Handgeschreven rapport van de Inspectie voor het Marktwezen.
Origineel
Handgeschreven rapport van de Inspectie voor het Marktwezen. 8 augustus 1941. [Koptekst rechtsboven]
Amsterdam 8 Aug’s 1941.
detto m.i. Dir s.v.p. bespreken.
[Linkerbovenhoek]
Rapport
№ 46A/37 / M. 1941 2/8.
[Hoofdtekst]
Vrijdag 8 Aug’s des morgens
om half negen, heeft G. Boeske
iemand met een groote mond.
wonende J. v. d. Heijdenstr 72 II
Amsterdam, ruzie gemaakt,
bijna op vechten toe, met den aan-
voerder G. Klooster vishandel
te Enkhuizen. Boeske zag zich
verongelijkt door Klooster met
de verdeeling van de aal.
Klooster is door dit relletje
kwaad weggegaan met de
gezegde, ik kom hier nooit weer.
Als Klooster dit gezegde
gestand houd, zou het jammer
zijn, want Klooster is een
flinke aanvoerder van aal
en andere vischsoorten.
Hoogachtend.
[Handtekening: Yue Sturm]
[Onderkant links]
Aan
Insp: Marktwezen
Amsterdam.
[Aantekeningen onderaan en in de kantlijn]
Ruysdaelkade 201 II nieuw adres aangegeven W.M.B.
Boeske onderhouden en afgedaan. Opb. HD 27/11.
[In blauw potlood]
m.i. Boeske oproepen bij Insp. en hierover onderhouden en daarna Klooster berichten. HD.
ongewesen p 20/8.
[In rood potlood]
afged 15/10/41 Het document is een ambtelijk rapport over een incident op de vismarkt in Amsterdam. De kern van de zaak is een conflict tussen een lokale handelaar (G. Boeske) en een belangrijke aanvoerder uit Enkhuizen (G. Klooster).
Belangrijkste punten:
* De aanleiding: Een ruzie over de "verdeeling van de aal". Boeske voelde zich tekortgedaan, wat leidde tot een bijna fysieke confrontatie.
* De toon: Boeske wordt door de rapporteur getypeerd als "iemand met een groote mond", wat direct de sympathie van de ambtenaar voor de aanvoerder (Klooster) verraadt.
* Het risico: De rapporteur maakt zich zorgen dat Klooster zijn dreigement om "nooit weer" te komen waarneemt. Dit zou de visaanvoer in Amsterdam in gevaar brengen.
* Afhandeling: Uit de latere aantekeningen blijkt dat Boeske is opgeroepen bij de Inspectie ("onderhouden") om de zaak recht te zetten en de aanvoerder te behouden. Dit document stamt uit augustus 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening een kritieke kwestie. Schaarse goederen zoals aal (paling) waren streng gereguleerd.
De Inspectie voor het Marktwezen speelde een cruciale rol in het handhaven van de orde op de markten om de distributieketen niet te verstoren. Een conflict zoals dit was niet slechts een persoonlijke ruzie, maar een economisch risico: als een grote aanvoerder uit een vissersstad als Enkhuizen zou besluiten Amsterdam te mijden, had dat directe gevolgen voor de voedselvoorraad in de stad. De snelheid waarmee de inspectie reageerde (zie de aantekeningen over het oproepen van Boeske) onderstreept het belang van een stabiele aanvoer in oorlogstijd. G. Boeske G. Klooster J. v. d. Heijdenstr W.M.B. Marktwezen