:] 20 April 1944 [Onderstreept:] Vertrouwelijk: De handelaar G.Boeske, wonende Ruysdaelkade 201 II heeft mij verzocht om als kleinhandelaar in de vischverdee- ling te dezer stede te worden opgeno- men. Mij wordt evenwel medegedeeld, dat Boeske, die volgens de de...
M. de Haan.
# TRANSCRIPTIE [Linksboven in rood potlood:] 44 B/15/3 [Rechtsboven:] A’dam, 18/4 1944 Den Heer Dir. v.h. G.G.D. Achtergracht —————— De handelaar G. Boeske, wonende Ruysdaelkade 201 II heeft mij verzocht alsnog als kleinhandelaar in de verdeeling van visch te worden opgenomen. Boeske deelt mede, dat hij langen tijd is verpleegd in het sanatorium “Hoog-Laren” en dat hij vanaf Aug. 1939 van het C...