M.A. Gillisse
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Handgeschreven brief (verzoekschrift).
In deze brief uit oktober 1941 beklaagt M.A. Gillisse zich over de oneerlijke concurrentie en de penibele situatie in de handel tijdens de Duitse bezetting. De kern van het betoog is dat de mosselhandel overspoeld wordt door handelaren uit andere sectoren (zoals slijters, fruit- en brandstofhandelaren) die hun eigen producten niet meer kunnen krijgen of verkopen. Gillisse voert aan dat door deze toestroom een te grote groep mensen afhankelijk is van een steeds schaarser wordende aanvoer van mosselen. Zijn specifieke grief is dat gevestigde vishandelaren die al een inkomen hebben uit andere visproducten wél mosselen krijgen toegewezen, terwijl vakmensen zoals hijzelf — die door de oorlogsomstandigheden ("overmacht") hun reguliere bedrijf hebben moeten staken — buiten de boot vallen. Hij benadrukt zijn professionaliteit door te wijzen op zijn 13-jarige ervaring in de vishandel. De brief is een roep om een eerlijkere verdeling van handelsvergunningen of toewijzingen in een tijd van extreme schaarste.
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE M^r de Gaer
# TRANSCRIPTIE v. Mathijsen C.M. Lintjens
Werkman bij de Commissie
# TRANSCRIPTIE [Linksboven handgeschreven:] m. S. 59686
Div. bylagen (w.o. teek).