Officiële brief/besluit van de gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief/besluit van de gemeente Amsterdam. 29 oktober 1942. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte). Den heer B. Kuiper, Houtrijkstraat 120 I, Amsterdam. [Linksboven, stempel in blauw:] Nº 77/52/9 M. 1942 [Handgeschreven in blauw:] 30/10
[Rechtsboven, handgeschreven in grijs potlood:] Marktho.
[Midden boven:]
Aan
den heer B. Kuiper,
Houtrijkstraat 120 I,
A_L_H_I_E_R(W).
[Links midden:]
L.M. 54/28
-1942-
[Rechts midden:]
29 October 1942.
[Handgeschreven annotatie over de adresgegevens in blauw en rood:]
nv. Dir.
bedrijfschef [gevolgd door een onleesbare rode paraaf]
[Body tekst:]
Naar aanleiding van Uw verzoek Uw straftijd te verkorten, deel ik U mede dat ik, gelet op den ernst van het door U gepleegde feit geen termen vind, dat verzoek in te willigen.
[Onderaan de tekst, links:] vM
[Afsluiting:]
De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
[Stempel in blauw:] (get.) J. F. FRANKEN Dit document is een formele afwijzing van een verzoek om gratie of strafvermindering. De geadresseerde, B. Kuiper, woonachtig in de Houtrijkstraat (Amsterdam-West), had een verzoek ingediend om zijn "straftijd te verkorten". De burgemeester wijst dit resoluut af met een standaardformulering: de ernst van het gepleegde feit weegt zwaarder dan de argumenten voor verkorting.
Opvallend zijn de handgeschreven toevoegingen:
* "Marktho.": Dit is waarschijnlijk een afkorting voor de "Markthallen". Dit suggereert dat de gepleegde feiten mogelijk verband hielden met werkzaamheden of diefstal bij de Centrale Markthallen in Amsterdam.
* "bedrijfschef": Deze aantekening versterkt het vermoeden dat de straf werk-gerelateerd was of dat de werkgever (de directie van de markthallen) betrokken was bij de procedure.
* Ondertekening: De brief is namens de beruchte burgemeester Edward Voûte verzonden. Hoewel er "(get.)" staat (wat betekent dat het origineel door hem getekend is), is dit een afschrift of een door de secretaris Franken gestempelde uitgaande brief. Het document dateert uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland.
1. Bestuur onder bezetting: Edward Voûte was de door de Duitsers aangestelde regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam. Hij volgde de afgezette burgemeester De Vlugt op na de Februaristaking van 1941. Voûte stond bekend als een collaborerend bestuurder die de Duitse verordeningen nauwgezet uitvoerde.
2. Rechtspraak en Straf: Tijdens de bezetting was de handhaving van de openbare orde en de bestraffing van economische delicten (zoals zwarte handel of diefstal van schaarse goederen, wat vaak voorkwam bij de Markthallen) zeer streng. De burgemeester had in die tijd verregaande bevoegdheden in lokale juridische zaken.
3. Locatie: De Houtrijkstraat ligt in de Spaarndammerbuurt, een arbeidersbuurt in Amsterdam-West die in die tijd zwaar getroffen werd door de schaarste en de oorlogsomstandigheden. De vermelding van de Markthallen (gelegen nabij de Jan van Galenstraat) past in het beeld van lokale incidenten rondom voedselvoorziening en distributie.