Handgeschreven ambtelijk memo/conceptbrief.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk memo/conceptbrief. 18 april 1944. Noot: Doorgehaalde tekst is weergegeven als ~~tekst~~. Tekst in de marge is tussen haakjes geplaatst op de logische plek in de zin.
Vertrouwelijk A'dam, 18/4 1944
46 B 1) Aan den Politiepresident
15 2) Aan Plaats. leider C.C.D.
th. Visscher.
2 3) Aan Insp. Prijsbeheersching
De handelaar G. Boeske,
wonende Ruysdaelkade 201
heeft mij verzocht om ~~als afleggerhandelaar~~
in de vischverwerking te dezer stede
te worden opgenomen. Mij wordt
evenwel medegedeeld, dat Boeske,
~~die jarenlang in een sanatorium~~
~~is verpleegd geweest~~
(volgens de deskundigen) die in den vischhandel
zeer slecht staat aangeschreven,
jarenlang zwarten handel met
visch zou hebben gedreven en
daarom verschillende malen
zou zijn geverbaliseerd.
~~Ik verzoek u mij~~ zoo
mogelijk spoedig ~~mij~~ van alle bij
u bekende feiten omtrent deze persoon
op de hoogte te stellen.
[Paraaf/Handtekening onleesbaar] Het document is een interne correspondentie of een concept voor een officieel verzoek om inlichtingen, geschreven tijdens de Duitse bezetting in 1944. De kern van de zaak is de aanvraag van een zekere G. Boeske, woonachtig aan de Ruysdaelkade in Amsterdam, om toegelaten te worden tot de officiële visverwerking.
De auteur van de brief uit zijn twijfels over de integriteit van de aanvrager. Er wordt verwezen naar informatie van "deskundigen" waaruit zou blijken dat Boeske een slechte reputatie heeft in de vissector. Hij wordt specifiek verdacht van langdurige betrokkenheid bij de zwarte handel en het herhaaldelijk overtreden van de regels (geverbaliseerd). De doorhalingen in het document suggereren dat de schrijver zijn formulering aanscherpte: een eerdere referentie naar een verblijf in een sanatorium werd geschrapt ten gunste van een focus op zijn zakelijke reputatie. In 1944 was Nederland bezet en heerste er een strikt distributiesysteem vanwege nijpende voedseltekorten. De Centrale Controle Dienst (CCD) was de instantie die toezag op de naleving van deze distributie- en prijsvoorschriften. De "zwarte handel" was een wijdverbreid fenomeen, maar werd door de autoriteiten (zowel de Nederlandse administratie als de bezetter) streng bestreden om de controle over de voedselvoorraad te behouden.
Een handelaar die officieel opgenomen wilde worden in de keten (bijvoorbeeld als groothandelaar of verwerker), moest van onbesproken gedrag zijn. Dit document illustreert de bureaucratische controle en de nauwe samenwerking tussen de politie, de prijsbeheersing en de CCD bij het screenen van individuen in de vitale voedselsector. De Ruysdaelkade, gelegen in de Amsterdamse Pijp, was indertijd een levendige locatie voor handel en bedrijvigheid. G. Boeske Prijsbeheersing (Inspecteur) Politie