Getypte ambtelijke brief / adviesnota.
Origineel
Getypte ambtelijke brief / adviesnota. 7 december 1939. vP/DV.
1/94/3 M. extra 7 December 1939.
Verzoek om adhaesie-
betuiging in verband met
stichting lagere landbouw-
school te Zaandam. den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van de met Uw kantbrieven d.d.
1 en 4 dezer om advies ontvangen stukken no. 967 L.M.1939
heb ik de eer U te berichten, dat in de naaste omgeving van
Amsterdam, nl. te Purmerend, een lagere landbouwschool is ge-
vestigd. Adressanten deelen dienaangaande mede, dat de toe-
loop naar die school de laatste jaren zóó groot was, dat een
groot aantal adspirant-leerlingen moest worden afgewezen.
Dit zou mijns inziens eerder uitbreiding der school te Purme-
rend, dan vestiging eener nieuwe school te Zaandam wettigen.
De cijfers, die adressanten verder verstrekken, bewijzen op
zich zelf reeds het geringe belang, dat Amsterdam bij hun plan-
nen heeft: aan den loopenden cursus wordt door één leerling
uit Amsterdam deelgenomen, terwijl drie leerlingen uit Sloter-
dijk (Gemeente Amsterdam) den cursus voor veeverloskunde vol-
gen. Van het tot zich trekken van "een groot deel van de
bevolking van het platteland van de gemeente Amsterdam", zoo-
als de Directeur van het Melkcontrôlebureau "Amsterdam" in
zijn zich onder de stukken bevindenden brief d.d. 29 November
jl. (No. 14951) verwacht, zal, op bovenbedoelde cijfers af-
gaande, zeker geen sprake zijn.
Indien te eeniger tijd werkelijke behoefte aan een
nieuwe lagere landbouwschool voor de Amsterdamsche bevolking
zou blijken te bestaan, zou mijns inziens moeten worden over-
wogen een dergelijke school in Amsterdam zelf te vestigen. Dit document bevat een negatief advies aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen over het ondersteunen van een nieuw op te richten landbouwschool in Zaandam. De belangrijkste argumenten van de opsteller zijn:
* Bestaand aanbod: Er is al een school in Purmerend. Hoewel deze overvol is, pleit de auteur voor uitbreiding van de bestaande capaciteit in Purmerend in plaats van versnippering door een nieuwe school in Zaandam.
* Gebrek aan belangstelling: De huidige cijfers tonen aan dat er nauwelijks leerlingen uit de gemeente Amsterdam (inclusief het in 1921 geannexeerde Sloterdijk) gebruikmaken van dit type onderwijs in de regio.
* Weerlegging van prognoses: De auteur spreekt de verwachting van de Directeur van het Melkcontrôlebureau tegen, die een grote toestroom vanuit het Amsterdamse platteland voorspelde.
* Gemeentelijk eigenbelang: Mocht er ooit wel behoefte ontstaan, dan adviseert de auteur om een school binnen de eigen gemeentegrenzen van Amsterdam te stichten in plaats van een initiatief in een buurgemeente te steunen. Het document is geschreven op 7 december 1939, enkele maanden na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, maar terwijl Nederland nog neutraal was (tijdens de Mobilisatie). In deze tijd was voedselvoorziening en de modernisering van de landbouw een cruciaal beleidsterrein, wat verklaart waarom de Wethouder voor de Levensmiddelen bij dit onderwerp betrokken was. De brief geeft inzicht in de regionale onderwijspolitiek en de concurrentie tussen de gemeenten Amsterdam, Purmerend en Zaandam. Ook reflecteert het de bestuurlijke realiteit van die tijd, waarin de recente uitbreiding van Amsterdam (zoals de opmerking over de gemeente Sloterdijk) nog vers in het geheugen lag.